Eenvoudiger Leven Tip # 15 – Elf tips voor meer in het nu zijn

Geplaatst op

Ik weet het, het is een dooddoener, dat we gelukkiger worden van meer in het nu zijn. De realiteit is wel dat het klopt, én dat de meesten van ons er het grootste deel van de tijd niet in slagen, mezelf inbegrepen. Onze gedachten zijn overal behalve hier en nu. Al dan niet pijnlijke herinneringen, knagende onrust om wat zou kunnen komen of gefrustreerd verlangen naar wat – hopelijk, maar misschien ook niet – gaat gebeuren, houden ons zowat de hele tijd in beslag. Onze geest lijkt wel een bende rondrennende konijnen in een veld. Nu zijn rondrennende konijnen best schattig, maar niet in je hoofd en lijf. Het komt erop neer dat we zowat de hele tijd in de virtual reality leven van verleden of toekomst. Raar toch als je erbij stilstaat? Kunnen we daar ook iets aan doen? Natuurlijk. Het vergt oefening, maar geef jezelf vooral een pluim elke keer dat je je plots bewust wordt en van je hoge wolk van niet-nu afdaalt naar nu. Hier zijn 11 tips om je daarbij te helpen.

1. Adem

Ademen is ons allereerste instrument om te zijn waar we zijn. Het grootste deel van de tijd doen we het onbewust, maar wanneer je beseft in-uit-in-uit en daar even aandacht voor hebt, ben je plots helemaal aanwezig in het moment.

2. Zeg regelmatig tegen jezelf ‘dit moment is belangrijk’.

Wat je ook aan het doen bent – douchen, de was opvouwen, eten, overstuur zijn, Facebooken, om het even – als je op lukrake momenten zonder speciale reden tegen jezelf zegt ‘Dit moment is belangrijk’ krijg je op de duur meer bewustzijn. En kan je effectief in de gewoonste momenten iets bijzonders ontdekken.

3. Je lichaam scannen

Neem de gewoonte aan om verschillende keren per dag je lichaam te ‘scannen’, niet vanuit je hoofd, maar vanuit wat je voelt. Registreer zonder te oordelen: dit plekje heeft warm, daar doet het een beetje pijn, deze houding voelt ongemakkelijk, dit kledingstuk zit heerlijk, ik wil nu beweging, etc.

4. Je gevoelens scannen

Dikwijls laden we een gevoel bovenop ons oorspronkelijke gevoel. We nemen onszelf kwalijk dat we ons ergeren, we schamen ons omdat we ons down voelen of we vinden onszelf té wanneer we verliefd zijn. Je gevoelens scannen betekent dat je bij het oorspronkelijke gevoel blijft en daar ‘in’ bent. Stel gewoon vast – teleurstelling, vreugde, verdriet, dankbaarheid, … – en laat het daarbij.

5. Je gedachten scannen – en onderbreken

We kennen het allemaal wel: gedachten die maar doorratelen en niet kunnen stoppen. Monologen in ons hoofd waarbij we iemand eens goed de waarheid zeggen. Negatieve en dikwijls repetitieve oordelen over onszelf. Elke keer wanneer je je ervan bewust wordt, kan je besluiten ‘ik wil hier nu mee stoppen!’ en je afwenden van de malende gedachten, desnoods enkele keren achter elkaar.

6. Flow ervaren

Over flow ging Tip 14. Niks beters om helemaal in het nu te zijn dan wanneer je flow ervaart.

7. Aandacht

Telkens wanneer je volledige aandacht hebt voor wie of wat zich voor je neus bevindt – of het nu je kind, je collega, een zonsondergang of je kookpotten op het fornuis zijn – ben je helemaal aanwezig.

8. Acceptatie

Wanneer je erop begint te letten, besef je dat we ons heel dikwijls verzetten tegen wat er is. Het is koud en waarom regent het alweer? Moet zij/hij per se vervelend doen? Ben ik nu echt diegene die altijd de haren uit de afloop moet halen? Hé bah, opstaan wanneer het nog donker is, is pure ellende … Elke keer wanneer je kan accepteren dat er is wat er is, daal je neer op deze aarde en land je middenin het nu.

