Maand: mei 2015

De (on)zin van examens

Geplaatst op Geupdate op

Eind mei en voor zowat iedereen tussen grofweg 13 en 25 breekt het los: examenkoorts en de meestal bijhorende stress. Deze 46-jarige is zo gek geweest om het zichzelf moedwillig op de hals te halen door opnieuw te gaan studeren. Misschien een beetje paradoxaal, gezien mijn eerder onconventionele ideeën over onderwijs (zie daarvoor de website en Facebook-pagina van het intussen gesloten Leerhuis). En ja, natuurlijk kan ik het niet laten om die mee te nemen naar mijn huidige onderwijs-setting.

Ik ben er altijd al voorstander van geweest dat jonge mensen (en oudere die per se nog willen studeren) kunnen leren vanuit vrije wil, passie en nieuwsgierigheid. In de lagere en middelbare school is dat – laten we eerlijk zijn – vaak niet het geval. Alles moét, op basis van dooddoeners als ‘algemene kennis opdoen’, ‘burgerzin aanleren’, ‘later kunnen functioneren in de samenleving’ (alsof kinderen en jongeren dus nog geen deel zijn van die samenleving) . Alle denken over onderwijs ten spijt is in de fundamenten van dat systeem helaas nog niet één klein steentje verlegd. In het hoger onderwijs verandert het plaatje natuurlijk: daar zit iedereen op basis van vrije keuze. Ok, bij sommigen keuze bij eliminatie, omdat het haast ondoenlijk is om op je 18e een beslissing te nemen over de richting die je je leven vanaf dan wil uitsturen, en ouders zullen ook wel zo hun invloed hebben. Maar voor de meeste jongeren betekent hoger onderwijs toch: eindelijk datgene gaan studeren waar ze echt zin in hebben. Dat voel ik ook in de onderwijsinstelling waar ik studeer: zowat iedereen rond me vertoont in meer of mindere mate enthousiasme voor het bestudeerde vakgebied, wat een positieve, aanmoedigende sfeer geeft. Een groot deel van de docenten draagt daaraan bij: het zijn vakmensen die met plezier aan een volgende generatie hun hele kunnen en kennen doorgeven. Dat lijkt wel goed te zitten, dus.

Maar dan wordt het mei en juni, en plots wordt alles anders. Het stresspeil stijgt. Docenten zijn niet langer de gedreven coaches die stimuleren en bijstaan, maar examinatoren. Sinds mijn eigen kinderen in loesje1de ‘testleeftijd’ kwamen – en dat begint al ruim voor de leerplichtgrens van 6 jaar, om te testen of een kind wel klaar is voor het eerste leerjaar – heb ik een aversie  voor testen. Testen staat in mijn ogen gelijk met: ik wantrouw jou, ik geloof niet dat je iets kan tot je het bewezen hebt, ik moet een cijfer op jou kunnen plakken want dat is de enige manier om te bevestigen dat je wat hebt geleerd, je moet leren presteren in een stress-situatie, … Voor een deel zijn examens poppenkast waarbij de examinator aan de touwtjes trekt en de student het verwachte dansje opvoert. Op de duur wordt ‘moeten slagen’ de focus van studeren, terwijl het ‘willen leren’ zou moeten zijn.

En dan denk ik: dat moet toch anders kunnen. Zeker bij een studie als de mijne (muziek). Mijn notenleerdocent heeft me het hele jaar horen zingen en kan ook zonder twijfel inschatten hoe goed mijn muzikaal gehoor is. Toch moet ik over een week of twee examen afleggen bij hem, met nog wat andere docenten erbij, voor de objectiviteit weet je wel. Mijn pianodocent weet het intussen ook wel, wat mijn sterke en zwakke punten als pianist zijn, maar over drie weken heeft hij nauwelijks wat in de pap te brokken wanneer een jury die ene keer op een gespannen-zenuwenmoment naar me zal luisteren en me een cijfer zal geven.

