huis-tuin-keuken-ecologie

Een natuurlijke waterzuivering aanleggen

Geplaatst op

De afgelopen maanden werkten we in fasen aan het aanleggen van een natuurlijke waterzuivering met planten. Hierin wordt rechtstreeks en vanaf het dak regenwater verzameld en na zuivering opgeslagen in ondergrondse waterputten. Op termijn zullen we dit water gebruiken voor alle toepassingen, ook als drinkwater. Hieronder zie je de achtereenvolgende fasen van aanleg. Technisch advies, ondersteuning en levering van materialen gebeurde door Pure Milieutechniek. Voor de laatste arbeidsintensieve fase kregen we extra hulp van plaatselijke LETS-leden Bart en Marten, waarvoor dank!

Stap 1: de plek afbakenen en een fundering leggen onder de vorm van een stabilisé-laag.

 

Stap 2: de wanden maken met houten planken en op maat gezaagde kastanjehouten palen.

 

Stap 3: bekleding van de bak met viltdoek.

 

Stap 4: over het viltdoek gaat een laag zware folie.

 

Stap 5: waterdicht afwerken van de naden.

Stap 6: De waterzuivering is voorlopig afgewerkt. Hierna was het wachten op regen zodat de bak voldoende volliep en we konden checken of alles waterdicht was. Waarna het regenwater voor de volgende fase van aanleg ook weer moest worden verwijderd.

 

De inhoud van twee big bags met respectievelijk grof en fijn lavagruis moet van de voortuin naar de achtertuin worden gebracht om in de waterzuivering te worden aangebracht. Scheppen maar!

 

Stap 7: grof lavagruis gelijkmatig uitspreiden over de bodem van de bak.

Stap 8 en 9: over het grof lavagruis gaat fijn lavagruis heen en op de plek waar het regenwater zal aankomen via de regenpijp een laag fijne kiezel uit de Eiffel, dit om wegspoelen van het lavagruis bij felle regen te vermijden.

Stap 10: verdeling van de planten over de bak. Het gaat om zeggesoorten, mattenbies, holpijp, moerasspirea, iris en kattenstaart.

De waterzuivering is klaar. De planten gaan in herfst- en wintermodus en zullen vanaf volgend seizoen de bak helemaal begroeien zodat de zuivering optimaal kan werken. Het gefilterde water dat de eerste maanden in de waterputten terechtkomt is al drinkbaar maar bevat nog – onschadelijk – residu van het lavagruis. Op termijn verdwijnt dit.

Advertenties

Plasticvrij Leven – Alternatieven voor plastic folie

Geplaatst op

Snel even in een plastic velletje draaien is heel handig natuurlijk, maar achteraf moet je dat wel weggooien en onze planeet leidt al aan zware plastic-indigestie. Plastic folie gebruiken is niks meer of minder dan een gewoonte. Heb je dit product nodig in je leven? Totaal niet. Wedden dat het ook veel fijner en creatiever voelt om alle leuke alternatieven voor dit spul te proberen of je eigen oplossingen te verzinnen! Enkele ideeën om je te inspireren …

1.De goeie ouwe brooddoos

Misschien roept ze herinneringen op aan je kindertijd. Behoeft geen verdere toelichting. Gebruik ze! Je vermijdt er bovendien mee om broodjes in een broodjeszaak te moeten kopen, waar ook weer een hoop afval omheen zit.

2. Wasbaar boterhamzakje

Stof aan de buitenkant, plastic laagje vanbinnen. En ja, da’s ook plastic natuurlijk, maar je hergebruikt het wel telkens. Te vinden onder allerlei merknamen – Lunchskins, Keep Leaf, Snack ’n Go – en in heel veel leuke kleurtjes en motiefjes.

3. Broodzak recyclen

Brood op? Kruimels uit de broodzak schudden, de zak opvouwen en bewaren. Je kan hem nog een aantal keren opnieuw gebruiken om boterhammen in te stoppen.

