Maand: juli 2014

Je geld of je leven?

Geplaatst op Geupdate op

Sinds mijn partner een punt heeft gezet achter z’n werk als boswachter om te gaan freelancen ben ik in de greep van een vage onrust die af en toe een acute piek vertoont. Waar het om gaat? Geld, dat is duidelijk. Gelukkig hebben we een spaarpotje dat ons in staat stelt om deze keuze op de eerste plaats te maken. Anderzijds zijn onze reserves ook niet onmetelijk, hebben we net een huis gekocht, moeten we 5 (bijna) volwassen mensen voeden, kleden en van ander modern comfort voorzien én hebben we komend schooljaar twee studenten in hoger onderwijs (één daarvan ondergetekende, die dus de komende tijd ook geen inkomen zal inbrengen). Hélp! Hoe moet dat nu met één van de waarden die we graag centraal zouden stellen in ons leven: streven naar eenvoud, naar een bescheiden maar voldoende in plaats van een maximaal inkomen en naar zoveel mogelijk geldloze transacties. Dat ‘bescheiden’ is de sleutel. Wat is bescheiden eigenlijk? Spontaan denk ik dan: genoeg om gezond te kunnen eten, af en toe een (liefst tweedehands) kledingstuk te kunnen kopen, de lopende rekeningen te betalen en wat uitjes te hebben of een hobby te kunnen beoefenen. Zo eenvoudig is het helaas niet. Sinds ik aan het eind van de maand een overzicht maak van de uitgaven, schrik ik keer op keer. Hebben we echt zoveel geld uitgegeven? En zullen we erin slagen met freelance werk gelijkaardige uitgaven, waarin niet veel te snoeien lijkt, te blijven maken? Keuzes dringen zich op: gaan we voor een ecologische renovatie van ons nieuwe huis waarbij we het werk voornamelijk uitbesteden (lees: eerder grote uitgaven, eerder high tech materialen en technieken, kleine persoonlijke investering in energie en tijd) of proberen we zoveel mogelijk zelf te doen (lees: kleinere uitgaven, low tech en recuperatiematerialen, grote persoonlijke investering in tijd en energie).

geldHet drukt mij zwaar met de neus op wat ik natuurlijk al wel wist: dat we in een samenleving leven die doordrongen is van geld als drijvende kracht achter alles. Een complexe samenleving waar gezinnen honderden euro’s uitgeven aan dingen die niet rechtstreeks ten gunste lijken te komen van pure overleving: belastingen, interesten, taksen, verzekeringen, … Waar het wel lijkt alsof de overheid belang hecht aan de persoonlijke ontwikkeling van haar burgers, maar laten we wel wezen: opleidingscheques en levenslang leren moeten er op de eerste plaats voor zorgen dat een steeds sneller evoluerende economie blijft draaien. Je krijgt er een ethiek van het geld door die allesoverheersend is, van het leven van een individu tot het internationale politieke toneel. Ferme taal spreken tegen Israël in de Palestijnse kwestie of Rusland over Oekraïene? Economische verwevenheid, bondgenootschappen en gaskranen halen het altijd van ethisch bewustzijn.

Maar ik wijk af. En ja, ik snap het heus wel: ‘u dacht toch niet dat alle verworvenheden van een moderne maatschappij zomaar gratis kunnen worden aangeboden, mevrouw? Gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, voorzieningen, veiligheid, … ‘. Toch knaagt het. Is het eigenlijk wel mogelijk om eenvoudig te leven in deze tijd? Ons dagritme is zowat volledig afgestemd op het verdienen van geld. Het ritme van onze kinderen op het feit dat wij geld moeten verdienen. Ik merk het des te sterker omdat het nu – heel even – niet het geval is. De kinderen hebben vakantie en wij zitten in de windstilte tussen het verlaten van oude bezigheden en het aanvatten van nieuwe. En eigenlijk … is dat heerlijk. Kunnen opstaan op je eigen ritme – en nee, dat betekent in ons geval helemaal niet de halve ochtend in je nest blijven liggen -, meester zijn over je eigen tijd, werken aan wat je nauw aan het hart ligt zonder dat er deadlines moeten worden gehaald. Doorheen de dag thuis kunnen zijn, niet de boodschappen in dat ene gaatje van een half uur in de agenda hoeven persen, momenten vinden om samen te zijn als gezin, als partners, als ouder met één van je kinderen.’ Tja, dat is toch gewoon vakantie houden en dat valt nu eenmaal niet eeuwig vol te houden’, hoor ik de kritische, zakelijke stemmen al. Voor mij voelt het niet als vakantie, het voelt gewoon als leven, het leven dat ik zou willen leiden. Maar dat lijkt dus niet te kunnen. Voorlopig kom ik er even niet uit. Maar ik blijf denken en als het allemaal wat helderder wordt, hoor je het wel.

