Maand: mei 2014

Voor wie moet ik nu in vredesnaam stemmen?

Geplaatst op

Bij de vorige verkiezingen had ik er ook al last van, maar nu wordt het helemaal een gewetenskwestie: hoe stemmen op 25 mei? In alle eerlijkheid kan ik zeggen dat ik sinds mijn 18e consequent op Groen (toen nog Agalev) heb gestemd. Dat zal ik allicht opnieuw doen, zij het bij gebrek aan alternatief. Met een mengeling van onbehagen, verontwaardiging en bezorgdheid stel ik vast dat milieu (klimaatverandering, voedselveiligheid, industriële vervuiling, …) helemaal geen thema is. De belangrijkste kwestie is wie in het zoveelste debat wie vakkundig onderuit heeft gehaald, maar de inhoud … ho maar. Als het al ergens over gaat, dan over economische thema’s: de heilige drievuldigheden à la werkgelegenheid, concurrentiepositie, koopkracht, … Dat intussen vaststaat dat het afsmelten van het West-Antarctische ijsplateau onomkeerbaar is en we over x aantal jaren een stijging van het zeepeil van zo’n meter mogen verwachten, het zal de heren en dames politici worst wezen. Dat zien we dan wel.

En ik snap het: als je herverkozen wil worden, moet je vooral niet komen aanzetten met doembeelden, daar heeft niemand een boodschap aan. Voor de meeste kiezers is bovendien de zorg of ze na de zoveelste herstructurering nog een job hebben meer prangend dan de hypothese dat hun kleinkinderen over 30 jaar met hun hebben en houden in het water staan na een overstroming omdat er nu in 2014 helemaal niks aan die smeltende ijskap is gedaan. Maar toch. Toch zit ik te wachten tot er een keer middenin zo’n eindeloos saai debat een écht groene politicus op de tafel slaat en zegt: ‘Eigenlijk is dat allemaal van de pot gerukt geneuzel, mensen, wat er écht op de agenda zou moeten staan is niks minder dan ons voortbestaan, dus laten we ons nu vooral daarmee gaan bezighouden’. Waarna ze allemaal tot inkeer komen en om ter hardst hun politieke breinen gaan inzetten om de meest clevere maatregelen te bedenken om het verbruik van fossiele brandstoffen omlaag te halen (in plaats van een extra brede, maar wel overkapte Antwerpse Ring aan te leggen), in duurzame landbouw en goed openbaar vervoer te investeren, schone en ethische technologie boven winst te verkiezen etc.

verkiezingenHelaas, het gebeurt niet. Groen noemt zich de enige partij die sociaal én groen is en ja, hun programma komt het dichtst in de buurt bij mijn persoonlijke overtuigingen, maar ook bij hen lees ik geen krachtige taal, voel ik nauwelijks enige urgentie wat milieu en klimaat betreft. ‘Betere jobs, betere economie’, ‘Rechtvaardige beslatingen’, ‘Schone, betaalbare energie’, en blablabla. Niemand durft te zeggen dat ons economisch model in wezen onverzoenbaar is met onze overleving op lange termijn en dat het dus nu is dat alles grondig moet worden herdacht, in plaats van een mini-pleistertje hier en een lapmiddeltje van een paar miljoen euro daar. ‘Groen’ is in de mainstream terechtgekomen en praat net zo goed het economische discours mee als de andere partijen, en dat spijt mij. Intussen werd er op Het Groene Boek gedebatteerd over de noodzaak van minder werken (in plaats van meer en langer) en een nieuwe mobiliteit, over ‘transitie en economie: verbeteren of vervangen?’. Waren daar groene politici aanwezig? Ik zie er in elk geval geen in het sprekerslijstje staan. Hier dus mijn raad: beste Groen, sluit al die klimaatdeskundigen en academici, die actiegroepen en burgerbewegingen die ofwel écht vernieuwende boodschappen brengen ofwel onomwonden zeggen waar het op staat en wat ze willen in de armen, luister naar ze, maak een alliantie van hun deskundigheid, hun engagement en jullie invloed. Vertel een krachtig verhaal dat appelleert aan de onderdrukte bezorgdheid van velen die tot apathie en a-politieke gevoelens is verworden. Zeg duidelijk: ‘het is niet te laat en dit is wat we allemaal kunnen doen voor een aangenamer, schoner, trager leven.’

Dan kan ik tenminste weer in eer en geweten in plaats van halflauw voor jullie stemmen.