4. Bijenwasdoek

Bijenwasdoeken zijn katoenen doeken die met een laagje bijenwas ingestreken zijn zodat je ze om voedsel – brood, kaas, groenten, (niet geschikt voor vlees) – kan wikkelen om het vers te houden. Ik heb er zelf sinds een tijdje enkele in gebruik en vond het eerst wat wennen. Er hangt een duidelijk bijenwasgeurtje aan en ik vroeg me af of dat geen geur of smaak aan het voedsel geeft, maar dat valt mee. Ze schoonmaken – met lauw water en een beetje afwasmiddel – vond ik eerst niet zo bevredigend, bv. wanneer er kaas in had gezeten vroeg ik me af of ze wel echt schoon waren, maar intussen loopt het wel. En het moet gezegd: ze ‘zetten’ zich mooi naar alles wat je erin verpakt.

Je kan ze online kopen of in verpakkingsvrije winkels  – ik kocht de mijne bij Content in Leuven – en blijkbaar kan je ze ook doodgewoon zelf maken of je gekochte wraps na verloop van tijd een nieuw waslaagje geven.

5. Glazen potten met deksel bijhouden

Vooral grotere potten of potten met een brede opening bovenaan zijn geschikt om bij te houden om restjes in te bewaren.

6. Afdekken met een bord(je)

Doodeenvoudig deze. In plaats van plastic folie te gebruiken kan je een bord(je) op een schaal, kommetje of kop zetten. Misschien is het even uitkijken dat je dat er niet afstoot in een volle koelkast want vast zit het niet, maar geen koelkast hebben is natuurlijk ook een optie.

7. Laat het in de pot

Heb je de gewoonte om restjes die nog in een kookpot zitten over te hevelen naar een schaal en die dan af te dekken met folie? Waarom eigenlijk? Als je ze in de pot laat zitten en het deksel erop zet, kan je ze de dag daarop ineens opwarmen. Te weinig plaats in de koelkast voor kookpotten? Een restje bewaren tot de volgende dag kan perfect als je het op de koelste plek in huis zet.

8. Food huggers

 

Food huggers zijn silicone hoesjes waarmee je iets kan afdekken. Deze vond ik toevallig tijdens mijn research. Persoonlijk vind ik het niet nodig om de aangesneden kant van een stuk fruit of groente af te dekken, ik snijd er gewoon een heel dun schijfje af wanneer ik het later gebruik en gooi dat in de compostbak, maar als je helemaal niks wil verspillen is dit wellicht een goeie optie.

Te vinden op verschillende sites in België en Nederland:

Babongoshop
Kudzu,
Greenjump

 

 

9. Bowlovers

Deze is een leuke: wasbare stoffen hoesjes met een elastiekje erin om schalen af te dekken. Ik vond ze niet te koop op een Belgische of Nederlandse site, maar hier is de site van het Engelse bedrijfje dat ze maakt. Met wat stof en elastiek en enige handigheid ook prima zelf te maken.

Heb jij nog andere manieren om plastic folie te vermijden? Deel ze zeker hieronder!

 

 

 

 

 

 

 

Plasticvrij Leven – Inkopen doen en eten

Geplaatst op

Hoe doe je boodschappen als je zo plasticvrij mogelijk wil leven? Anders, dat is duidelijk. Het vergt meer planning en structuur. Anderzijds kan het een verademing zijn om af te stappen van de race door de supermarkt waarbij je je winkelkar volstouwt met al die voedingswaren die er steriel, onnatuurlijk en luchtdicht bijliggen. Plastic is zo verweven met onze westerse consumptiepatronen dat rustig omschakelen beter werkt dan in één keer elke centimeter van het spul proberen te bannen. Om te beginnen kan je je voorzien van de basisuitrusting van de plastic-vrijheidsstrijder. Een paar voorbeelden, niet bedoeld als promo voor wat dan ook, er zijn zeker prima alternatieven.

