De (on)zin van examens

Geplaatst op Geupdate op

Eind mei en voor zowat iedereen tussen grofweg 13 en 25 breekt het los: examenkoorts en de meestal bijhorende stress. Deze 46-jarige is zo gek geweest om het zichzelf moedwillig op de hals te halen door opnieuw te gaan studeren. Misschien een beetje paradoxaal, gezien mijn eerder onconventionele ideeën over onderwijs (zie daarvoor de website en Facebook-pagina van het intussen gesloten Leerhuis). En ja, natuurlijk kan ik het niet laten om die mee te nemen naar mijn huidige onderwijs-setting.

Ik ben er altijd al voorstander van geweest dat jonge mensen (en oudere die per se nog willen studeren) kunnen leren vanuit vrije wil, passie en nieuwsgierigheid. In de lagere en middelbare school is dat – laten we eerlijk zijn – vaak niet het geval. Alles moét, op basis van dooddoeners als ‘algemene kennis opdoen’, ‘burgerzin aanleren’, ‘later kunnen functioneren in de samenleving’ (alsof kinderen en jongeren dus nog geen deel zijn van die samenleving) . Alle denken over onderwijs ten spijt is in de fundamenten van dat systeem helaas nog niet één klein steentje verlegd. In het hoger onderwijs verandert het plaatje natuurlijk: daar zit iedereen op basis van vrije keuze. Ok, bij sommigen keuze bij eliminatie, omdat het haast ondoenlijk is om op je 18e een beslissing te nemen over de richting die je je leven vanaf dan wil uitsturen, en ouders zullen ook wel zo hun invloed hebben. Maar voor de meeste jongeren betekent hoger onderwijs toch: eindelijk datgene gaan studeren waar ze echt zin in hebben. Dat voel ik ook in de onderwijsinstelling waar ik studeer: zowat iedereen rond me vertoont in meer of mindere mate enthousiasme voor het bestudeerde vakgebied, wat een positieve, aanmoedigende sfeer geeft. Een groot deel van de docenten draagt daaraan bij: het zijn vakmensen die met plezier aan een volgende generatie hun hele kunnen en kennen doorgeven. Dat lijkt wel goed te zitten, dus.

Maar dan wordt het mei en juni, en plots wordt alles anders. Het stresspeil stijgt. Docenten zijn niet langer de gedreven coaches die stimuleren en bijstaan, maar examinatoren. Sinds mijn eigen kinderen in loesje1de ‘testleeftijd’ kwamen – en dat begint al ruim voor de leerplichtgrens van 6 jaar, om te testen of een kind wel klaar is voor het eerste leerjaar – heb ik een aversie  voor testen. Testen staat in mijn ogen gelijk met: ik wantrouw jou, ik geloof niet dat je iets kan tot je het bewezen hebt, ik moet een cijfer op jou kunnen plakken want dat is de enige manier om te bevestigen dat je wat hebt geleerd, je moet leren presteren in een stress-situatie, … Voor een deel zijn examens poppenkast waarbij de examinator aan de touwtjes trekt en de student het verwachte dansje opvoert. Op de duur wordt ‘moeten slagen’ de focus van studeren, terwijl het ‘willen leren’ zou moeten zijn.

En dan denk ik: dat moet toch anders kunnen. Zeker bij een studie als de mijne (muziek). Mijn notenleerdocent heeft me het hele jaar horen zingen en kan ook zonder twijfel inschatten hoe goed mijn muzikaal gehoor is. Toch moet ik over een week of twee examen afleggen bij hem, met nog wat andere docenten erbij, voor de objectiviteit weet je wel. Mijn pianodocent weet het intussen ook wel, wat mijn sterke en zwakke punten als pianist zijn, maar over drie weken heeft hij nauwelijks wat in de pap te brokken wanneer een jury die ene keer op een gespannen-zenuwenmoment naar me zal luisteren en me een cijfer zal geven.