9. Non-verbale communicatie

Iemand glimlacht naar je op straat, iemand legt een hand op je arm, je knuffelt je partner, hebt je baby of je huisdier op schoot, … Wanneer jij en een ander elk van jullie kant een fysiek gebaar kunnen geven/ontvangen, ben je vanzelf even hier en nu.

10. Lachen

Behoeft geen uitleg, denk ik. Lachen is therapie en medicijn voor zowat alles. Lachen en tegelijk je in gedachten ergens heel anders bevinden is verdraaid moeilijk. Laat je dus vooral verleiden om veel te lachen.

11. Zwaai je verhalen uit

Onlangs las ik deze: ‘Zo lang we aan onze verhalen vasthouden, verkiezen we het verleden boven dit moment.’ (Michael Brown). Hoe herken je een verhaal bij jezelf? Verhalen bevatten meestal oordelen, onze persoonlijke interpretatie van iets wat gebeurde waar we niet van kunnen afstappen, waardoor we ook de gebeurtenis niet achter ons kunnen laten. ‘Toen sms’te zij mij drie nietszeggende zinnen en liet ze mij totaal respectloos in de steek’ is een verhaal dat je voor jezelf geconstrueerd hebt. Je kan veel gemakkelijker loslaten als je de situatie bekijkt als ‘Toen stuurde ze mij een sms en beëindigde daarmee de relatie’.

Heb jij nog meer hier-en-nu-tips? Delen graag!

Sandra

Advertenties

Kapitalisme en een gezonde aarde gaan niet samen

Geplaatst op Geupdate op

 

De auteur is niet aansprakelijk voor gevoelens van onbehagen of pessimisme die de lezer kunnen overvallen bij het lezen van de eerste hoofdstukken van dit boek.’

Niet gespeend van enig cynisme zet Ludo De Witte meteen de toon in ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op.’ Het moet gezegd: middenin het verhaal duiken van de klimaatopwarming, de achtergronden en de manier waarop wereldleiders er (niet) op reageren is harde materie.

 

Dat geldt net zo goed voor ‘No Time – Verander nu voor het klimaat alles verandert’ van de Amerikaanse journaliste Naomi Klein. Beide boeken gaan uit van dezelfde stelling: kapitalisme en een gezonde aarde gaan niet samen, als we de klimaat- en andere rampen die ons boven het hoofd hangen willen vermijden, moet het kapitalisme op de schop.

Klein en De Witte vullen elkaar daarin perfect aan, De Witte refereert ook meermaals naar Klein. Het verschil zit hem vooral in de reikwijdte van hun publicaties: De Witte houdt het met goed 200 pagina’s bescheiden en richt zijn kritische pijlen vooral op de Belgische context, terwijl Klein andermaal een adembenemend staaltje onderzoeksjournalistiek van meer dan 500 pagina’s aflevert en een bredere blik hanteert die zowat de hele wereld bestrijkt.

En ja, je wordt er meer dan eens ronduit kwaad van, van deze lectuur. Klein schetst hoe sinds de jaren 1990 er een parallelle evolutie heeft plaatsgevonden: door allerlei handelsakkoorden hebben de internationale vrijhandel en de globalisering een hoge vlucht genomen, terwijl wat de zorg voor het klimaat en de aarde betreft we ons sinds de Klimaattop van Rio in 1992 van het ene nietszeggende akkoord naar de volgende geflopte Top hebben gesleept. Reden: het primaat van ons economische systeem, dat drijft op liberalisering, deregulering, verlaging van belastingen en beperking van overheidsingrijpen, terwijl voor het tegengaan van de klimaatopwarming nu net het tegenovergestelde nodig is. Overheden durven niet in te grijpen uit angst dat hen protectionisme of godbetert communisme zal worden verweten, de olie- en gassector is oppermachtig en lobbyt net zo lang tot elke maatregel om de opwarming onder de gevreesde 2° te houden wordt afgezwakt of afgevoerd. Want de dwingende logica van de fossiele-brandstoffenindustrie is onverbiddelijk: elke druppel olie, elke vleug aardgas zal aan de aarde worden onttrokken. Intussen zijn we zover dat alleen nog met risicovolle technologieën olie en gas valt te winnen: diepzeeboringen, olie uit teerzanden waarvan de ontginning vele keren vervuilender is dan die van conventionele olie, schaliegaswinning waarbij grote hoeveelheden van het sterke broeikasgas methaan vrijkomen en die gepaard gaat met enorme watervervuiling.