Te beginnen vanaf rechtsboven, in wijzerzin:

Dopper drinkfles. Deze heeft als voordeel dat ze helemaal bpa-vrij is (er zitten geen giftige weekmakers in die je bijvoorbeeld wel in zachte, indrukbare flessen hebt) én het bovenste gedeelte kan je als een drinkkopje gebruiken als je het omkeert. Nadeel: met z’n 450 ml inhoud is hij snel leeg, maar je kan hem natuurlijk aan elk kraantje bijvullen. Online te koop en in België ook in de Oxfam Wereldwinkels.

Composteerbaar bestek. Of het echt composteerbaar is, heb ik nooit getest, ik heb het bijgehouden uit de iets milieu-bewustere eetplek en gebruik het telkens opnieuw. Je kan natuurlijk ook een metalen setje meenemen, maar deze wegen zo goed als niks.

Zakjes van bio-katoen van ‘A table’ met een trekkoordje, om groenten en fruit in te stoppen. Ze zijn ook te koop in verpakkingsvrije winkels en bestaan in een groter formaat. Een handige Harry of Henriëtta kan ze makkelijk zelf maken.

Stoffen tasje van Pylones. Sinds ik deze van een lieve vriendin kreeg, heb ik ‘m altijd bij. Een vracht bibliotheekboeken? Twee kilo prei? Het kan allemaal in dit stevige attribuut. Voordeel: veel leuker om met een mooi tasje rond te lopen dan met een exemplaar met één of andere reclame of nadrukkelijke eco-boodschap erop.

Potjes van Preserve: zijn gemaakt van bpa-vrij, recycled plastic. Ik vond ze in Bioplanet. Online zijn ze onder andere te koop bij Kudzu. Er bestaan ook andere formaten dan de twee op de foto. Handig om lunch of kleine snacks mee te nemen.

Sommige plastic-weigeraars zien helemaal af van het gebruik van plastic, ook als het om herbruikbare dingen gaat, en kiezen voor glazen drinkflessen en potten. Persoonlijk vind ik dat gezien de afstanden die ik fietsend afleg wat te omslachtig. Thuis staan glazen bewaarpotten dan weer mooi in de keuken.

En waar kan je zoal terecht als je van plan bent om inkopen te doen met je arsenaal aan eigen bakjes en zakjes? Om te beginnen in verpakkingsvrije winkels. Vooral te vinden in grote(re) steden, maar als we met z’n allen elke gelegenheid aangrijpen om er langs te gaan worden het er ongetwijfeld veel meer.  Het fijne aan verpakkingsvrije winkels? Ze nodigen uit tot sociaal contact, geven een buurtgevoel middenin de stad en van al die flessen, bakken en potten waar je zelf je eten uit kan scheppen word je vanzelf zen en happy. Behalve de 10 winkels vermeld op de pagina van Netwerk Bewust verbruiken zijn er ook nog: The Food Hub in Leuven, Lara kookt voor u in Antwerpen en Les Halles Bio Van de Tram in Brussel.

Bij Bioplanet kan je zonder probleem eigen doosjes meenemen om je bio-vlees in te laten verpakken. In Gent is Mij pak je niet in gestart als burgerinitiatief om zoveel mogelijk verpakking te vermijden en intussen krijgt het elders in Vlaanderen navolging. Er wordt bijvoorbeeld in kaart gebracht in welke handelszaken je allemaal terecht kan met eigen verpakkingen. Misschien wordt er eerst wat gek opgekeken als je je eigen doosjes bij de slager of de kaaswinkel over de toonbank schuift, maar het loont altijd de moeite om te vragen of het kan.

