Maand: augustus 2015

Terugblik op een half jaar cursus ‘Voeding uit het Bos’

Geplaatst op

arboretumtervurenIn het vroege voorjaar van 2015 richtten Armand van den Hamer en ik het Collectief De Malve op: een ontmoetingsplatform voor ieder die met permacultuur, transitie, kunst en natuur aan de slag wil en naar samenwerkingen zoekt. In maart startte een cursusreeks Voeding uit het Bos: een zoektocht naar eetbaars uit het bos, het bieden van de nodige kennis om in eigen tuin en omgeving met wilde planten aan de slag te gaan. Centraal in deze reeks staat het Arboretum van Tervuren, met zijn rijkdom aan boeiende exotische bomen en struiken en een grote variëteit van inheemse planten.

Tijdens de hete en af en toe stormachtige zomermaanden doet het een keer goed om terug te denken aan het verfrissende, levendige voorjaar en aan wat we met de cursisten allemaal geoogst en gegeten hebben. Het was geregeld een kwestie van geluk om bepaalde blaadjes, kiemen, bloemen te kunnen plukken op het moment dat ze het lekkerst waren, omdat het oogstseizoen heel kort is. Zo was maart nog erg vroeg, maar toch de beste gelegenheid om speenkruid en goudveil te oogsten. Tijdens een heel korte periode in april vind je het makkelijkst gekiemde beukennootjes en zijn de bladeren van beuk en olm het zachtst. Mei en juni zijn de makkelijkere maanden, met op het menu bijvoorbeeld bekenden zoals pinksterbloem, hemelsleutel, look-zonder-look, maar ook exotische ingrediënten van boomsoorten in het arboretum zoals magnolia, kalopanax, toona, douglas. Armand wist er telkens bijzondere gerechten van te maken. Sommige ingrediënten bleken een heerlijke verrassing, andere vielen niet bij iedereen in de smaak, en nog andere werden neutraal als voedzaam beoordeeld.

Ook voor Armand en mezelf was de cursusreeks een waardevolle ontdekkingsreis, en zo was het ook bedoeld. Het was de eerste onderneming die we samen aanpakten. We leerden samen te werken en elkaars kwaliteiten te appreciëren en erop in te spelen. We hebben beiden waarschijnlijk minstens zoveel geleerd van onze eigen cursus als onze cursisten! En gelukkig zijn we bijlange na niet volleerd, zodat we ons met overgave in het najaarsgedeelte van Voeding uit het Bos kunnen gooien, waarbij vooral vruchten, wortels en misschien paddenstoelen op het menu zullen staan.

Op organisatorisch niveau bezint het Collectief De Malve zich dit najaar over manieren om cursussen te promoten. Meningen daarover gaan van: “een goeie cursus bewijst zichzelf en behoeft geen promocampagne” tot “de hele cursus staat -of flopt- met een uitgekiende, goed getimede marketing-spitsvondigheid”. Het doet me denken aan een hamburgerverhaal dat ik onlangs las. Een Amerikaanse fastfoodketen wou McDonalds beconcurreren met een burger die in alle opzichten beter was: meer vlees, versere producten, goedkoper. Toch flopte het product omdat ze hem de naam “thirdpounder” gaven, een derde van een pond, naar analogie met de “quarterpounder” van McDo. Een derde van een pond aan vlees is méér dan een vierde van een pond, maar klanten ervoeren de 3 in de naam als minder dan 4 en begrepen niet waarom ze bijna evenveel moesten betalen om “minder” te krijgen. In dit voorbeeld lijkt alles om marketingstrategie te draaien. Maar moet dat dan altijd? Daar zijn we voorlopig dus nog niet uit.

Wat wel vaststaat: het najaarsgedeelte van de cursus begint op 30 augustus. Zoals altijd starten we met een lange ontdekkingsreis doorheen de continenten van het arboretum, natuurlijk om alle eetbare dingen te verzamelen die we op het oog hebben, maar zeker ook om ons onder te dompelen in de natuurlijke sfeer van het bos. Tijdens en na de wandeling komen één of meerdere werkingsprincipes van een voedselbos aan bod, en natuurlijk een kokkerel- en proefsessie van alles wat we geoogst hebben. Stel je daarbij onder andere de geladen geur en het geknisper van poffende kastanjes voor bij de gezellige warmte van een houtkachel, terwijl buiten het dampende bos herademt na een stevige najaarsbui…

Dit zijn de data voor de rest van 2015: 30 augustus, 20 september, 18 oktober en 8 november. We kondigen de cursusdag elke maand aan via Facebook en op de site van De Malve. Je kan nog aansluiten voor het vervolg van de cursus en elke dag kan ook apart worden gevolgd. Inschrijven kan met dit formulier.