Bij vakken waar het contact student-docent onpersoonlijker is, ligt het natuurlijk anders, daar weten docenten niet vanzelf wat iemand (nog niet) kan, maar toch. Bij muziek komt alles neer op oefenen, eindeloos herhalen en met haast onmerkbare stapjes beter en beter en beter worden. Dan lijkt het me niet meer dan logisch dat, als er echt iets moet worden beoordeeld, het proces wordt bekeken, in plaats van dat ene examen-moment mateloos uit te vergroten en als meetnorm te nemen. Ook in andere studierichtingen zou dat toch moeten kunnen.

Een paar ideeën:

  • Monitor de aanwezigheid van studenten in lessen: iemand die minstens 4/5 van de lessen van een vak heeft bijgewoond, heeft vanzelf al enorm veel opgestoken.
  • Biedt bij elk vakonderdeel oefenmateriaal en geef studenten de verantwoordelijkheid om zo weinig of zo veel oefeningen in te leveren als ze willen. Wie 3/4 van het aangeboden materiaal doorwerkt en laat zien dat hij/zij het behoorlijk onder de knie heeft, moet die dan ook nog een keer een examen afleggen?
  • Gebruik examens alleen als ultiem vangnet: wie doorheen het jaar niet heeft kunnen bewijzen de stof met succes te hebben verwerkt, legt een examen af. Voor wie dat wel heeft gedaan, is het examen optioneel.
  • Laat docenten bij vakken waar dat kan veel meer werken met het concept ‘dagelijks werk’. Meestal wegen de prestaties van studenten doorheen het jaar voor niet meer dan 20% mee bij een eindevaluatie. Waarom eigenlijk?
  • Maak ruimte voor zelfevaluatie. Vanaf de kindertijd raken we het gewend dat een ander ons beoordeelt en we dat zelf niet kunnen of mogen. Wanneer je leert om op regelmatige tijdstippen zelf een goeie inschatting te maken van wat je (nog niet) kan, weet je meteen waar je nog moet bijschaven.
  • Geef zo weinig mogelijk ex-cathedra-onderwijs. Het leert een houding aan van passiviteit: ik lepel op, jij slikt en herkauwt het daarna nog een keer voor me op het examen.
  • Laat studenten eerder zelf studiemateriaal voorbereiden en daarover in gesprek gaan of mee oefenen, met een docent als coach.
  • Breng een proces tot stand waarbij studenten voortdurend de kans krijgen om zelf hun onderwijs mee vorm te geven en te verbeteren. En neen, dat doe je niet door één keer hun mening te vragen over het volgende beheersplan, wel door reflectie over het geboden onderwijs te behandelen als een studievak en er zo een integraal onderdeel van de studie van te maken.

Obstakels, want die zijn er natuurlijk:

  • Het aan ons onderwijs inherente wantrouwen: wie zegt dat jij die oefeningen hebt gemaakt, en je ze niet van één of andere briljante medestudent hebt gekopieerd? Heb je wel bewezen wat je kan als je geen examen hebt afgelegd? Studenten inspraak geven in hoe hun onderwijs eruit ziet? Daar beginnen we beter niet aan, dan is het hek van de dam.
  • Beoordelen via tests en examens, toekennen van cijfers, behoud en verlies van leerkrediet vormen als het ware de spil van het klassieke onderwijs. Slagen en overgaan, daar draait het allemaal om. Het vergt heel wat ‘out of the box’-denken om dat te verlaten.
  • Onderwijs wordt vaak gestuurd vanuit een overheid die andere criteria hanteert – economische, politieke, … – dan de mensen op de werkvloer die middenin de dagelijkse realiteit van onderwijs staan.

En dan, helaas … noodgedwongen weer terug naar mijn cursussen. De zomervakantie lonkt, maar nu is het nog even doorbijten.

Sandra

Van goedkoop tot gratis: leve de kringwinkel en freecycle!