Zowel Klein als De Witte halen eerder aangereikte oplossingen voor het klimaatprobleem onderuit. Ze geloven niet in groen kapitalisme, wondertechnologieën die de koolstof voor ons uit de lucht zuigen en maximaal inzetten op hernieuwbare energie als dat betekent dat die energie wordt gebruikt om nog meer Mercedessen te produceren. Klein schrijft een bijzonder cynisch hoofdstuk over de Virgin Climate Change van Richard Branson, of hoe opzichtige ‘groene’ initiatieven van grote bedrijven uiteindelijk toch maar één doel dienen, namelijk winst maken.

Beide auteurs klagen het gegeven aan dat er geen verzet en aanzet tot verandering komt uit de hoeken waar die vandaan zouden moeten komen en stellen vast dat overheden zich doorgaans zwak opstellen en niet durven of kunnen ingaan tegen de dwang van economische gegevenheden. De Witte constateert dat socialisten en groenen zich in het heersende economische discours inpassen en ervan uitgaan dat met wat retouches aan het systeem alles in orde komt. Klein heeft het over de groeiende verwevenheid van grote milieu-organisaties en het bedrijfsleven in de VS: organisaties worden ruime donaties aangeboden, zwichten voor het geld en kunnen niet langer ‘luis in de pels’ zijn.

Is er bij dit alles ook nog enige uitkomst? Ludo De Witte ziet die in het ecosocialisme, wat kort gezegd neerkomt op het opnieuw meer macht verwerven van volksbewegingen via het in handen nemen van de zogenaamde commons – goederen die ooit gemeenschappelijk waren zoals de publieke ruimte, gemeenschapsgronden, water, lucht. Zowel De Witte als Klein verdedigen ook de stelling dat de ecologische uitdagingen waar we voor staan geen zaak zijn van de milieubeweging alleen, maar samenhangen met andere kwesties: sociale ongelijkheid, vluchtelingenproblematiek, vrouwenrechten, rechten van inheemse bevolking, en dus ook gezamenlijk moeten worden aangepakt. Klein ziet hoop in ‘Blockadia’, de golf van burgerprotest die je op allerlei plekken in de wereld ziet opduiken wanneer er weer eens ergens een oliepijplijn wordt gepland, wanneer grond of wouden worden vernietigd, wanneer geld wordt gestopt in banken of wapens in plaats van in een schoner milieu.

Wat met persoonlijke gedragsverandering, het aannemen van een duurzamere levensstijl waar heel wat mensen individueel voor kiezen en waar ook de overheid ons maar al te graag toe aanzet, als het tenminste niet betekent dat we minder gaan consumeren? Geen van beide auteurs wijst dit af, anderzijds beschouwen ze het ook als één van de vele vormen van ontkenning: ‘ik hou me met m’n eigen tuintje bezig en aan de rest kan ik toch niks veranderen’.

Voor zover je een wake-up call nodig hebt in deze materie, vind je die zeker in ‘Als de laatste boom geveld is, …’ of in ‘No time’. Mij gaven ze in elk geval een flinke schop.

Sandra

Eenvoudiger Leven Tip # 14 – 5 tips voor meer flow

Geplaatst op Geupdate op

Natuurlijk weten we het wel: dat het belangrijk is om regelmatig die dingen te doen die ‘echt ons ding’ zijn. Maar er is vaak zoveel anders wat zich op de voorgrond dringt en ‘ik ben prioritair’ schreeuwt.  De job, de kinderen, eten op tafel, geld op de rekening, de zoveelste huishoudklus en de to do-lijstjes zijn allemaal samen perfect in staat om ons voortdurend van ‘ons ding’ weg te houden.

Maar wat is dat ‘je ding’? Weet jij het voor jezelf? Het zijn die bezigheden waarbij we ‘flow’ ervaren, een begrip van de Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi (wat een naam heeft die man!).