Warme zomergroeten, en hopelijk tot ziens,

Marc

Wonderen uit de tuin: venkel!

Geplaatst op Geupdate op

Er zijn zo van die groenten waarbij we de gewoonte hebben om perfect eetbare delen weg te gooien: broccolistelen en het groen van prei bijvoorbeeld. Ik maalde er vroeger ook niet om: ach, als die onderdelen nu eens niet zo lekker waren als de rest van de groente, waarom ze dan niet doodgewoon bij de compost kieperen? Van sommige groenten zijn delen waar je  eigenlijk wel wat mee kan in de keuken vaak al verwijderd wanneer je ze in de supermarkt koopt. Denk maar aan wortelloof en venkelgroen. Wanneer je ze in je eigen tuin kweekt, hebben ze natuurlijk nog wel alles erop en eraan.

IMG_7192Dit allemaal naar aanleiding van de eerste oogst venkel in onze tuin. Niet zo ideaal en perfect van vorm als de bolle knollen uit de winkel, maar toch: een wondertje der natuur wanneer je hem eigenhandig uit de aarde kan losmaken. Toen ik al dat frivole groen en de steelaanzetten van het wit had gescheiden, vroeg ik het me plots af: waarom niet proberen om de hele groente te verwerken in plaats van alleen het evidente wit? Gevolg: we aten drie dagen achter elkaar venkel, in 3 vermommingen.

IMG_7193Op dag 1 werd het venkel-omelet. Heel eenvoudig klaar te maken: snipper een sjalot of enkele lente-uitjes en stoof ze in een pan.  Snijd het wit van de venkel in hele dunne plakjes en voeg ze bij de ui. Laat meestoven tot de venkel al wat zacht wordt. Kluts enkele eieren en voeg peper en zout en eventueel andere kruiden toe. Giet ze over de venkel en laat een paar minuten stollen met een deksel op de pan. Eventueel de omelet omdraaien om hem aan beide kanten mooi te bakken. Een tomaten-komkommersalade met verse basilicum en zuurdesembrood maken er een volledige maaltijd van.

IMG_7200Op dag 2 aten we pasta met venkelpesto en gehaktballetjes. Het recept voor venkelpesto vond ik op internet: een bos venkelgroen fijnmalen in een blender – het ziet eruit alsof je gemaaid gras gaat eten, maar vooral niet aantrekken – samen met rasp van een onbespoten citroen, 2 teentjes look, ongezouten pistachenoten, peper en zout. De hoeveelheid pistachenoten laat je afhangen van hoeveel venkelgroen je hebt gebruikt. Ik denk dat er bij mij wat meer dan 100 gram in gegaan is. Dit mengsel leng je aan met flink wat olijfolie tot het ongeveer de textuur van gewone pesto heeft. Het smaakt behoorlijk pittig met die rauwe look en citroenrasp, maar wel lekker!

IMG_7204Op dag 3 bleven er nog wat groene steelaanzetten over. Ik wilde ze eerst rauw in een salade verwerken, maar eigenlijk konden ze net zo goed in de maaltijdsoep die op het menu stond. Zo’n soep waar je alles in kwijt kan wat op moet, maar waar in elk geval één of andere soort bonen in hoort om er stevige kost van te maken. Deze keer gingen erin: uien, restje venkelstelen, een stuk spitskool, enkele wortels, een stuk van een gekregen mega-courgette, tomaten en gekookte rode kidneybonen. Met peper en zout, wat bouillonpoeder, paprika, een mespuntje kerriepoeder en enkele blaadjes lavas uit de tuin werd dat een prima soepje. Mission accomplished: niks weggegooid van die hele venkel.

Nog iemand een droogkast?