Geplaatst op Geupdate op

IMG_6274Ik ben zo blij met mijn ‘nieuwe’ enkellaarsjes. Hakken draag ik niet vaak, maar deze zitten prima en dat ‘vrouw-op-hakken-gevoel’ heeft toch wel iets, moet ik toegeven. Extra leuk: het prijskaartje. Ze hebben me namelijk 12,50 € gekost. Dat wil zeggen: 5,50 € bij aankoop in de kringwinkel en 7 € om nieuwe zooltjes op de hakken te laten zetten bij mijn lokale schoenmaker. Een paar maanden geleden moest ik een examen afleggen voor kamermuziek. ‘Zwart is altijd goed’ is en blijft één van de ongeschreven regels bij klassieke muziek op het podium. Een dag voor het examen besloot ik dat mijn enige, jaren oude zwarte jurkje toch een beetje te sjofel was. De kringwinkel zorgde voor de redding: ik vond er een perfect passend, zo te zien nauwelijks gedragen, exemplaar. Prijs: 7 €.

De kringwinkel kan je gerust een aanwezigheid noemen in ons gezin: mijn dochters gaan er zowat elke week langs, in hun eentje, met z’n tweeën, met vrienden, … Ze kopen er voornamelijk kleding en dvd’s. Mijn zoon, de meest verstokte niet-shopper die ik ken, scoorde er een paar overhemden toen hij filosofie begon te studeren en die plots wou gaan dragen. Mijn partner haalt er een flink deel van zijn garderobe. En verder komt er via de kringwinkel toevallig klein spul ons huis in: een boek, een juweeltje, een paar glazen, …

Kringwinkels zijn sympathiek. OK, ze ruiken een beetje muf wanneer je er binnenstapt, maar ze combineren plezier met goed-gevoel-waarden. Als klant krijg je die yes!-ervaring wanneer je precies vindt wat je nodig hebt en het dan ook nog nauwelijks iets kost. Tegelijk weet je dat kringwinkelen goed is voor het milieu en voor sociale tewerkstelling zorgt. De 125 kringwinkels in Vlaanderen bieden 5000 mensen die om allerlei redenen moeilijk op de gewone arbeidsmarkt aan de slag raken een opleiding en werk. Doordat de verkochte spullen niet op de afvalberg terechtkomen, worden elk jaar zo’n 65.000 ton CO² uitgespaard. Dat is het equivalent van 27.000  huizen een jaar lang verwarmen.

Bovendien zijn kringwinkels echt overal. Wanneer ik op de site mijn postcode intik, kom ik te weten dat er in een straal van 30 km rond mijn huis 5 zijn: in Sint-Truiden, Tienen, Tongeren, Hasselt en Diest. 6 eigenlijk, want ik kom het vaakst in de kringwinkel in Leuven, omdat ik daar toch elke weekdag in de buurt ben. En ik leer nog iets wat ik niet wist: je kan ook online shoppen bij de kringwinkels. Op uwkringding.be worden honderden artikelen geveild die je in een kringwinkel kan afhalen, van meubels tot accessoires, van elektro tot speelgoed.

IMG_6264En nog goedkoper dan goedkoop is natuurlijk gratis. Via de freecycle-groep in onze buurt kwam er onlangs zomaar even een lederen driezit in onze woonkamer terecht. Als je niet het type bent dat ‘ja’ zegt op alles wat gratis wordt aangeboden, is freecyclen ook ideaal om alle stuff die zich in je huis opstapelt kwijt te raken. Het leuke is: jij wil het niet meer, maar een ander is er blij mee. Opzoeken of er een freecycle-groep in je buurt is, kan je op deze site , maar meer en meer groepen lijken eenvoudigweg een Facebook-pagina aan te maken, dus als je in de zoekfunctie van Facebook ‘Freecycle’ intikt met daarna de naam van je gemeente of stad, zie je meteen of er een groep is. En wat er niet is, kan je natuurlijk zelf starten.

Ten slotte nog iets nieuws: samen(k)leven, een initiatief van vzw Curieus. Zij delen stickers uit die je op je raam of voordeur kan plakken en waarmee je aan iedereen in je buurt kan laten zien welke spullen je in huis hebt die je graag met anderen wil delen: van tuinparasol en gezelschapsspel tot barbecuestel en boormachine. Misschien zijn we met z’n allen een beetje te erg geïndividualiseerd om van ‘samen(k)leven’ meteen een denderend succes te maken – ‘jamaar, wat als mijn barbecuestel vuil wordt terugbezorgd als ik het uitleen?’ – maar het klinkt in elk geval goed.