Een flinke steen des aanstoots was – en blijft – voor mij dat biogroenten en -fruit in de gewone supermarkt altijd verpakt zijn, in sommige gevallen in doodgewoon plastic, in andere in folies die dan wel als composteerbaar worden gelabeld, maar die je in je gewone compostbak niet verwerkt krijgt, zeker niet in grotere hoeveelheden. Ik weet het, wettelijk gezien moeten die verpakkingen om bio van niet-bio te kunnen onderscheiden, maar het wordt hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. ‘Natural branding’ van bioproducten via lasertechniek zou op komst zijn, maar voorlopig merk ik daar nog niks van in mijn lokale supermarkten. Gelukkig zijn er alternatieven, zodat we de supermarkt links kunnen laten liggen.

Misschien kan je bij een Voedselteam in je buurt lokaal en vers basisvoedsel kopen dat je via een webwinkel bestelt en in een plaatselijk depot afhaalt. Vergelijkbaar maar met een iets andere werking is CSA, Community Supported Agriculture: een lokale gemeenschap draagt mee de werking van een landbouwbedrijf en kan in ruil op een deel van de oogst rekenen. Zowel Voedselteams als CSA zijn in Vlaanderen duidelijk in opmars. Studenten aan de KULeuven kunnen op maandag een biogroenten- en of fruitpakket ophalen op verschillende plaatsen in de stad.

Dikwijls volstaat het om iets verder te kijken dan het vertrouwde aanbod aan winkels. Tot een paar weken terug dacht ik wat mijn eigen tamelijk afgelegen woonplek betreft een beetje mistroostig dat bio én onverpakt niet echt praktisch haalbaar was, tenzij oogst uit eigen tuin en de net iets te verre bio-supermarkt. Maar kijk, plots kwam dé oplossing uit de lucht vallen: een coöperatieve van 3 lokale bio-boeren net over de taalgrens die hun klanten via e-mail op de hoogte houden van hun aanbod en op vrijdag en zaterdag voor de verkoop zorgen. Misschien slijt het nieuwe er wel af, maar voorlopig fiets ik op zaterdagochtend als op wolkjes een kwartiertje door de velden naar de boerderij en laad ik de fietstassen vol met verse groenten en fruit zonder verpakking. Op zulke momenten besef ik dat plasticvrij- er leven ook echt kwalitateitsvoller leven is.

Sandra

 

 

 

Op naar Plasticvrij Leven – De nulsituatie

Geplaatst op Geupdate op

Ik zou een weekje monitoren hoeveel plastic afval mijn levensstijl voortbrengt zonder voorlopig iets aan mijn gewoonten te veranderen. Best moeilijk in de praktijk. Niet dat monitoren, wel het feit dat ik meteen een plastic-alarm ontwikkel en geneigd ben om een alternatief te verzinnen zodra ik merk dat ik alweer een item aan de week-verzameling zal moeten toevoegen. Natuurlijk is het de bedoeling om steeds plasticvrij-er te worden, maar in eerste instantie wilde ik  een beeld krijgen van mijn persoonlijke afvalproductie. Hier is het dan:

yoghurtpotjes, twee brikken, verpakking van pasta, verpakking van hamburgers, kaaskorsten, verpakking van slaatje en lepel

Omdat ik in een gezin leef, zit er een kleine foutenmarge op. Enkele verpakkingen waren aan het begin van de week al geopend en werden collectief leeggemaakt, maar voor elke verpakking geldt dat ik in elk geval ook van de inhoud heb gegeten en dus mee verantwoordelijk ben voor het afval.

Sommige dingen zijn makkelijk te vermijden: meestal neem ik op verplaatsing mijn eigen lunch en bestek mee, maar soms vergeet ik dat dus, zo blijkt. Als ik vlees eet, is dat in principe bio, maar dan zou ik het altijd in een meegebrachte doos moeten laten inpakken in de bio-slagerij in plaats van het voorverpakt te kopen. Dat zou met wat organisatie moeten lukken want vlees beperk ik tot maximum twee keer per week. Pasta kan ik zonder veel moeite in kartonnen verpakking of nog beter in bulk kopen.