Het gaat om dingen waar we een zeker talent voor hebben.
We kunnen er urenlang geconcentreerd mee bezig zijn.
We raken in een staat van bewustzijn waarbij we de tijd uit het oog verliezen.
We voelen een juist evenwicht tussen uitdaging (het is moeilijk genoeg, maar niet te moeilijk) en routine (het wordt nooit zo gemakkelijk dat we ons gaan vervelen).
We zijn in staat onszelf bij te sturen door onszelf feedback te geven terwijl we bezig zijn.
We voelen ons van binnenuit gemotiveerd omdat we gewoon genieten van wat we doen.

Vind jij zulke flow-momenten in je werk? Dan heb je het getroffen, koester die job. Voor velen liggen flow-ervaringen buiten hun werkuren, maar nodig hebben we ze allemaal. Ze voeden ons, geven energie en zelfwaardegevoel. We kunnen er ook waardering van anderen door krijgen of onze talenten delen.

Hier zijn 5 tips voor meer flow:

  1. Als je niet goed weet wat ‘jouw ding’ is, ga dan eens terug naar je kindertijd. Wat deed je toen graag, waardoor verloor je het besef van tijd? Kan je die passies als kind doortrekken naar je volwassen leven?
  2. Reserveer momenten om met je passies bezig te zijn en zet ze in je agenda net als je zakelijke of gezinsafspraken. Hou je er ook aan!
  3. Neem de tijd. Flow is geen kwestie van de on/off-knop omdraaien. Vaak moet je er even inkomen. verwacht niet van jezelf dat je vanaf minuut één de juiste stemming te pakken hebt.
  4. Probeer een speelse houding te vinden. Flow heeft vaak te maken met creativiteit. Sta jezelf dus toe te experimenteren en neem het niet te serieus, daar komen meestal de mooiste resultaten uit voort.
  5. Onderzoek welke afronding voor jou het beste werkt. Je kan doorgaan tot je moe en hongerig bent en helemaal voldaan of je kan stoppen op een vooropgezette tijd en een ‘staartje’ laten liggen waarmee je een volgende keer direct weer de draad kan oppikken.

Zin om hieronder te delen wat voor jou echte flow-bezigheden zijn? Doen!

Sandra

Zelf maken: dit is geen zuurkool, wel kraut-chi

Geplaatst op Geupdate op

Wie wil er nog zuurkool – lauwwarme drab bij een broodje met worst op de kermis is mijn eerste onaangename associatie – als je ook kraut-chi kan maken? Never heard of? Kraut-chi is de samentrekking van sauerkraut en kimchi. Beide hebben als basis gefermenteerde kool, maar het eerste komt uit de Europese keuken en het tweede uit de Koreaanse. Combineer je beide, dan krijg je kraut-chi, een fris-zurige groentensalade. Het is heel eenvoudig te maken op een tv-loze winteravond.

Dit heb je nodig: een grote, goed schoongeboende emmer of teil, glazen potten met schroef- of clipdeksel, groenten (allerlei samenstellingen zijn mogelijk volgens wat je in huis hebt, in ons geval was het veel rode en weinig witte kool. Opletten met pompoen en wortel, daarvan gebruik je naar verhouding best niet te veel omdat ze minder water bevatten dan kool), messen, dunschiller, zout en smaakmakers. In dit geval look, gember, venkelzaad en jeneverbessen, maar je kan bv. ook peperkorrels of pepertjes toevoegen als je het graag pittig hebt.

Zo ga je te werk:

Weeg alle groenten. Dit om te weten hoeveel zout je moet toevoegen. Een verhouding van 1,5 à 2% zout is goed. Wij hadden 2 kg groenten en voegden 40 g zout toe.

Snijd alle groenten in snippers of fijne stukjes met mes en/of dunschiller en doe ze in de emmer. Voeg ook het zout en de smaakmakers toe en schep door elkaar. Dat ziet er ongeveer zo uit.

Begin de groenten met je handen te kneden, knijpen, bewerk ze met je vuisten, kortom: laat je maar eens goed gaan. Na een tijdje ziet het er zo uit.

Blijf doorkneden tot de groenten flink vocht afgeven en er onderaan in de emmer een bodempje sap staat. Lukt dit niet goed? Dan ken je nog iets meer zout toevoegen of een beetje water dat je eerst gekookt hebt en hebt laten afkoelen. Wanneer je mengsel klaar is schep je het over in de glazen potten, goed aandrukken, heel de pot vol. Als je de groenten aandrukt, moet er meteen vocht naar boven komen.