Sandra

Op zoek naar gelijkgestemden

Geplaatst op

Voor we verhuizen naar onze nieuwe stek doen we alvast wat prospectie in de streek: wat beweegt er zoal aan groens, waar vinden we gelijkgestemden die ook onze richting uitdenken? Eerst waren we een beetje bang om in ecologisch niemandsland terecht te komen, maar dat blijkt onterecht. Er gebeurt heus wel wat in deze stip waar 4 provincies (Vlaams-Brabant, Limburg, Luik en Waals-Brabant) gezellig tegen elkaar aan liggen.

lets logoVorige week kwamen we terecht op de openingsvergadering van LETS Landen in een prettig ingerichte schuur in Attenhoven. LETS (Local Exchange and Trading System, je hebt ze op allerlei plekken in Vlaanderen en Nederland ) staat voor het ruilen van diensten binnen een lokale gemeenschap.  Je kent het wel: Lies maait het gras bij Rita, Rita vangt de kinderen van Ben en Christine op, Christine helpt Eric met behangen, Eric knipt Rita’s haar etc. Doe je een klus, dan krijg je een afgesproken bedrag in een lokale munt dat je zelf dan weer kan inzetten om een dienst van een ander te belonen. Er komt geen euro aan te pas, dus het is lekker zuinig. Klussen waar je zelf de pest aan hebt, kan je uitbesteden aan iemand die ze met liefde op zich neemt, je leert nieuwe mensen kennen, je netwerkje wordt groter en de gemeenschap wordt hechter. In het nabije Tienen wordt al een paar jaar geletst, maar een groepje enthousiastelingen vond dat Landen z’n eigen LETS moest hebben, et voilà: op een zonnige zondagmiddag stelt de initiatiefgroep het resultaat voor van heel wat uren voorafgaand vergaderen. De opkomst is prima: 25 à 30 volwassenen luisteren naar de toelichting, stellen vragen en schrijven zich in, terwijl kinderen van allerlei leeftijden buiten hun eigen ding doen of op de schoot van mama of papa erbij zijn. Na het officiële praatje is het tijd voor taart en drankjes en verder kennis maken en kletsen. Voor Marc en mij is het een verademing om te merken dat we zonder veel moeite de weg vinden naar mensen die ook kritische vragen stellen bij onze prestatie-economie, niet per definitie een (of twee) auto(‘s) hebben en zin hebben om dingen voor elkaar te doen. We zijn hier nog helemaal niet gesetteld, maar toch voelt het al een beetje als thuis komen. En nu uit de startblokken raken met dat letsen, want met inschrijvingen en voornemens alleen komt zo’n netwerk natuurlijk niet van de grond.

Verder spoorden we ook nog naar Ezemaal, vanwaar we naar Eliksem fietsten. Daar vind je De Koningsmolen, een co-creatief project dat wonen, werken en leren wil integreren in een beschermde vierkantshoeve met watermolen uit de 12e eeuw. Er komen een aantal woningen, er is ruimte voor bedrijfjes, workshops, ateliers en een groenten- en bloementuin en ook gemeenschapsvorming met het omliggende dorp ligt de bewoners nauw aan het hart. De plek is alvast prachtig, rustig gelegen aan het water. Initiatiefnemer Judith Heezen vertelt ons over de ambitieuze plannen, wij hebben het over onze zoektocht en eerste stappen naar een andere manier van leven waarbij ‘onze zin doen’ (of laten we het wat minder vrijbuiterig  ‘onze passies volgen’ noemen) het uitgangspunt vormt. Zijn er synergieën mogelijk, mondt dit contact ergens in uit? Dat zien we nog wel, voorlopig zijn kennis maken en wat tips sprokkelen voor verdere contacten een goed begin.

En dan weer terug naar onze intussen bijna oude thuis. Waar in het landschap van kamers al wat kasten ontbreken, waar met goeie moed wordt gesorteerd (leve de rommelmarkt) en waar de eerste verhuisdozen vol raken.

Sandra

 

 

What’s up in de Villa?