Geplaatst op Geupdate op

Ik vroeg me af of ik er iets over zou schrijven en dacht ‘ach nee, dat hoeft toch niet’, maar bij deze bedenk ik me. Laat me even een plechtige mededeling doen: mijn droogkast gaat de deur uit. In ons vorige huis – bosrand, oud, vochtig – gebruikte ik ze in de winter. Het was niet in overeenstemming te brengen met mijn ecologisch geweten, al die kilowatts energie die het ding slurpte, maar een kamer moeten verwarmen om daar was te kunnen laten drogen, dat zag ik dan ook weer niet zitten.

IMG_7178Toen we een jaar geleden verhuisden, met de expliciete bedoeling om eenvoudiger en duurzamer te gaan leven, nam ik me voor om de droogkast nog maar zo weinig mogelijk te gebruiken. In de praktijk werd het: niet. In de zomer droogde alles in de tuin en was het een keer slechter weer, dan wachtte ik tot er weer een zonnetje stond. Naarmate het herfst en winter werd, was de uitdaging groter. Met 5 mensen van volwassen afmetingen in één huis zijn wasmanden snel gevuld. Droogrekjes idem. De ongeïsoleerde zolder was veel te koud om was te laten drogen, en lege kamers hebben we evenmin.

Mijn partner stelde voor om een waslijntje door de eetkamer te spannen, maar dat wou ik niet. Ik vind het arme-mensen-achtig staan. Puur psychologisch en flauw, ik weet het. Dus toch maar droogrekjes, in de eetkamer of de woonkamer, dichtbij de kachel. Het lukte. Het vergde gewoon een wat andere organisatie. Toen ik de droogkast nog gebruikte, werkte ik tijdens het weekend soms drie of vier vrachten was na elkaar af: de wasmachine en de droogkast draaiden uren aan een stuk. Dat doe ik nu niet meer. Ik zet pas een nieuwe machine op wanneer de vorige lading was droog is geraakt. Met het heerlijke zomerweer van de laatste tijd is dat in een uurtje het geval, dus kan ik nog steeds verschillende machines na elkaar wassen. Maar in de winter is ‘gespreid wassen’ de oplossing. En luxe-gedrag als ‘mama, dit wil ik morgen aantrekken, kan het nog even snel in de machine en de droogkast?’ behoort tot het verleden.

Dus ja, nu onze droogkast een jaar op inactief staat, kan ik wel stellen dat we het zonder afkunnen. Het geeft een goed gevoel: een lagere elektriciteitsrekening, een minder grote ecologische voetafdruk en ook doodgewoon het weten dat je steeds minder afhankelijk wordt van machines, toestellen, apparaten. We zijn weer een stukje zelfredzamer. En we zullen weer iets minder in huis hebben wat vol verborgen kantjes zit die je niet kan schoonmaken en wat last kan verkopen door stuk te gaan.

Maar waarom vertel ik dit uiteindelijk, ook al was ik het eerst niet van plan? Omdat ik vanmorgen mijn droogkast op de freecycle-groep gooide waarvan ik lid ben. Nu had ik wel verwacht dat ik niet lang zou hoeven wachten op een geïnteresseerde, maar intussen willen maar liefst 52 mensen hem hebben en het aantal blijft stijgen. Ieder maakt de keuzes die hij denkt te moeten maken en ik wil niemand met de vinger wijzen, maar ik dacht: ‘laat ik toch maar even iets over die droogkast vertellen, wie weet gaat er iemand nadenken, raakt er iemand geïnspireerd.’.

Als je wil weten hoeveel je elektrische apparaten je kosten aan stroom en hoe groot de milieu-impact ervan is, kan je dat berekenen op de site van Energievreters . Ik deed een testje voor mijn droogkast en kwam met een bescheiden fictief gebruik van twee keer per week uit op 104 €, meer dan 520 kwH en 14 kg CO²-uitstoot per jaar.

Iemand vroeg me hoeveel mijn droogkast kostte, en een ander waarom ik ze gratis weggeef. Gewoon: weggeven voelt goed en ik weet dat ik me lichter en blijer zal voelen wanneer ze de deur uit is. Voor dat gevoel hoef ik geen geld te krijgen.

En nu nog even loten wie ze uiteindelijk mag komen ophalen voor haar tweede leven.