Schroef de deksels erop en zet de potten in een plastic bakje, op kamertemperatuur. In de komende dagen begint het fermentatieproces. Er zal vocht langs de randen van de potten sijpelen en je kan soms fermentatiegassen horen ontsnappen. Je kan een handje helpen door elke dag de deksels los en weer vast te schroeven om de potten te luchten. Na een vijftal dagen kan je al eens proeven van je kraut-chi. Je kan de potten dan naar een koelere plek verhuizen en ze nog maanden bewaren. Succes en smakelijk!

Vertel hieronder iets over je ervaring met kraut-chi maken als je je aan het experiment waagt.

Sandra

Wie de wereld nu echt voedt – Vandana Shiva

Geplaatst op

Voor het eerst is een publicatie van Vandana Shiva, de Indische onderzoekster en milieu-activiste, in het Nederlands vertaald. Shiva staat bekend om decennia van strijd voor duurzame voedselvoorziening, het behoud en herstel van zaaddiversiteit en de strijd tegen de reuzen van de agro-industrie.

Uitgangspunt van ‘Wie de wereld nu echt voedt’ is het feit dat ons voedsel gereduceerd is tot een handelsproduct dat voer is voor speculatie en woekerwinsten. Landbouw en voeding zijn een slagveld geworden waarop een strijd wordt uitgevochten tussen twee visies: een industriële visie en een ecologische visie. De industriële visie heeft haar wortels in oorlog en overheersing. Voor wie het nog niet wist: bedrijven die chemicaliën produceerden die voor oorlogsvoering waren gebruikt moesten zich na 1945 heroriënteren en gingen zich dan maar toeleggen op kunstmest en pesticiden voor de landbouw. In deze visie wordt de natuur overheerst, is zij dode materie die naar believen kan worden gebruikt, bewerkt en zelfs volgens de behoeften van de mens genetisch gemanipuleerd. Landbouwers die van generatie op generatie kennis over de aarde, zaden en gewassen hebben overgeleverd worden beschouwd als dom en primitief en moeten de industriële visie overnemen of verdwijnen. De industriële landbouw functioneert op fossiele brandstoffen, monoculturen en schaalvergroting.

Daar tegenover staat de duurzame landbouw die kleinschaliger is en ingebed in een lokale gemeenschap en de aarde respecteert als een levend organisme. Deze visie berust op wetten van wederkerigheid: voedingsstoffen worden teruggegeven aan de bodem in plaats van dat deze wordt uitgeput, de kringloop van zaad tot gewas en weer zaad wordt intact gehouden en boeren krijgen een eerlijke verloning voor hun werk.

De industriële landbouw maakt er aanspraak op dat zij de enige is die de wereldbevolking kan voeden en dat meststoffen, pesticiden en ggo’s noodzakelijk zijn, maar volgens Vandana Shiva is dat niet het geval. In werkelijkheid is maar 30% van het voedsel dat we eten afkomstig van grootschalige industriële landbouwbedrijven. De andere 70% komt van kleinere boeren die bescheiden lapjes grond bewerken.  In een aantal verhelderende hoofdstukken licht de auteur met veel feitenmateriaal, cijfers en voorbeelden toe wat de wereld nu echt voedt: dat blijken onder meer een levende bodem, bijen en vlinders, biodiversiteit, de vrijheid van het zaad, lokalisatie en kleinschalige landbouwers te zijn, terwijl meststoffen en verdelgingsmiddelen, giftige monoculturen, zaaddictaturen en globalisering allerlei nefaste neveneffecten hebben die niet in het plaatje worden opgenomen.

In een laatste hoofdstuk krijg je als lezer een aantal transities aangereikt die voor een ommekeer kunnen zorgen: bijvoorbeeld van zaad als het intellectuele eigendom van bedrijven naar zaad als gemeenschappelijk eigendom, van mechanische en reductionistische wetenschap naar een agro-ecologische wetenschap gericht op relaties en verbondenheid, … Allemaal mooi natuurlijk, maar de realiteit blijft er voorlopig helaas één waarbij chemiereuzen processen winnen tegen landbouwers wanneer hun akkers met genetisch gemanipuleerde gewassen worden besmet in plaats van omgekeerd, waarbij in sommige landen boeren massaal zelfmoord plegen omdat ze door multinationals van hun grond en bestaansmiddelen worden beroofd, waarbij voedsel duizenden kilometers aflegt terwijl het net zo goed lokaal kan worden betrokken en waarbij sommige gewassen voornamelijk dieren voeden bestemd voor de op hol geslagen westerse vleesconsumptie, terwijl elders hongersnood heerst.

