Persoonlijk pleidooi voor het basisinkomen

Geplaatst op Geupdate op

‘Een basisinkomen is een inkomen dat elke burger/inwoner van de overheid krijgt,
ongeacht over welke overige inkomsten of over welk vermogen hij of zij beschikt.
Met basisinkomen wordt over het algemeen een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBi) bedoeld.’ (Bron:Wikipedia)

Je werkt en je hebt een inkomen.
Of je bent werkloos, ziek, neemt een pauze, hebt onvoldoende bestaansmiddelen en krijgt een uitkering.
Zo gaat dat in dit land.
Ik werk en ik krijg inkomen noch uitkering.
Mijn partner heeft een deeltijds inkomen als werknemer van Villa VanZelf vzw.
Dat zal dan wel onze vrije keuze zijn, zeker? Ja en nee.
Ik besef het, dit vergt enige toelichting.

Laat me eerst uitleggen wat datgene wat we werk noemen allemaal inhoudt.

  • Samen voeden wij drie kinderen op. Als ik erbij vertel dat het om drie thuiswonende meerderjarigen  – en dus eigenlijk volwassenen – gaat, trek je misschien je wenkbrauwen op en vraag je: ‘Wat valt er op die leeftijd nog op te voeden?’. Ik kan je verzekeren dat de huidige samenleving voor jongvolwassenen complex genoeg is om de coachende steun van ouders voorbij de leeftijd van 18 onmisbaar te maken. Dat dat tijd en energie vergt, krijgt geen erkenning. Het wordt beschouwd als een evidentie van het ouderschap, niet als maatschappelijk waardevolle arbeid die wordt beloond.
  • Samen runnen wij een huishouden van 5 personen, met inbegrip van de ecologische verbouwing van onze woning en de aanleg en het onderhoud van een voedseltuin.
  • Ik studeer enkele uren per dag piano en speel voor publiek in een restaurant.  Mijn partner en ik geven workshops voor Villa VanZelf. Mijn partner verricht ook privé-opdrachten binnen het werkveld van de vzw. Dat alles zorgt voor bescheiden inkomsten.
  • Ik schrijf gedichten en proza. Dat heeft me tot nu toe één keer een literair prijsje opgeleverd. Gepubliceerd raken is een hele opgave en zal misschien nooit lukken.
  • Ik schrijf blogartikels en mailings en onderhoud de website van Villa VanZelf. Dat levert geen rechtstreeks inkomen op.
  • Verder doen wij heel wat vrijwilligerswerk – ik voor Leuven Leest, Transitie Vlaanderen vzw en UZ Gasthuisberg, mijn partner voor Natuurpunt en Permacultuur Magazine – en zijn we actief in de deel- en ruileconomie in onze buurt.

Waarom maken wij deze keuze en gaan we – voorlopig in elk geval – niet voor deeltijdse of voltijdse banen op de reguliere arbeidsmarkt?

  • Dit alles is het werk dat wij, in overeenstemming met onze waarden en vanuit ons hart, op dit moment het liefste willen doen en wat ‘juist’ voelt.
  • Het is ook een manier van leven waar we de voorkeur aan geven boven een door een werkgever voor ons gestructureerde werkdag.
  • We zijn allebei wat je zou kunnen noemen ‘multi-mensen’, en dat strookt niet erg met de arbeidsmarkt. Als we voor één passie kozen, zouden we daarin aan de slag kunnen, maar onze ervaring leert dat het op langere termijn leidt tot overbelasting en een uitgeblust gevoel. Eenzijdige gerichtheid op een carrière of hoofdbezigheid met hobby’s ‘on the side’, het ligt ons niet.
  • We zijn ook allebei behoorlijk nomadisch in onze bezigheden en houden ervan om zonder al te veel rompslomp nieuwe interessegebieden te kunnen exploreren en uitgewoonde interesses los te laten.
  • We kunnen ons niet vinden in het arbeidsethos van een kapitalistische arbeidsmarkt en beschouwen een groot deel van wat daarbinnen als werk wordt aangeboden als vervreemdend en ziekmakend. De finaliteit van de meeste jobs is toenemende economische efficiëntie en winst, ook in de zogenaamde zachtere sectoren. We ervaren dit als fundamenteel onethisch.
  • Willen we vanuit onze interesses en vaardigheden onze eigen job creëren, dan wordt er van ons verwacht dat we een winstgevende en op groei gefocuste onderneming starten en ons aanbod voortdurend promoten en verkopen. We vinden dit demotiverend en slopend.
  • We beschouwen autonomie en gelijkwaardigheid in werkrelaties als cruciaal. In de meeste jobs ontbreken deze in min of meerdere mate.