 

 

‘Chop and drop’: drie keer mooi meegenomen voor je tuin

Geplaatst op

In ‘Start van een permacultuur-tuin / voedselbos’ vertelde ik al dat de bodem bedekken voor je erop gaat kweken heel wat voordelen heeft! Tenslotte is dat ook wat de natuur doet: in een bos bijvoorbeeld wordt niet elk vallend blaadje weggeharkt, zoals we zelf soms geneigd zijn in onze tuin te doen. Nee, jaar na jaar komt er een laag bij die wordt verwerkt, met een rijke, vruchtbare bodem als resultaat. In tuintermen heet zoiets mulchen: je dekt de bodem toe met een laag organisch materiaal zodat daaronder een rijk ondergronds leven kan gaan sudderen. Allerlei materiaal is geschikt: grasmaaisel, houtsnippers, dorre bladeren, stro, compost, ongewenste planten die je hebt uitgetrokken (voor die laatste wel opletten dat je dit alleen doet op momenten dat ze geen zaad aan het vormen zijn). Er zijn ook zogenaamde mulchplanten: dit zijn snel groeiende planten die rijk zijn aan stikstof (en dat is precies wat je in je bodem wil als je groenten gaat kweken) en die je kan aanplanten met de bedoeling ze regelmatig af te snijden en te gebruiken als bodembedekking, zoals smeerwortel.

IMG_7142
Doorlevende kool op een met schors en stro bedekte bodem.

Een heerlijk eenvoudige manier om te mulchen is ‘chop and drop’, ofwel: snij af en laat vallen. Je maait het gras en strooit het uit rond de groenten in je moestuin. Je wiedt een plantbed en legt de uitgetrokken onkruiden tussen de planten die je wel wil. Heb je zoals wij een houtstapel, dan kan je schorsresten en snippers – die niet zo geschikt zijn om in je kachel of haardvuur te branden – ook als bedekking gebruiken. Heb je een hakselaar, dan kan je gesnoeide takken verhakselen tot alweer een prima bodembedekker. De dorre bladeren die je in de herfst van je gazon haalt, dienen als dekentje voor je moestuin in de winter.

Met mulchen op de ‘chop and drop’-manier scoor je maar liefst drie keer:

1. Je kan het woord tuinafval schrappen uit je vocabulaire

Afval is een uitvinding van mensen, met helaas vreselijke gevolgen voor onze planeet. Als je de natuur haar gang laat gaan, gaat er niks verloren: alles wat zijn levensloop heeft voltooid, wordt input voor weer een nieuwe cyclus. Eigenlijk moeten we dus leren om het niet meer te hebben over afval. Bovendien is het veel fijner om te merken dat alles in je tuin waarde heeft, dat gemaaid gras en dorre bladeren niet per definitie vervelend spul en corvee betekenen en je evenmin na een tuinklus alweer met de auto naar het containerpark moet.

2. Je zorgt op een natuurlijke manier voor een rijkere bodem

Organisch materiaal dat je erop legt, beschermt je bodem tegen te sterke effecten van regen, zon, wind en plattrappen. Naarmate het materiaal wordt afgebroken vermengen de voedingsstoffen daaruit zich met wat al aanwezig was in de bodem, zodat je luchtige, makkelijk te bewerken grond krijgt.

3. Je bespaart jezelf eindeloos wieden en een zere rug

Op de koop toe geef je met een bedekte bodem onkruid veel minder kans om de kop op te steken. Onkruidzaden worden veel minder geactiveerd wanneer je niet alsmaar in de grond gaat woelen, en zaad dat door de lucht of vogels wordt aangevoerd valt in een laag materiaal waarin het minder snel kan kiemen. Komt er toch eens wat door de laag heen wat je niet wil hebben, dan kan je het makkelijk uittrekken en hoef je niet te gaan hakken of uitgraven.

Besluit: allen aan de chop & drop!