‘Wie de wereld nu echt voedt’ stelt de zaken scherp, Vandana Shiva neemt nergens een blad voor de mond en dat levert lectuur op die informatief zij het niet altijd prettig is. Bij mij blijft dan wel altijd de vraag achter: wat kan ik ermee? Geen vlees eten, lokale landbouw steunen, écht voedsel eten in plaats van de pakjes, zakjes en potjes van Danone, Nestlé en Unilever, zelf een moestuin onderhouden? En is dat genoeg? Ik heb er eerlijk gezegd geen antwoord op.

Sandra

 

 

Plasticvrij Leven – Stap voor stap

Geplaatst op Geupdate op

Ik geloof dat ik me had voorgesteld om in één keer Zero Plastic te gaan. Zoiets als de alcoholicus die besluit geen druppel alcohol meer te drinken of de roker die finaal stopt. Maar zo werkt het dus niet voor plastic. Dat is helaas zo alomtegenwoordig en zo verweven met onze dagelijkse consumptie dat het tijd, planning en geduld kost om de omschakeling te maken. Stap voor stap dus. Hier zijn, ter inspiratie, mijn recentste stapjes.

Losse thee in plaats van thee in builtjes. De evolutie naar thee in piramidevormige zakjes gemaakt van polyethyleen liet ik eerder al zo veel mogelijk aan me voorbij gaan. Toen ik bij recent opzoekingswerk ontdekte dat de meeste papieren theezakjes behandeld zijn met een laagje polypropyleen om ze steviger te maken en het dus geen goed idee is om dag na dag theezakjes in de compostemmer te gooien zoals wij deden, ging de knop om. Weg ermee!

Rijst, quinoa en kokosrasp, wat ik tevoren meestal verpakt kocht, kocht ik recent verpakkingsvrij en daar wil ik ook bij blijven.

Stilaan schakel ik over naar onverpakte specerijen. Onlangs zwarte peper en currypoeder bijgevuld.

Ik maakte nog een keer zelf wasmiddel. Het recept daarvoor is heel eenvoudig: 40 gram castillezeep raspen en de vlokken oplossen in 2,5 l kokend water. Laten afkoelen en in flessen overgieten. Ik gebruik geen wasverzachter en voeg een katoenen zakdoekje met 7-8 druppels etherische olie naar keuze toe aan de was.

Verder kocht ik 3 kg speltbloem in een papieren zak van Boerencompagnie in plaats van kleine verpakkingen die niet helemaal te recyclen zijn. Extra leuk om te weten dat die bloem maar enkele kilometers heeft afgelegd om in de winkel te raken (van Heverlee naar Leuven).

Door met mensen rond me te praten over plastic minderen breidt mijn kennis ook uit, zodat ik meer opties heb. Zo kwam ik onlangs in The Food Hub in Brussel (die in Leuven kende ik al een tijdje) en vertelde een vriend me over Terrabio, ook in Brussel. In Leuven ging in de Sluisstraat Content 2.0 open, een tweede verpakkingsvrije winkel.

Misschien vraag je je nu af of plasticvrij niet duurder uitkomt. Vaak zijn verpakkingsvrije producten namelijk ook bio. Ik neem meestal de proef op de som wanneer ik een product overschakel en stel vast dat in vele gevallen de nieuwe keuze ongeveer hetzelfde kost of goedkoper is dan de oude. Voor één item in dit bericht was dat niet het geval: zwarte peper kostte verpakkingsvrij een stuk duurder.

Wat heb ik nog geleerd? Planning is alles. In plaats van gauw even ongepland de supermarkt inrennen zorgvuldig tevoren bekijken wat ik nodig heb en ervoor zorgen dat ik de nodige zakjes en potjes bij me heb. Het is iets meer moeite, maar het is rustiger winkelen en geeft veel meer voldoening achteraf. Het doet mij ook beseffen dat we als consument veel macht hebben. Het economische kaartenhuis staat of valt met wat wij als consument al dan niet willen aankopen. En nu is het hopen dat eindelijk dat verbod op plastic zakjes er ook in Vlaanderen komt. Want af en toe mogen overheden ook wel eens een stap zetten, natuurlijk.