Het basisinkomen, hoewel als concept voldoende bekend en bepleit door een aantal filosofen en economen, is nergens in de wereld gerealiseerd. Ik geloof ook niet dat het er zit aan te komen. Het basisinkomen vergt een andere visie op de mens en op wat zinvol werk is dan de huidige dominante visie. De mensvisie die samenhangt met het basisinkomen gaat ervan uit dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn, dat ze per definitie willen bijdragen aan de samenleving – hoewel ze mogelijk een ander soort samenleving voor ogen hebben dan hoe die er nu uitziet – en dat ze het best gedijen in een sfeer van autonomie en vertrouwen. Verder impliceert het ook dat elk individu een grote vrijheid verwerft om keuzes te maken en zich in veel mindere mate gedwongen ziet om de eigen tijd te verkopen aan een bedrijf en de waarden van dat bedrijf. Ten slotte geeft het basisinkomen het signaal dat aandacht voor zorg en opvoeding, creatieve en culturele uitingen zo waardevol zijn dat ze het verdienen financieel te worden ondersteund.

De nu nog dominante visie op de mens is dat mensen gemotiveerd worden door externe factoren – vooral dan het geven of onthouden van geld als beloning en het prestige en materieel bezit dat daarmee samenhangt -, dat ze enkel willen bijdragen aan de samenleving als ze daartoe van hogerhand worden aangezet en dat er dwang, controle en doorgedreven efficiëntie-management nodig zijn om hun bijdrage te reguleren. Dit laatste klopt natuurlijk binnen een maatschappelijk systeem dat steunt op de invloed en macht van een minderheid die voor een meerderheid de krijtlijnen uittekent en belet dat de samenleving vorm wordt gegeven door die meerderheid. Het basisinkomen komt er voorlopig niet omdat de kleine economisch en politiek dominante elite die het voor het zeggen heeft, beseft dat de keuze voor het basisinkomen een grondige en onvoorspelbare hertekening van de samenleving zou meebrengen en haar machtsbasis mogelijk zou ondergraven.

Voorlopig kunnen wij – en al wie zich niet langer wil inpassen in dit systeem – niet anders dan roeien met de riemen die er zijn. Hoewel het voor momenten van tevredenheid, vervulling en geluk zorgt, komt het ook neer op vlagen van stress, kopzorgen en twijfel. Gemakkelijk en comfortabel is en wordt het nooit. Eén van de opties wanneer die toeslaan: er nog een keer Carl Rogers in ‘Mens worden’ op nalezen:

‘Voor mij is de innerlijke ervaring de hoogste autoriteit. De meest deugdelijke toetssteen is mijn ervaring. Noch de gedachten van een ander, noch die van mijzelf zijn even gezaghebbend als mijn ervaring. Ik moet steeds opnieuw terugkeren tot mijn ervaring, teneinde een stukje dichter bij de waarheid te komen, zoals die zich in mij vormt bij het proces van mens worden.’

Sandra

Advertenties

Eenvoudiger Leven Tip # 17 – Neem altijd de tijd!

Geplaatst op Geupdate op

Heb jij tijd? Grote kans dat het antwoord ‘nee’ of minstens ‘euh …’ of ‘Hangt ervan af waarvoor’ is. Voelt tijd voor jou als een spanningsveld, iets problematisch? Misschien niet altijd, maar toch vaak? Ik durf te wedden dat het antwoord ja is. Onze tijdsbeleving bepaalt sterk ons doen en laten, ons humeur, onze (on)tevredenheid, kortom: ons vermogen om eenvoudig te leven. Daar is eigenlijk een heel simpele, maar daarom nog niet gemakkelijk te verwezenlijken oplossing voor, namelijk: altijd de tijd nemen. Voel je weerstand? Begrijpelijk, we leven in een tijdperk waarin de tijd nemen zowat synoniem lijkt van de kantjes eraf lopen, geen vooruitgang maken, slakketraag zijn, en dat wordt algemeen negatief beoordeeld. Maar er zijn een aantal heel goeie redenen om altijd de tijd te nemen. Al die redenen hangen samen, want besluiten dat je de tijd zal nemen zet iets in gang wat allerlei effecten heeft.