Het allerleukste aan dat hele goedkoop-tot-gratis-verhaal? Niet al die bespaarde euro’s, wel dat ik geen overuren heb hoeven te werken in een job die toch vaak als corvee aanvoelt om 150 € aan nieuwe laarsjes of 60 € aan een nieuwe jurk te kunnen uitgeven, maar in plaats daarvan veel minder hoef te verdienen en mijn tijd maximaal kan besteden aan de dingen waar ik van hou.

Sandra

 

 

 

 

Huisconcert / piano-examen try-out: je bent welkom!

Geplaatst op

Soms heb je dat: dat je iets moet doen – uit vrije wil weliswaar, maar toch heeft het ook iets moéten-achtigs – waarvan je het gevoel hebt dat je er een beetje voor moet doodgaan. Om het te durven, omdat het zo groots en geweldig totaal fout kan gaan en je ego dan een deuk krijgt, wat nooit leuk is. Aan de andere kant maak je kans op een zalige adrenaline-rush als je je angsten opzij zet én het goed afloopt.

Nee, ik ben niet van plan om een benji-jump vanuit een helikopter boven de Niagara-watervallen te doen, en een trektocht in mijn eentje door het Braziliaanse regenwoud staat evenmin op het programma. Wél moet ik over enkele weken overgangsexamen piano doen om van 1e in 2e bachelor muziek te komen, en dat kan voor mij qua griezeligheidsfactor tippen aan de eerder vermelde uitdagingen.

classic_painting_reproduction_006Maar ik moet het leren: voor een publiek spelen. Omdat het doodgewoon is wat ik wil, hoe angstaanjagend en zenuwslopend ook. Mijn examen is in principe openbaar, in één van de concertzalen van het conservatorium, maar neen: ik ben niet van plan om hier even een uitnodiging te lanceren in de hoop op een volle zaal, ik denk er niet aan. Een streng kijkende jury zal op die dag al genoeg uitdaging zijn om mee om te gaan.

Wat ik wél wil doen, en waar ik je voor uitnodig: een huiskamer-concertje / examen try-out waarop ik mijn examenprogramma zal spelen: preludes en fuga’s van Bach, een sonate van Haydn, een etude van Chopin, en verder Brahms en Schütt. Hèhè. En als ik in de stemming ben, speel ik misschien nog wat anders: iets minder klassieks, of iets van mezelf.

Ik weet nu al dat ik wanneer het zover is ten diepste zal betreuren dat ik dit heb georganiseerd. Maar het moét! Je bent dus welkom.

Wanneer: zaterdag 6 juni om 19.00u

Waar: Villa Vanzelf, Deleydtstraat 21, 3401 Waasmont

Beschikbare plaatsen: 10

Plaatsje reserveren: villavanzelf@gmail.com of 0497 16 90 06

Prijs: vrije bijdrage

Heb je geen auto en raak je vanaf het station van Landen niet in de Waasmontse outback, dan kunnen we die avond voor een shuttle-dienst zorgen.

 

deel 3 van Voeding uit het Bos

Geplaatst op

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Kalopanax septemlobus

Dag 3 van onze reeks Voeding uit het Bos komt eraan. We oogsten vele bladsoorten vandaag, met enkele bijzondere exotische knabbels ertussen, zoals deze op de foto: Kalopanax septemlobus, dat is een Chinese boomsoort van de Aralia-familie, bekend om de geduchte doornen. We praten ook over successie in een bos: wat is het en wat kan je ermee doen? Maar we gaan vooral veel op stap. We trekken in de voormiddag al het bos in en blijven onder de bomen tot een eind in de namiddag, breng dus zeker een picknick mee! Je kan inschrijven voor één of meerdere dagen via onderstaand formulier. We geven telkens een overzicht van wat vorige dagen is besproken, zo ben je meteen mee.
https://docs.google.com/forms/d/1BnIQXVYLj4isVlOsU8DvR9Ytsv7CYFNwQ9Ze8NHTDvc/viewform?edit_requested=true