Geplaatst op

Soms lijkt het alsof het wat stil is in Villa Vanzelf. Maar eigenlijk lijkt dat alleen maar zo omdat er nog niet veel concrete output te zien valt. Onder de oppervlakte gebeurt er best wel veel. En ook wat niet gebeurt, is gebeurtenis, maar goed, daar worden we misschien wat te filosofisch. Om het even concreter te maken: hoe schrijf je een business plan als je niet van plan bent om een ‘business’ te starten en je net weg wil van denken in termen van winst, groei, promotie, produkt, prijs, doelgroepen en andere van die economische ondingen. We merken dat elke reden om alweer niet aan dat geplande overleg over ons business plan te beginnen welkom is. Hoe kan je de vereisten van zo’n business plan en het feit dat je onvermijdelijk uitkomt bij het statuut van zelfstandige, met alle horror die daarbij komt kijken van afbakenen van je activiteiten, betalen van sociale bijdragen die in stijgende lijn gaan, btw, boekhouding etc rijmen met het gegeven dat wat we op de eerste plaats willen, is: net genoeg verdienen om eenvoudig maar kwaliteitsvol te kunnen leven en ons hart volgen in de projecten die op ons pad komen, waarbij niet exact valt te voorspellen in welke vooraf gedefinieerde economische categorie die activiteiten zullen thuishoren. Het is voorlopig nog vraagteken-gebied. Marc leest ter inspiratie ‘Een tevreden leven – 60 jaar zelfvoorzienend leven’ van Helen en Scott Nearing.

een_tevreden_levenDit Amerikaanse koppel trok in de jaren 1930 (!) tijdens de toenmalige economische depressie weg uit de stad, vanuit de overtuiging dat een andere manier van leven nodig was. Ze kochten een oude boerderij en gingen zoveel mogelijk zelfvoorzienend leven, wat ze zo’n 60 jaar met vallen en opstaan volhielden tot aan hun dood (hij werd 100, zij 91). Als er wat uit die lectuur komt, delen we het zeker. En misschien wordt het ook nog wel wat met dat business plan, wie weet.

Renovatievoorbereidingen liggen voorlopig een beetje stil, maar er staat alvast een heel concrete datum in de agenda’s: op 13 mei is de aankoop van onze ‘Villa Vanzelf’ rond en kunnen we erin trekken. In de praktijk zal dat eerder voor juni-juli zijn.

Ook aan mijn heel persoonlijke droom wordt verder gewerkt, want dromen die alleen in je hoofd zitten, daar pas ik intussen voor. Nadat ik slaagde voor mijn piano-auditie aan het conservatorium moest ik onlangs in de notenleerproef bewijzen dat ik in staat ben om muzikale ritmes en lukrake notenreeksen op papier te krijgen en een korte partituur a capella te zingen. Toen ik een paar uur later tussen een bende voornamelijk 18-jarigen zat en het opleidingshoofd bij het voorlezen van de resultaten na mijn naam dat ene woordje ‘ja’ zei, was ik een intens gelukkig mens. Om enkele dagen later een flinke klap op mijn kop te krijgen. Goed, ik was helemaal geslaagd voor de toelatingsproef, maar dat betekende nog niet dat ik een pianodocent had gevonden die met mij aan de slag wil. Plots ontmoette ik alleen maar weerstand, twijfel en scepticisme bij een paar docenten met wie ik eerder contact had gehad: heb ik nog wel groeimarge op mijn leeftijd, zo’n studie is echt wel heel moeilijk, zelfs voor erg begaafde 18-jarigen, wat wil ik er trouwens mee gaan doen, etc. Ik was het al geweldig gaan vinden, de openheid en vriendelijkheid die ik eerst had ervaren. Maar goed, wie buiten de lijntjes kleurt kan tegenstand verwachten, dat weet ik al langer. Wat het mij wel leert: zelf geloof ik absoluut in mijn groeimogelijkheden, ook zonder dat een ander me daarin hoeft te bevestigen en zelfs als de ‘deskundigen’ aan het twijfelen slaan. Ik moet dus op zoek naar de docent die samen met mij wél gelooft dat je op mijn leeftijd nog een hogere studie piano kan aanvatten en ergens kan komen. Ik maak er werk van en heb goeie hoop.

Marc leert intussen de ins en outs kennen van het indienen van een Europees Erasmus+ -project. Onder de noemer  ‘Living Off the Landscape’ werkt hij samen met enkele anderen onder de vleugels van de transitiebeweging een project uit over het eetbare landschap, waaraan ook partners uit Estland, Slovakije, Roemenië, UK … zullen deelnemen. Tenminste, als het allemaal netjes in een dossier terechtkomt dat ook het fiat van de Europese instellingen krijgt. Want dat blijkt in de praktijk wel wat wikken en wegen: waar ligt het evenwicht tussen je project aanpassen aan vereisten zodat je er financiering voor kan krijgen en vasthouden aan je eigen ideeën en principes over wat inhoudelijk het sterkste project zou zijn. Soms een beetje koorddansen. Maar ook daar leer je weer wat van natuurlijk.

Sandra