Start van een permacultuur-tuin / voedselbos

Geplaatst op Geupdate op

Sinds onze verhuis naar Villa Vanzelf iets meer dan een jaar geleden wonen we in een echt landbouwgebied. We zien het rond ons allemaal groeien: vlas en graan, spruitjes en bieten, appels, peren en zelfs dingen als basilicum en peterselie. Het open landschap met de wijde wolkenhemels is rustgevend, maar tegelijk ziet zo’n grootschalige landbouw met eindeloze vlaktes van hetzelfde er onnatuurlijk uit.  Regelmatig liggen er ook velden braak: waar een gewas is geoogst strekt zich  een enorme lap bruine grond uit waar geen sprietje op staat, in rust als het ware. Het ziet er niet uit en ik vraag me dan altijd af wat daar overheen is gegaan om het zo kaal te houden. Kale grond is namelijk iets wat je normaal in de natuur nooit zal aantreffen. Nu kan je natuurlijk zeggen: ‘Alles goed en wel, maar als je voedsel wil, dan moet je nu eenmaal met kale grond starten’.

10409382_579993108786529_2129907918504588004_n
Dromen van een permacultuur-tuin: fase 0 zomer 2014.

Niet dus. In onze eigen tuin pakken we het anders aan. We werken volgens de principes van permacultuur en onze bedoeling is een moestuin en een zogenaamd voedselbos aan te leggen, dat is een zo divers mogelijke tuin waarbij voor het grootste deel eetbare of vruchtdragende planten, struiken en bomen elkaar aanvullen en versterken en elk verschillende functies in het geheel opnemen. Maar voor het zover is, zijn we vorig jaar gestart met wat we hadden, namelijk … veel gras. Zo zag dat eruit ->.

In een permacultuur-tuin wordt de bodem zoveel mogelijk intact gelaten, dus frezen, omspitten, ploegen gebeurt niet of heel zuinig. Misschien heb je wanneer je dat wel doet na een jaartje meteen al wel prachtige bloemkolen, maar je hebt een systeem gecreëerd dat onevenwichtig is en permanent heel veel onderhoud vergt. Dat wilden we dus niet. Vorig najaar hebben we twee flinke stukken gazon volledig bedekt met karton in een behoorlijke laag zodat het overal mooi overlapte. De bedoeling is dat het karton het gras wat eronder zit verstikt, zodat het afsterft (en ja, de buren keken wel op van dat stelletje vreemde tuiniers die blijkbaar te lui waren om hun tuin om te spitten). Over het karton gaat compost heen, en daarna stro. Het karton vergaat na verloop van tijd en de compost levert verse voedingsstoffen, zodat de bodem zich kan ontwikkelen. In de lente kan je meteen in de compost zaaien en planten.

IMG_7166
Permacultuur-tuin in opstart: fase 1 zomer 2015.

De twee stukken gras zijn intussen twee plantbedden geworden. In het ene zijn voornamelijk groenten gezet, in het andere staan jonge fruitbomen met daaronder verschillende soorten munt, bosaardbei, kruisbes, doorlevende kool, honingbes, rabarber, … Het is proberen en experimenteren en nee, na dit ene jaar hebben we zeker geen eetbaar paradijs in onze achtertuin. Met de natuur meewerken vergt tijd, geduld en leren met ‘trial and error’. De compost die we gebruikten was niet rijp genoeg en is te laat over het karton heen gegaan, waardoor heel wat groenten niet of onvoldoende zijn gegroeid. We rekenen erop dat we in jaar 2 het zaai- en plantseizoen met een geschiktere bodem zullen kunnen starten. Nog een streefdoel: rechte lijnen en beton (paden, palen) kwijtraken om een natuurlijker uitzicht re krijgen.

IMG_7149
Venkel die in een bedekte bodem groeit. Hopelijk wordt hij nog wat dikker!

Een belangrijk principe is en blijft: geen kale bodem, dus bij ons vind je geen rijtje prei – rijtje sla – rijtje worteltjes met telkens een strook bruine aarde ertussen. We houden de grond bedekt, zodat alle micro-organismen erin mooi werk kunnen leveren en onkruid weinig kans krijgt om de kop op te steken. Meer daarover in ‘Chop and drop’: drie keer mooi meegenomen voor je tuin.

Lees ook:  op zijn blog legt Frank Anrijs uit dat permacultuur start vanuit een alomvattende visie op de natuur waar we als mensen niet van afgescheiden zijn of boven staan, en het dus niet hetzelfde is als ecologisch tuinieren.