 

 

 

 

Van regen en bodem, droom en werk

Geplaatst op

De zomerdagen waren helemaal voorbij en het regende alsof er dringend een nieuw record moest worden gevestigd of een volgend bewijs van klimaatverandering afgeleverd. Tikkeltje vervelend af en toe als fiets en openbaar vervoer je transportmiddelen zijn. Ik stap bijvoorbeeld bank, bakker of supermarkt in, trek de kap van mijn regenjas van mijn verfrommelde kapsel, stel vast dat mijn toch lichtjes astronaut-achtige regenbroek dat typische swish-swish-geluid maakt bij het stappen en zie zowat iedereen rond me kraaknet met een luchtig bloesje of short en sandalen lopen. Want ja, het is toch zomer, binnen heersen ideale temperaturen en als je overal met je auto tot net voor de deur kan tuffen heb je geen behoefte aan regenjassen en -broeken.  Het voelt een beetje vreemd, maar koppig als ik ben vind ik vooral hen vreemd en niet mezelf: ik vind het normaal om met het weer te leven en de effecten ervan te voelen, vind het eigenlijk fijner dan dat autococonnetjes-leven, ook al betekent het dat ik creatief moet zijn om droog te blijven en soms onvermijdelijk nat word. Maar hé, geen gezeur of gemoraliseer, ieder z’n ding. Binnenkort worden wij trouwens ook weer autogebruikers, zij het geen autobezitters. In onze buurt zit namelijk een ‘particulier autodeelproject’ met praktische ondersteuning  van Autopia en daar stappen we meteen in.

IMG_5300In de tuin werken zat er met die bijbelse regen niet in, maar wordt stilaan dringend. Ik denk met enig heimwee terug aan het courgette-overschot en de pompoenberg van vorig jaar. Wegens het verhuizen hebben we dit jaar geen groentenoogst. Wat zaaien voor nazomer- en herfstgroenten kan en ook een tuinontwerp maken staat op de agenda, maar structuur en planning zijn niet onze sterkste kanten. Marc doet alvast voorbereidend werk door het lezen van ‘Het bodemvoedselweb’. Jeff Lowenfels en Wayne Lewis werken daarin de stelling uit dat ‘alle kleine beestjes helpen’. In ons achterhoofd weten we allemaal wel dat een gezonde bodem barstensvol leven zit: wormen en insecten, schimmels en micro-organismen creëren een voedende omgeving voor planten. Toch zijn we geneigd om het complexe evenwicht te verstoren: we gebruiken kunstmest, strooien slakkenkorrels, … met als resultaat dat we afhankelijk worden van een arsenaal kunstmatige en vaak giftige substanties. ‘Het bodemvoedselweb’ leert je hoe je eenvoudig het bodemtype van je eigen tuin kan vaststellen door de verhouding  klei-zand-silt te onderzoeken en hoe je het bodemvoedselweb kan versterken, zodat je groenten kan kweken in ideale omstandigheden en erin kan slagen om plagen te vermijden zonder spuiten en sproeien. De vertaling uit het Engels is van Marc Siepman, die zich humist en ambassadeur van het bodemleven noemt en in Nederland en België cursussen en lezingen geeft over het onderwerp.