Bij vakken waar het contact student-docent onpersoonlijker is, ligt het natuurlijk anders, daar weten docenten niet vanzelf wat iemand (nog niet) kan, maar toch. Bij muziek komt alles neer op oefenen, eindeloos herhalen en met haast onmerkbare stapjes beter en beter en beter worden. Dan lijkt het me niet meer dan logisch dat, als er echt iets moet worden beoordeeld, het proces wordt bekeken, in plaats van dat ene examen-moment mateloos uit te vergroten en als meetnorm te nemen. Ook in andere studierichtingen zou dat toch moeten kunnen.

Een paar ideeën:

  • Monitor de aanwezigheid van studenten in lessen: iemand die minstens 4/5 van de lessen van een vak heeft bijgewoond, heeft vanzelf al enorm veel opgestoken.
  • Biedt bij elk vakonderdeel oefenmateriaal en geef studenten de verantwoordelijkheid om zo weinig of zo veel oefeningen in te leveren als ze willen. Wie 3/4 van het aangeboden materiaal doorwerkt en laat zien dat hij/zij het behoorlijk onder de knie heeft, moet die dan ook nog een keer een examen afleggen?
  • Gebruik examens alleen als ultiem vangnet: wie doorheen het jaar niet heeft kunnen bewijzen de stof met succes te hebben verwerkt, legt een examen af. Voor wie dat wel heeft gedaan, is het examen optioneel.
  • Laat docenten bij vakken waar dat kan veel meer werken met het concept ‘dagelijks werk’. Meestal wegen de prestaties van studenten doorheen het jaar voor niet meer dan 20% mee bij een eindevaluatie. Waarom eigenlijk?
  • Maak ruimte voor zelfevaluatie. Vanaf de kindertijd raken we het gewend dat een ander ons beoordeelt en we dat zelf niet kunnen of mogen. Wanneer je leert om op regelmatige tijdstippen zelf een goeie inschatting te maken van wat je (nog niet) kan, weet je meteen waar je nog moet bijschaven.
  • Geef zo weinig mogelijk ex-cathedra-onderwijs. Het leert een houding aan van passiviteit: ik lepel op, jij slikt en herkauwt het daarna nog een keer voor me op het examen.
  • Laat studenten eerder zelf studiemateriaal voorbereiden en daarover in gesprek gaan of mee oefenen, met een docent als coach.
  • Breng een proces tot stand waarbij studenten voortdurend de kans krijgen om zelf hun onderwijs mee vorm te geven en te verbeteren. En neen, dat doe je niet door één keer hun mening te vragen over het volgende beheersplan, wel door reflectie over het geboden onderwijs te behandelen als een studievak en er zo een integraal onderdeel van de studie van te maken.

Obstakels, want die zijn er natuurlijk:

  • Het aan ons onderwijs inherente wantrouwen: wie zegt dat jij die oefeningen hebt gemaakt, en je ze niet van één of andere briljante medestudent hebt gekopieerd? Heb je wel bewezen wat je kan als je geen examen hebt afgelegd? Studenten inspraak geven in hoe hun onderwijs eruit ziet? Daar beginnen we beter niet aan, dan is het hek van de dam.
  • Beoordelen via tests en examens, toekennen van cijfers, behoud en verlies van leerkrediet vormen als het ware de spil van het klassieke onderwijs. Slagen en overgaan, daar draait het allemaal om. Het vergt heel wat ‘out of the box’-denken om dat te verlaten.
  • Onderwijs wordt vaak gestuurd vanuit een overheid die andere criteria hanteert – economische, politieke, … – dan de mensen op de werkvloer die middenin de dagelijkse realiteit van onderwijs staan.

En dan, helaas … noodgedwongen weer terug naar mijn cursussen. De zomervakantie lonkt, maar nu is het nog even doorbijten.

Sandra

Advertenties

Een gedachte over “De (on)zin van examens

    mbonzinnig zei:
    25 mei 2015 om 14:02

    0hjeee, niet te wild hoor 😉 Naar het proces kijken ipv naar het resultaat, alle momenten zijn onderwijs én examens te gelijk. Dat lijkt wel heel erg op integrale kwaliteitszorg. Vertrouwen in studenten hebben…. en dat terwijl het nationale credo nu is : vertrouwen is goed, maar controle is beter. Ohjee Ohjeee…..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s