Moeilijker punten voor mij zijn: kaas en yoghurt. Rond kaas zit zowat altijd een plastic korst en ik heb zo m’n persoonlijke voorkeurtjes wat yoghurt betreft en nee, die zitten niet per definitie in glazen potten. Dat wordt even zoeken. Ik hoor al enkelen onder jullie fluisteren: wordt dan vegan en klaar. Maar dat trekt me voorlopig niet aan en vegan producten zitten vaak ook in plastic verpakkingen.

Moet je brikverpakkingen beschouwen als plastic-afval? Fostplus leert me dat ze voor het  grootste deel uit karton bestaan, voor 21 % uit plastic en dan nog enkele procenten aluminium. Bij het recyclen worden al die laagjes gescheiden en apart verwerkt. Misschien kan ik op termijn wel vaker zelf plantaardige melk maken – in glazen flessen heb ik die nog nooit gezien – en genoeg tomaten kweken om voor een hele winter en lente passata in te maken, maar voorlopig heb ik voor brikken geen alternatief.

Meestal vind ik het evident, maar er zijn een hoop dingen waar plastic inzit of die in plastic verpakt zijn die ik niet gebruik: shampoo, conditioner en douchezeep in plastic flessen, wegwerp scheermesjes, klassiek maandverband en tampons, crèmes en lotions, frisdrank, allerlei soorten broodbeleg, wegwerpzakjes, vershoudfolie, kant- en klare maaltijden en deeg, voorverpakte sla … Hoera, dat scheelt al heel wat!

Voor de rest riep mijn plastic-observatieweek toch ook een stel vragen op waar ik eerder niet zo bij had stilgestaan:

  • Wat met het venstertje van enveloppen, je kan zulke dingen moeilijk uit je brievenbus weghouden.
  • Wat met magazines waarop je geabonneerd bent, tegenwoordig zitten die allemaal in plastic wrap.
  • Wat met blisters van medicijnen, ook al ben ik zowat een zero-pillenslikker?
  • Wat met diepvriesfrieten? Altijd naar de frituur? De moeite doen om ze zelf te snijden en bakken?
  • Wat met plastic kurken van wijnflessen? Je ziet bij aankoop niet wat voor kurk het is.
  • Wat met horeca-consumpties? Ik ben bv. een theedrinker en thee komt tegenwoordig steeds vaker in theezakjes die niet van papier zijn gemaakt maar van een soort plastic weefsel. Het koekje in folie eet ik over het algemeen niet op, dus dat hoeft geen probleem te zijn.
  • Wat met online bestellingen? Dikwijls zijn ze over-verpakt in zowel karton als plastic, bubbelfolie en tape.
  • Wat met cadeautjes die in plastic verpakt zijn?
  • Wat met toiletpapier, daar zit zo goed als altijd plastic rond?
  • Wat met afval dat geen plastic is? Plastic-vrij is niet gelijk aan zero-waste. Is dat laatste dan mijn doel op termijn?

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik hoef er natuurlijk niet meteen allemaal gepaste antwoorden en alternatieven voor te hebben. Stap voor stap lijkt me de beste garantie voor volhouden op langere termijn. Naarmate ik elegante oplossingen vind en hopelijk ook de geneugten van meer plastic-vrijheid ontdek deel ik ze hier zeker.

Hier kan je lezen wat vooraf ging.

Blogs lezen van mensen die al vele jaren ervaring hebben met plasticvrij of zero-waste leven helpt ook altijd.

Een leuke uit eigen land is Schonestadsmeisje.

En een Amerikaanse: My Plastic Free Life

Sandra

Natuurlijke voortuin in aanleg

Geplaatst op Geupdate op

Groenere straten, het is één van onze (vele) dromen. Waarom? In groenere straten is het niet alleen mooier en gezelliger wonen dan in steenvlaktes, groene straten helpen ook om onze leefomgeving gezonder te maken. Hoe maak je een groenere straat? Begin bij je eigen voortuin!