En ten slotte wordt droom omgezet in werk en realiteit. Marc heeft zich gevestigd als zelfstandige en bereidt een activiteitenpalet voor gaande van het helpen schrijven van bosbeheerplannen, het geven van workshops en cursussen over oa. permacultuur en composttoilet tot het begeleiden van wandelingen. Ik heb mijn online voorinschrijving rond aan LUCA School of Arts  en denk na op welke manier ik mijn muziek kan delen en er echt ‘mijn werk’ van maken. Daar zitten we dan weer in het droomstadium. Ik droom ervan om klassieke muziek uit de concertzaal te halen en ze naar straat en plein, huiskamer, station en gevangenis te brengen. En vraag me af hoe ik de link kan maken met ecologisch leven. Ook onze kinderen pendelen tussen droom en realiteit. Onze zoon gaat filosofie en economie studeren aan de KU Leuven, na 7 jaar volledig unschoolen en zonder diploma middelbaar onderwijs, en ook onze dochters zoeken hun weg naast de gebaande paden. Niet altijd makkelijk, maar er komt zeker iets uit de bus.

 

 

Verhuisd naar de Villa

Geplaatst op Geupdate op

Even een paar weken stilte want de Grote Volksverhuizing naar Villa Vanzelf vond plaats en toen volgde zelfs een hele week zonder internet. Wat we trouwens met z’n allen overleefden. Wat me het meeste bijblijft: de massa spullen die we met ons vijven bleken te hebben. Weerzinwekkend eigenlijk! Weken voor de verhuisdag zat ik te sorteren en aan de kant te zetten. Liefst wou ik zoveel mogelijk weg hebben, maar alles bij elkaar viel dat nog niet zo mee.

IMG_5208Tijdens een rommelmarkt die al gauw door stortregen wordt verknald raak je niet veel kwijt natuurlijk, tenzij de weggespoelde boeken waar je je verder niet meer om hoeft te bekommeren. Een ‘garage sale’ een week later hielp een beetje, maar het nuttigst en eigenlijk ook het fijnst was doodgewoon weggeven. Leve Freecycle, ook op Facebook te vinden, evenals Facebook-groepen als ‘Ik geef weg‘ . Je kan het zo gek niet bedenken of er is wel iemand die je blij maakt met wat voor jou ballast is geworden. Onder de meer opmerkelijke weggevers: het trouwpak uit de jaren ’90 van mijn wederhelft en een verzameling Russische klassieken in het Russisch uit mijn studietijd. Het is even slikken om die dingen zomaar gratis van de hand te doen, maar als je er even een halve minuut redelijk over nadenkt weet je dat de bagage van een 20-jarig huwelijk of de rijkdom van Dostojevski niet in dat pak of die bedrukte bladzijden zitten, maar wel binnenin je. Weg ermee dus!

IMG_5211Zelfs dan was het nog een megaklus om ons hele huis uit te ruimen en alles te verkassen. Om maar niet te spreken over het dagenlang tussen gestapelde dozen leven en een geschikte plek zoeken voor elk (on)ding. Het ging in fasen, gisteren tot mijn opluchting afgesloten met het verhuizen van mijn enkele honderden kilo zware piano. En nu dus wennen aan een nieuw leven. In een godvergeten dorp van enkele straten waar de oudere generatie nog verhalen kan vertellen over hoe levendig het was en hoeveel café’s er ooit waren. Nu wordt er alleen nog gewoond, wordt het gras in de achtertuintjes getrimd en is er zelfs geen bakker meer, laat staan een buurtwinkel. De rust is moeilijk te overtreffen, tenzij je last hebt van de kraaiende hanen die tamelijk talrijk zijn. De velden staan er mooi bij (graan, maïs, vlas en zelfs oregano), over de hoeveelheid pesticiden die waarschijnlijk toch over die idylle heen is gegaan stellen we ons maar niet te veel vragen. Intussen genieten we van heerlijke zomerdagen en merken we dat we aan het randje van fruitstreek Haspengouw zitten en de kersenoogst overweldigend is. Zonde toch als je vlakbij weiden vol kersenbomen hebt waar alleen wat koeien grazen, maar waar voor de rest geen kers wordt geplukt. Die bomen zijn wel van iemand natuurlijk, maar via-via komen we te weten dat we zonder gewetensnood ons laddertje er tegenaan mogen zetten. Wat we al een paar dagen achter elkaar hebben gedaan. Zon, fluitende vogels en een emmertje kersen plukken: meer hoeft dat niet te zijn voorlopig.