 

Wanneer je de tijd neemt, is je aandacht gericht op datgene wat je doet. Wanneer je gehaast bent, ligt je focus daarentegen op de tijd in plaats van op je bezigheid. Daardoor zijn dingen beter gedaan wanneer je de tijd neemt. Je hebt dus meer voldoening over wat je doet. Je hebt minder stress en voelt je kalmer. Gek genoeg krijg je meer gedaan wanneer je alles rustig en met aandacht doet. Haasten kost namelijk veel extra energie en zorgt voor een constante ondertoon van verzet en wrevel, waardoor op sommige momenten plots het energiereservoir leeg is en we moeten compenseren: bijvoorbeeld door overeten, door lege vormen van ontspanning waar we ons achteraf slecht om voelen, door consumeren en geld uitgeven.

Makkelijk gezegd natuurlijk, de tijd nemen. Terwijl we het allemaal kennen: last minute de deur uit rennen om een kind op te halen of de bus niet te missen, ‘gauw even’ naar de supermarkt voor sluitingstijd. Hoe kan je het anders aanpakken?

  • Vel geen oordeel over de waarde van wat je doet. Veel van ons haasten heeft te maken met het feit dat we sommige zaken als minderwaardig of minstens oninteressant beschouwen en we dus vinden dat ze snel moeten gebeuren. Dingen zoals aankopen doen, verplaatsingen met de auto, huishoudelijk werk … Wat je nodig hebt is een mind switch: proberen anders te kijken naar die zich dagelijks herhalende handelingen.
  • Maak realistische inschattingen en vertrek ruim op tijd als je ergens op een bepaald uur moet zijn: zelf ben ik er heel slecht in, maar ik weet wel dat het een wereld van verschil maakt, of ik net voor de deuren dicht gaan in de trein spring of nog een paar minuutjes in een ochtendzonnetje op het perron kan staan wachten.
  • Zeg tegen jezelf ‘ik heb tijd’ op de momenten dat je ongeduldig of gespannen dreigt te worden: in de rij bij de kassa in de supermarkt, in de wachtzaal van de dokter, wanneer de bus te laat komt, in de file, in een vergadering die blijft aanslepen, … Probeer de positieve kanten te zien, of verander iets aan de situatie als dat mogelijk is.
  • Verzet je niet tegen je agenda. Je wil liever een avondje of weekenddag thuis blijven, maar je agenda vertelt je dat je naar een feestje, vergadering, cursus moet. Je kan natuurlijk afzeggen, maar je kan ook besluiten: dit was mijn keuze en ik ga er nu voor, helemaal.
  • Neem ook de tijd wanneer het om je passies gaat: voor de ene is haar job een passie, voor een ander is het een sport of kunst, een project of studie. Hoe graag we die dingen ook doen, ook daar sluipt gemakkelijk een gevoel in dat het vooruit moet gaan, er resultaten moeten zijn, we zaken snel en efficiënt moeten afhandelen om ons geslaagd te voelen. Nee dus. Het kan zo veel voldoening geven om zonder enige haast onze meest geliefde bezigheden te kunnen ervaren. Tijd nemen zorgt er dan voor dat we elk moment kunnen beleven in plaats van alleen maar te kunnen genieten van het moment dat we iets bereiken.

Eenvoudiger Leven Tip # 16 – 5 tips voor een eenvoudige kleerkast

Geplaatst op Geupdate op

1. Organiseer op kleur

Aanleiding voor dit bericht? Een tijdje geleden besloot ik mijn kleerkast anders te organiseren. Tevoren deed ik dat volgens kledingsoort: broeken bij elkaar, truien, t-shirts … Het werd na een tijd sowieso een zootje en dikwijls vond ik niet wat ik nodig had. Nu dacht ik: waarom niet een keer op kleur. En ja, dit is de hit. Het oogt veel rustiger en is gemakkelijker om te kiezen omdat ik wanneer ik naar de stapeltjes kijk spontaan voel: dit wordt een rode, blauwe, zwarte, wijnrode, wit-grijze, … dag. Ik kwam ook voor verrassingen te staan over wat de dominante kleuren in mijn kleerkast zijn.

2. Ontspul

Niks zo belastend en on-eenvoudig als elke dag in een kleerkast duiken waarbij je driekwart van de inhoud zelden of nooit draagt. Doe een loslaat-oefening: haal alles uit je kast(en) en maak stapels: houden / weg ermee / twijfelgevallen. Weg ermee gaat naar de kringloop, de twijfelgevallen mogen voorlopig blijven, maar noteer in je agenda dat je over hooguit drie maanden opnieuw gaat beslissen over de twijfelgevallen. Heb je ze intussen niet gedragen, dan heb je al een zachte indicatie dat ze misschien ook een enkele reis richting kringloop mogen maken.