De afgelopen maanden startten we een Growfunding-actie op: we wilden 5000 € verzamelen om het project De Groenste Straat van Landen te lanceren. We hebben het – bij lange niet – gehaald. Concreet betekent dat dat het geld wat gedoneerd werd allemaal aan de donateurs wordt teruggestort want het principe is ‘target halen of niks’, zo gaat dat bij Growfunding. Is dit erg? Eigenlijk niet nee. Toegegeven, het is nooit leuk als je tijd en moeite investeert in iets wat naderhand vergeefs lijkt, maar voor de rest vallen er zeker wat wijze lessen te rapen. Bijvoorbeeld dat we iets te veel schroom hebben om zo veel mogelijk mensen om zo veel mogelijk geld te vragen. Na drie jaar Landen zijn we ook nog niet voldoende ingebed voor dit soort actie en potentiële lokale partners die enthousiast zijn maar zelf geen euro inbrengen, daar heb je dus niet veel aan. Bovendien ligt onze kracht elders: namelijk in kleinschalig starten en zo groei realiseren en vanuit onze eigen huis-/tuin-/hart-/hoofdpraktijk verhalen, voorbeelden en inspiratie delen met een persoonlijke toets.

Wat die Groenste Straat betreft maakten we dus maar de omschakeling in ons hoofd naar: laten we kleiner beginnen en alvast zelf werken aan ons eigen groene baken in onze eigen straat. Zo gezegd, zo gedaan. De afgelopen weken evolueerde onze voortuin van pokdalige-woestijn-na-verbouwing naar een natuurlijke groeiplek met potentieel. Hoe leg je een natuurlijke voortuin aan? Alle fasen voor je op een rij.

 

Voor de verbouwing: klinkervlakte, afgestemd op Koning Auto. We braken de klinkers uit en gaven ze weg via een lokale geefgroep. In elk geval wilden we dit uitzicht niet herstellen. De garage zou na de verbouwing geen auto meer kunnen herbergen, dus daarmee hoefden we alvast geen rekening te houden.

 

Na de verbouwing: er zijn waterputten aangelegd en fase 1 voor vergroening is al klaar, namelijk de grond egaliseren. Die lag er heel oneffen bij en er waren al heel wat pioniersplanten gaan groeien. Het egaliseren deden we gewoon met de schop.

Volgende stap: met boomstammetjes van ongeveer 20 cm doorsnede en variërende lengtes maakten we afbakeningen om te bepalen waar paden moesten komen en waar groeiplekken. Op de groeiplekken werd de schrale, harde grond wat losgemaakt en werd compost van eigen kweek uitgespreid.

 

Waar paden moesten komen en er dus net moet worden vermeden dat er allerlei dingen gaan groeien werd een laag zacht verhakseld plantenmateriaal gelegd dat al een winter had liggen drogen. Hier zie je goed het verschil tussen de delen van de voortuin: links uitgedroogde aarde en bedekking met compost, rechts het pad in aanleg.

 

Op de groeiplekken wordt de compost vervolgens ook bedekt met een laag haksel. Op een bescheiden smeerwortel na staat er voorlopig niets in die voortuin en we willen vermijden dat hij overwoekerd raakt voor we nog maar met een doordachte aanleg van planten begonnen zijn.

De paden naar de voordeur en de garage krijgen een tweede laag, deze keer van grof houthaksel. Altijd de moeite waard om je omgeving in het oog te houden om aan dit soort materiaal te komen: gemeentelijke groendiensten beschikken vaak over haksel dat ze kwijt willen en soms zie je ergens hopen liggen die je bij navraag gratis mag komen ophalen.

Spontaan oprukkende klaprozen en kamille, die laat je natuurlijk gewoon hun gang gaan. Dit stukje aan de rechterkant van onze voortuin laten we ongemoeid. Geen compost, zodat de grond schraal blijft en het plan om hier volgend jaar een veldbloemenmengsel te zaaien. Een beetje ophogen is nog wel nodig. En dan op naar fase 2: beplanten.