Sandra

 

 

 

Eenvoudiger Leven Tip # 13 – Schiet rustig op

Geplaatst op

We kennen er allemaal wel minstens één: mensen die uit ongebreidelde energie opgetrokken lijken. Ze klussen aan de lopende band of starten vlotjes projecten op. En waar ze zich op toeleggen lijkt ook nog eens moeiteloos richting voltooiing te gaan. Mijn partner noch ik zijn zulke doeners en er is een goeie kans dat jij evenmin zo iemand bent (indien toch wel, kan je dit bericht overslaan).

We hebben allemaal grotere of kleinere dromen: eindelijk een gezellig ingerichte slaapkamer hebben, een fijne tuin vol bloemen en groenten aanleggen, een boek schrijven, een wereldreis maken, de oude job opzeggen en iets anders gaan doen … Over het algemeen is het de omvang – of schijnbare omvang – van dit soort ondernemingen die ons afschrikt en ons in de status quo en het droomstadium houdt. We zullen er wel eens aan beginnen als en wanneer … Waarna de voorwaarden die we stellen natuurlijk nooit uitkomen.

De oplossing?

Stap 1: begin.

Ben je een voorzichtig iemand dan kan je met een stappenplan starten. Schrijf spontaan op welke acties er allemaal nodig zijn voor je grote klus of droom. Het hoeft nog niet in chronologische volgorde te zijn, dat komt later wel. Probeer de stappen zo klein mogelijk te houden. Dus niet als je een wereldreis wil maken: ‘plan de route’, maar ‘ga naar een reisboekhandel of bibliotheek en doe inspiratie op uit reisboeken’.

Ben je een eerder roekeloos type dat zich ergens ingooit, doe dat dan. Start ergens mee, lukraak. Trek de laden en kasten van je slaapkamer open en bekijk wat er allemaal weg kan als eerste stap naar de droomkamer.

Stap 2: schiet rustig op

Je een paar weekends een hernia werken om iets zo snel mogelijk af te hebben is niet leuk. Je hebt het dan wel klaar en de bevrediging kan groot zijn, maar je bent uitgeput en die weekends wil je zo snel mogelijk uit je geheugen wissen. Als je een groot project opdeelt in hele kleine stapjes – zelfs stapjes die je maar 10 minuten kosten zijn meegenomen – heb je veel vaker een gevoel van iets bereikt te hebben. Je kan genieten van elk klein dingetje dat af raakt en je dichter bij het einddoel brengt. Al die tussenstops kunnen je ook telkens energie geven voor de rest van het traject.

Stap 3: hou de regelmaat erin

Er is maar één grote vijand van deze manier van werken, en dat is stagnatie. Je bent tot op een bepaald punt geraakt en plots is er een maand omgevlogen en heb je geen enkel micro-stapje gezet. Ontmoedigend, maar niet getreurd. Je kan de draad gewoon opnemen en doorgaan. Wat kan helpen tussendoor is orde houden: na elk stapje dat je hebt gezet je werkplek zo aantrekkelijk mogelijk achterlaten. Boeken en paperassen netjes opbergen, gereedschap aan de kant leggen, afval opvegen en weggooien. Zo wordt de kans dat je motivatie hebt om een volgende stap te zetten veel groter. Voor wie houdt van systematisch aanpakken kan een agenda bijhouden prima werken : voor jezelf noteren wanneer je wat hebt gedaan en vooruit plannen wanneer je een volgende stap zal zetten.

Ben je geen superenergieke doener, dan kan je dus net zo goed een rustige opschieter zijn. Het leeft eenvoudiger en geeft je waarschijnlijk meer kansen op klein en groot geluk.

Op de foto hiernaast zie je een ‘Micromovement wheel’ voor het breien van een trui gemaakt door SARK, een Amerikaanse auteur/kunstenares/spreker. Zij gaat uit van stapjes die maar 5 minuten hoeven te duren.

Veel succes!

Sandra