3. Zorg voor opbergsystemen

Gebruik schoendozen, bakjes of lade-verdelers voor sokken, ondergoed, riemen, sjaaltjes, …

4. Koop eenvoudig

Voor mij betekent eenvoudig kopen: nooit meer gaan shoppen. Huh?

Ik merkte dat ik bijna altijd humeurig werd en hoofdpijn kreeg van urenlang winkel-in, winkel-uit, van reusachtige oppervlaktes met stapels kleren en de druk van: ‘ik moét nu echt vandaag broeken / schoenen / truien/ …’. Ik koop alleen nog kleren wanneer ik toevallig iets leuks zie en probeer te vermijden dat ik plots een noodzaak-aankoop moet doen.

5. Koop zo eerlijk mogelijk

Als je daar het geld voor hebt én het er ook aan wil besteden, kan je eco en fair trade en kleren van hennep en bamboe kopen in exclusieve en dure boetieks. Er zijn ook alsmaar meer sites en apps waarop je kan opzoeken hoe fair de kleren van een bepaald merk geproduceerd zijn.

Zelf koop ik bijna uitsluitend tweedehands en probeer ik me niet meer te laten verleiden tot goedkope kleding in ketens. Tweedehands heeft het voordeel dat je veel sneller alles kan uitfilteren wat je niet wil dragen, zodat het eenvoudiger is om er dat ene stuk uit te halen dat je bevalt. Dat betekent ook wel dat je de ingesteldheid van ‘ik wil nu met een leuk bloesje, vestje, … naar huis’ moet loslaten. Meestal vind je bij tweedehands kopen toevallig iets, of net helemaal niets.

Waar koop je tweedehands? Een paar tips:

Kringloopwinkels, Think Twice en Episode heb je op verschillende plaatsen en zitten in het goedkope segment. In Leuven is Kapstok in de Mechelsestraat een fijn en goedkoop adresje. In het duurdere segment kan je designermerken vinden. In Leuven bijvoorbeeld bij Rawette aan het Joris Helleputteplein en Cyaankali in de Diestsestraat.

Als je extra uitkijkt én een beetje googlet kan je in jouw buurt of de dichtstbijzijnde stad zeker ook tweedehands kledingwinkels vinden. Heb jij een favoriete tweedehands shop? Nog meer ideeën voor een eenvoudige kleerkast? Deel ze hieronder.

Sandra

 

 

Pas je niet in het plaatje? Je bent niet alleen!

Geplaatst op Geupdate op

In het plaatje passen is nooit mijn sterkste kant geweest. Mijn partner heeft er evenmin talent voor. We hebben in heel wat systemen gefunctioneerd – voornamelijk bedrijven en scholen – en stelden telkens vast dat we op langere termijn niet in staat waren om binnen systemen te passen zonder onze meest fundamentele waarden en eigenheid geweld aan te doen. Eigenlijk is dat geen wonder als je bekijkt wat – voorlopig nog – de dominante mensvisie is.

Zowat de eerste definiërende factor van onze huidige samenleving is dat ze kapitalistisch is en in toenemende mate naar neoliberalisme overhelt. Vanzelf zijn we sterk beïnvloed door de visie op de mens die binnen dit systeem domineert. De mens binnen het kapitalisme wordt geacht betekenis en zingeving te ontlenen aan het leveren van prestaties, liefst binnen het kader van een op winst gerichte onderneming, in ruil waarvoor hij of zij geld ontvangt waarmee kan worden geconsumeerd. Meestal wordt die visie niet zo openlijk gehanteerd en wordt ze verborgen achter elementen van betekenisgeving die universeel zijn en niet alleen eigen aan het kapitalisme, bijvoorbeeld dat mensen van nature werk willen verrichten en daardoor een verschil maken in de wereld. Mensen in staat stellen de voorwaarden te vervullen om effectief een verschil te maken in overeenstemming met hun talenten, passies en hoogste aspiraties behoort echter niet tot de kapitalistische mensvisie. Ook ons onderwijs is er helemaal niet op ingesteld, al wordt soms gedaan alsof dat wel het geval is. Als jij zelf aan die alternatieve visie de hoogste waarde hecht en in functie ervan al je levenskeuzes wil maken, stel je in mindere of meerdere mate, maar wel onvermijdelijk, vast dat je niet in het plaatje past.

hands-world

Omdat ergens bij willen horen een fundamentele behoefte is, kan je daardoor in de problemen raken. Je krijgt het gevoel verkeerd bezig te zijn, je onverantwoordelijk te gedragen, niets te bereiken of je asociaal op te stellen. Gesprekken met anderen die jouw visie niet delen kunnen je sterker in de malaise duwen doordat je bedekte of openlijke boodschappen krijgt dat je naïef en onrealistisch bent en jouw dromen en plannen op scepticisme worden onthaald. Op de duur begin je te denken dat je een mislukkeling bent omdat je niet voldoet aan de uiterlijke tekenen van succes die het kapitalisme hanteert.