Een uitgebreidere fotoreeks kan je bekijken op onze Facebook-pagina.

Denk je dat een groenere voortuin geen optie is als je een auto en dus een stenen oprit hebt? De stad Antwerpen geeft tips.

 

Bewaren

Bewaren

7 strategieën om het beste te maken van tijdelijkheid in huis en tuin

Geplaatst op

Eén van de vervelendste dingen bij het verbouwen van een huis: tijdelijkheid. ‘Voorlopig’ is altijd al een populair woord geweest in al onze vroegere woningen en we zijn evenmin mensen die op een plek of in een job neerstrijken en daar een paar decennia blijven zitten, maar al dat tijdelijke en on-affe kan je op de duur flink moe maken.

Nu ik in deze zomer-komkommertijd volop gelegenheid heb om onder ogen te zien hoe ons Villa’tje erbij ligt, ontwikkel ik strategieën om van tijdelijkheid in plaats van iets ergerlijks een kracht te maken. Hoe? Hieronder een paar principes om je te inspireren en een voorbeeld.

1. No stress!

Onafgewerkte dingen zorgen vaak voor een zeurend gevoel op de achtergrond of zelfs latente schuldgevoelens. ‘Hoeveel jaar duurt het nog voor dit afgewerkt raakt?’ ‘Waarom ben ik zo’n uitsteller?’. Wel, er zijn vast meer dan genoeg goeie redenen waarom deze plek er zo uitziet: er zijn andere prioriteiten, je hebt het druk, je hebt geen idee hoe je het kan aanpakken, … Het weze zo! Besluit bij deze om het jezelf te vergeven en klaar!

2. Beschouw tijdelijke plekken als pop-up zone.

Nu kan je met een schone lei beginnen. Kies een tijdelijke plek uit waarvan je weet dat je ze de eerstkomende tijd niet definitief gaat inrichten en waar je een oplossing voor wil. Dat kan van alles zijn: een vervelende rommelhoek, een braakliggend stukje in je tuin, een ongebruikt kamertje dat nog niet afgewerkt is … Zeg tegen jezelf: dit is een pop-up, deze plek zit vol potentieel dat nog niet benut is, hier komt iets snels en leuks. Wat is het?

Hiernaast zie je een plek achteraan ons huis, tijdens de verbouwing in januari. Voorheen was er een veranda, voorlopig blijft deze plek onoverdekt en komt er ook geen nagelnieuw terras. In juni lag het er, behalve de stellingen die weggehaald waren, nog ongeveer net zo bij:  blote aarde, nu met opschietend onkruid erop, puin en steengruis en de fundamenten en wanden voor een natuurlijke waterzuivering.

 

 

3. Gebruik je verbeelding.

Een pop-up in of rond je huis hoeft helemaal niet de bestemming te krijgen die je ervoor in gedachten hebt op langere termijn. Denk na: wat zou ik op dit plekje het liefst willen doen als ik het beter ingericht zou krijgen? De was opvouwen, een boek zitten lezen, naar muziek luisteren, aardappelen schillen of nog wat anders? Ga er desnoods een half uurtje zitten,  kijk rond en luister om je fantasie te helpen.

Wat de plek op de foto hierboven betreft: gelegen op de zuidkant kan het er ’s middags bloedheet zijn, maar ’s ochtends is het er nog koel en kan je de zon zien opkomen. Dit moest een ontbijtterrasje worden!

4. Gebruik materialen die elders in en om je huis geen functie hebben of zelfs ontsierend afval zijn.

Heb jij dat ook? Ongebruikte stoelen, servies, boeken, lampen, bouwmaterialen, … waar je in en om je huis geen blijf mee weet, maar waarvan je denkt dat je ze in de toekomst nog nodig zal hebben? Het goeie nieuws is dat ze voor het bestrijden van tijdelijkheid een goudmijntje kunnen vormen.