Je van dit alles bewust zijn, kan een eerste stap zijn op weg naar je zelfbevrijding. Je hoeft helemaal niet in het plaatje te passen, ook al is de druk om dat wel te doen behoorlijk groot. Nog een keer: je hoeft helemaal niet in het plaatje te passen (en dat is boodschap één van deze blog). Je hebt het volste recht om keuzes te maken buiten de gebaande paden van bedrijfsleven, traditioneel onderwijs en opleidingen, huwelijks- en geboortelijsten, lenen en afbetalen en pensioensparen, twee inkomens, twee gezinsauto’s en een werkster van buitenlandse origine die je met PWA-cheques betaalt …

Toch blijft het moeilijk om alsmaar rechtop te blijven op de minder platgetreden paden. Je bent soms bezorgd over inkomen en vraagt je af of het rechtmatig en verstandig is wat je doet, of het geen risico’s inhoudt voor je toekomst en die van je partner en kinderen. Daarom boodschap 2 van deze blog: je bent niet alleen. Als je om je heen kijkt en je instelt op ontmoeting en verbinding met anderen, zal je merken dat er een groeiende groep mensen is die weliswaar andere dromen kunnen hebben dan de jouwe maar dezelfde fundamentele basiswaarde hanteren, namelijk dat betekenisgeving neerkomt op ontdekken waar je hart naar uitgaat, wat je ten diepste het gevoel geeft jij te zijn en van daaruit de wereld iets te bieden.

Als je je ervoor openstelt, zal je zien dat het wemelt van de initiatieven die te maken hebben met duurzamer en bewuster leven, vereenvoudigen, transitie, (echt) democratisch onderwijs, een leefbare samenleving, een gezondere aarde en leefomgeving, sociale rechtvaardigheid. Als elke niet-in-het-plaatje-passende deze visie van overvloed en verandering gaat hanteren, in plaats van de visie dat we allemaal alleen staan in een samenleving die we als vijandig ervaren, dan is dat vanzelf een factor waardoor er een nieuw plaatje kan ontstaan. Eén waarin we ons diepgaand thuis kunnen voelen.

Plasticvrij Leven – mini-stapjes en enige frustratie

Geplaatst op Geupdate op

IMG_7848

Een hele uitdaging, dat plasticvrij leven. Ik ben er trouwens nog wel een eindje vanaf. De mini-stapjes van de laatste tijd delen helpt, en kan jou ook weer inspireren. Bij deze …

  • metalen drinkrietjes: één van mijn dochters heeft iets met drinkrietjes, besefte dat dit wel heel veel plastic afval oplevert en kocht online een setje metalen rietjes, met bijgeleverd borsteltje om ze goed schoon te kunnen maken. Heel leuk om te merken dat de ecologische reflex doorgegeven wordt aan de jongere generatie, ook al zijn ze lang niet te vinden voor alle aspecten van de levensstijl van hun ouders.

 

  • tandenborstel van bamboe: mijn tandenborstel was aan vervanging toe en ik kocht een bamboe exemplaar. Hij is gemaakt van een soort bamboe die panda’s liever niet eten, heeft haren van BPA-vrij nylon en is voor 98 % biologisch afbreekbaar. De prijs ligt met 3,49 € een stuk hoger dan een goedkope plastic tandenborstel maar is vergelijkbaar met die van de iets duurdere exemplaren in de supermarkt.  Dat heb ik er voor over. Ik koos voor de soft variant. Het handvat ligt goed in de hand en de borstel poetst inderdaad heerlijk soft. En ik inspireerde intussen al één van m’n gezinsleden die ook zo’n mooie tandenborstel wilde.

 

  • vulpen: ik had al eerder vulpennen, maar de laatste tijd deed ik het weer met plastic balpennen. Ik schrijf relatief veel met de hand dus gaan die balpennen er in vrij hoog tempo door. Recente aankoop: een eenvoudige vulpen. En ja, daar zitten ook weer plastic inktbuisjes in. Helaas heb ik daar voorlopig geen oplossing voor. Als iemand weet hoe je plasticvrij kan schrijven met de hand, laat het me weten.

 

  • voeding in bulk of grote verpakkingen: recent chilivlokken in bulk en rijst in een papieren zak van 5 kg in huis gehaald. Dit is een terrein dat langzaam maar zeker uitgebreid wordt.

 

  • kattenvoer: jarenlang kochten we vershoudzakjes voor onze kat, omdat dat nu eenmaal handig is, maar ik was het zo erg beu om elke dag die zakjes weg te gooien dat we zijn overgeschakeld naar blikken. Ik vind het niet ideaal, want blik is natuurlijk ook afval, maar voorlopig heb ik er geen andere oplossing voor. Zelf kattenvoer maken vind ik geen optie.

 

  • geen plastic zakje in de pedaalemmer in de keuken: tot een tijdje geleden stopte ik altijd een plastic zakje in de pedaalemmer. Ik verving die een tijdje geleden door een stoffen, wasbaar zakje, maar dat leverde schimmel op en ik moest het zakje weggooien. Oplossing: geen zakje in de emmer, regelmatiger legen in de grote vuilnisbak en goed uitwassen.

 

  • papieren nieuwsbrief met plastic folie weigeren: stoor jij je ook aan nieuwsbrieven die je steevast in zo’n plastic wikkel toegestuurd krijgt? Ik had er recent één waarop stond vermeld dat ik kon overschakelen naar een digitaal exemplaar. Dat heb ik dan ook meteen gedaan.

En dan nog even de frustratie … Vegan producten in – helaas – plastic verpakking. Enkele maanden geleden ging ik grotendeels vegan eten. Ik ontdekte er nieuwe producten door, bijvoorbeeld vegan kaas, maar die zit dan weer in plastic verpakkingen. Af en toe hou ik ook wel van een vegan burger die ik niet zelf hoef te maken en ook die hebben doorgaans een plastic jasje aan. Ik zal maar wijselijk besluiten dat ik geen plastic-heilige hoef te worden en dat elk stapje vooruit meegenomen is.

Sandra

Eenvoudiger Leven Tip # 15 – Elf tips voor meer in het nu zijn

Geplaatst op

Ik weet het, het is een dooddoener, dat we gelukkiger worden van meer in het nu zijn. De realiteit is wel dat het klopt, én dat de meesten van ons er het grootste deel van de tijd niet in slagen, mezelf inbegrepen. Onze gedachten zijn overal behalve hier en nu. Al dan niet pijnlijke herinneringen, knagende onrust om wat zou kunnen komen of gefrustreerd verlangen naar wat – hopelijk, maar misschien ook niet – gaat gebeuren, houden ons zowat de hele tijd in beslag. Onze geest lijkt wel een bende rondrennende konijnen in een veld. Nu zijn rondrennende konijnen best schattig, maar niet in je hoofd en lijf. Het komt erop neer dat we zowat de hele tijd in de virtual reality leven van verleden of toekomst. Raar toch als je erbij stilstaat? Kunnen we daar ook iets aan doen? Natuurlijk. Het vergt oefening, maar geef jezelf vooral een pluim elke keer dat je je plots bewust wordt en van je hoge wolk van niet-nu afdaalt naar nu. Hier zijn 11 tips om je daarbij te helpen.

1. Adem

Ademen is ons allereerste instrument om te zijn waar we zijn. Het grootste deel van de tijd doen we het onbewust, maar wanneer je beseft in-uit-in-uit en daar even aandacht voor hebt, ben je plots helemaal aanwezig in het moment.

2. Zeg regelmatig tegen jezelf ‘dit moment is belangrijk’.

Wat je ook aan het doen bent – douchen, de was opvouwen, eten, overstuur zijn, Facebooken, om het even – als je op lukrake momenten zonder speciale reden tegen jezelf zegt ‘Dit moment is belangrijk’ krijg je op de duur meer bewustzijn. En kan je effectief in de gewoonste momenten iets bijzonders ontdekken.

3. Je lichaam scannen

Neem de gewoonte aan om verschillende keren per dag je lichaam te ‘scannen’, niet vanuit je hoofd, maar vanuit wat je voelt. Registreer zonder te oordelen: dit plekje heeft warm, daar doet het een beetje pijn, deze houding voelt ongemakkelijk, dit kledingstuk zit heerlijk, ik wil nu beweging, etc.

4. Je gevoelens scannen

Dikwijls laden we een gevoel bovenop ons oorspronkelijke gevoel. We nemen onszelf kwalijk dat we ons ergeren, we schamen ons omdat we ons down voelen of we vinden onszelf té wanneer we verliefd zijn. Je gevoelens scannen betekent dat je bij het oorspronkelijke gevoel blijft en daar ‘in’ bent. Stel gewoon vast – teleurstelling, vreugde, verdriet, dankbaarheid, … – en laat het daarbij.

5. Je gedachten scannen – en onderbreken

We kennen het allemaal wel: gedachten die maar doorratelen en niet kunnen stoppen. Monologen in ons hoofd waarbij we iemand eens goed de waarheid zeggen. Negatieve en dikwijls repetitieve oordelen over onszelf. Elke keer wanneer je je ervan bewust wordt, kan je besluiten ‘ik wil hier nu mee stoppen!’ en je afwenden van de malende gedachten, desnoods enkele keren achter elkaar.

6. Flow ervaren

Over flow ging Tip 14. Niks beters om helemaal in het nu te zijn dan wanneer je flow ervaart.

7. Aandacht

Telkens wanneer je volledige aandacht hebt voor wie of wat zich voor je neus bevindt – of het nu je kind, je collega, een zonsondergang of je kookpotten op het fornuis zijn – ben je helemaal aanwezig.

8. Acceptatie

Wanneer je erop begint te letten, besef je dat we ons heel dikwijls verzetten tegen wat er is. Het is koud en waarom regent het alweer? Moet zij/hij per se vervelend doen? Ben ik nu echt diegene die altijd de haren uit de afloop moet halen? Hé bah, opstaan wanneer het nog donker is, is pure ellende … Elke keer wanneer je kan accepteren dat er is wat er is, daal je neer op deze aarde en land je middenin het nu.

9. Non-verbale communicatie

Iemand glimlacht naar je op straat, iemand legt een hand op je arm, je knuffelt je partner, hebt je baby of je huisdier op schoot, … Wanneer jij en een ander elk van jullie kant een fysiek gebaar kunnen geven/ontvangen, ben je vanzelf even hier en nu.

10. Lachen

Behoeft geen uitleg, denk ik. Lachen is therapie en medicijn voor zowat alles. Lachen en tegelijk je in gedachten ergens heel anders bevinden is verdraaid moeilijk. Laat je dus vooral verleiden om veel te lachen.

11. Zwaai je verhalen uit

Onlangs las ik deze: ‘Zo lang we aan onze verhalen vasthouden, verkiezen we het verleden boven dit moment.’ (Michael Brown). Hoe herken je een verhaal bij jezelf? Verhalen bevatten meestal oordelen, onze persoonlijke interpretatie van iets wat gebeurde waar we niet van kunnen afstappen, waardoor we ook de gebeurtenis niet achter ons kunnen laten. ‘Toen sms’te zij mij drie nietszeggende zinnen en liet ze mij totaal respectloos in de steek’ is een verhaal dat je voor jezelf geconstrueerd hebt. Je kan veel gemakkelijker loslaten als je de situatie bekijkt als ‘Toen stuurde ze mij een sms en beëindigde daarmee de relatie’.

Heb jij nog meer hier-en-nu-tips? Delen graag!

Sandra

Kapitalisme en een gezonde aarde gaan niet samen

Geplaatst op Geupdate op

 

De auteur is niet aansprakelijk voor gevoelens van onbehagen of pessimisme die de lezer kunnen overvallen bij het lezen van de eerste hoofdstukken van dit boek.’

Niet gespeend van enig cynisme zet Ludo De Witte meteen de toon in ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op.’ Het moet gezegd: middenin het verhaal duiken van de klimaatopwarming, de achtergronden en de manier waarop wereldleiders er (niet) op reageren is harde materie.

 

Dat geldt net zo goed voor ‘No Time – Verander nu voor het klimaat alles verandert’ van de Amerikaanse journaliste Naomi Klein. Beide boeken gaan uit van dezelfde stelling: kapitalisme en een gezonde aarde gaan niet samen, als we de klimaat- en andere rampen die ons boven het hoofd hangen willen vermijden, moet het kapitalisme op de schop.

Klein en De Witte vullen elkaar daarin perfect aan, De Witte refereert ook meermaals naar Klein. Het verschil zit hem vooral in de reikwijdte van hun publicaties: De Witte houdt het met goed 200 pagina’s bescheiden en richt zijn kritische pijlen vooral op de Belgische context, terwijl Klein andermaal een adembenemend staaltje onderzoeksjournalistiek van meer dan 500 pagina’s aflevert en een bredere blik hanteert die zowat de hele wereld bestrijkt.

En ja, je wordt er meer dan eens ronduit kwaad van, van deze lectuur. Klein schetst hoe sinds de jaren 1990 er een parallelle evolutie heeft plaatsgevonden: door allerlei handelsakkoorden hebben de internationale vrijhandel en de globalisering een hoge vlucht genomen, terwijl wat de zorg voor het klimaat en de aarde betreft we ons sinds de Klimaattop van Rio in 1992 van het ene nietszeggende akkoord naar de volgende geflopte Top hebben gesleept. Reden: het primaat van ons economische systeem, dat drijft op liberalisering, deregulering, verlaging van belastingen en beperking van overheidsingrijpen, terwijl voor het tegengaan van de klimaatopwarming nu net het tegenovergestelde nodig is. Overheden durven niet in te grijpen uit angst dat hen protectionisme of godbetert communisme zal worden verweten, de olie- en gassector is oppermachtig en lobbyt net zo lang tot elke maatregel om de opwarming onder de gevreesde 2° te houden wordt afgezwakt of afgevoerd. Want de dwingende logica van de fossiele-brandstoffenindustrie is onverbiddelijk: elke druppel olie, elke vleug aardgas zal aan de aarde worden onttrokken. Intussen zijn we zover dat alleen nog met risicovolle technologieën olie en gas valt te winnen: diepzeeboringen, olie uit teerzanden waarvan de ontginning vele keren vervuilender is dan die van conventionele olie, schaliegaswinning waarbij grote hoeveelheden van het sterke broeikasgas methaan vrijkomen en die gepaard gaat met enorme watervervuiling.

Zowel Klein als De Witte halen eerder aangereikte oplossingen voor het klimaatprobleem onderuit. Ze geloven niet in groen kapitalisme, wondertechnologieën die de koolstof voor ons uit de lucht zuigen en maximaal inzetten op hernieuwbare energie als dat betekent dat die energie wordt gebruikt om nog meer Mercedessen te produceren. Klein schrijft een bijzonder cynisch hoofdstuk over de Virgin Climate Change van Richard Branson, of hoe opzichtige ‘groene’ initiatieven van grote bedrijven uiteindelijk toch maar één doel dienen, namelijk winst maken.

Beide auteurs klagen het gegeven aan dat er geen verzet en aanzet tot verandering komt uit de hoeken waar die vandaan zouden moeten komen en stellen vast dat overheden zich doorgaans zwak opstellen en niet durven of kunnen ingaan tegen de dwang van economische gegevenheden. De Witte constateert dat socialisten en groenen zich in het heersende economische discours inpassen en ervan uitgaan dat met wat retouches aan het systeem alles in orde komt. Klein heeft het over de groeiende verwevenheid van grote milieu-organisaties en het bedrijfsleven in de VS: organisaties worden ruime donaties aangeboden, zwichten voor het geld en kunnen niet langer ‘luis in de pels’ zijn.

Is er bij dit alles ook nog enige uitkomst? Ludo De Witte ziet die in het ecosocialisme, wat kort gezegd neerkomt op het opnieuw meer macht verwerven van volksbewegingen via het in handen nemen van de zogenaamde commons – goederen die ooit gemeenschappelijk waren zoals de publieke ruimte, gemeenschapsgronden, water, lucht. Zowel De Witte als Klein verdedigen ook de stelling dat de ecologische uitdagingen waar we voor staan geen zaak zijn van de milieubeweging alleen, maar samenhangen met andere kwesties: sociale ongelijkheid, vluchtelingenproblematiek, vrouwenrechten, rechten van inheemse bevolking, en dus ook gezamenlijk moeten worden aangepakt. Klein ziet hoop in ‘Blockadia’, de golf van burgerprotest die je op allerlei plekken in de wereld ziet opduiken wanneer er weer eens ergens een oliepijplijn wordt gepland, wanneer grond of wouden worden vernietigd, wanneer geld wordt gestopt in banken of wapens in plaats van in een schoner milieu.

Wat met persoonlijke gedragsverandering, het aannemen van een duurzamere levensstijl waar heel wat mensen individueel voor kiezen en waar ook de overheid ons maar al te graag toe aanzet, als het tenminste niet betekent dat we minder gaan consumeren? Geen van beide auteurs wijst dit af, anderzijds beschouwen ze het ook als één van de vele vormen van ontkenning: ‘ik hou me met m’n eigen tuintje bezig en aan de rest kan ik toch niks veranderen’.

Voor zover je een wake-up call nodig hebt in deze materie, vind je die zeker in ‘Als de laatste boom geveld is, …’ of in ‘No time’. Mij gaven ze in elk geval een flinke schop.

Sandra