Op de foto: na het weghalen van puin en onkruid en licht egaliseren van de grond werd de plek bedekt met twee grote houten platen en een heleboel betonnen tegels die in de tuin vooral lelijk lagen te wezen. Een metalen tafeltje dat stond te niksen op zolder kon zich plots nuttig maken.

5. Werk snel.

Als je er drie weken aan een stuk over moet doen om je pop-up klaar te krijgen, als er breken, metselen, behangen, schilderen of andere langdurige activiteiten bij komen kijken, dan ben je eerder bezig met inrichten voor de langere termijn. Daar is niks mis mee natuurlijk, maar het is het leukst en geeft de meeste voldoening als je snel resultaat hebt. Enkele uren of een dag is ideaal.

Het ontbijtterras op de foto maken kostte alles bij elkaar een uur of twee.

6. Versier!

De kans is groot dat het er allemaal niet zo afgewerkt of supernetjes gaat uitzien, misschien gebruik je meubels of materialen die je op zich niet erg mooi vindt maar die wel je doel dienen. Dat wil niet zeggen dat het sowieso lelijk-maar-functioneel hoeft te worden. Versieren is de boodschap! Zorg voor wat aankleding met een fleurig tapijtje, een plant, een mooie prent aan de muur, wat dan ook om de sfeer zo prettig mogelijk te maken.

Op verschillende plekken in onze tuin stonden grotere en kleinere planten in potten, uit het zicht, een beetje verloren. Bij elkaar gezet versieren ze het terrasje en functioneel is dit ook: bij heel warm weer moeten ze ’s avonds water krijgen en dan is het mooi meegenomen dat ze allemaal bij elkaar staan vlak bij de achtergevel.

7. Documenteer!

Ziezo, mini-terras klaar!

Een pop-up plekje kan iets van maanden zijn of misschien wel enkele jaren, maar tijdelijk blijft het in elk geval. Maak er wat foto’s van (‘voor’ en ‘na’ is altijd leuk). Het voelt dan aan als een project waar je mee bezig bent, eerder dan oplapwerk, en het is ook leuk om later te kunnen herbekijken welke transformaties je huis en tuin allemaal hebben ondergaan. Je gaat ook beseffen dat tijdelijkheid een eigen speelse charme kan hebben.

 

 

 

 

Growfunding De Groenste Straat: 11 redenen om te steunen

Geplaatst op

Misschien hebben jullie er al wat van gezien via sociale media of langs andere weg: Villa VanZelf is in zee gegaan met Growfunding om fondsen te werven. Growfunding is een vorm van crowdfunding met een positieve impact op de samenleving. Concreet willen we 5000 € bij elkaar krijgen om in onze thuisbasis Landen het project ‘De Groenste Straat’ te lanceren. De Groenste Straat zal twee jaar lang lopen en bewoners ondersteuning bieden om op zo veel mogelijk plekken in Landen het straatbeeld ingrijpend te vergroenen en zelfs een prijs voor ‘De Groenste Straat’ te winnen.

Waarom steunen? 

1. Positieve actie!

Vaak wordt de bankkaart getrokken voor de bestrijding van onheil: ziekten, aardbevingen, overstromingen, etc. Broodnodig natuurlijk, maar hier krijg je nu een keer de kans om te doneren voor puur positieve actie. Geen beroep op je medeleven, geen zielige beelden, gewoon een gelegenheid om met de glimlach bij te dragen aan iets moois.

2. Groen maakt happy.

Natuur om ons heen maakt gelukkiger en gezonder, dat is bewezen. Soms denken we dat we daarvoor de bossen moeten opzoeken en die zijn niet altijd vlakbij. Een heerlijk groene straat biedt een eenvoudig alternatief voor de gebruikelijke tegelwoestijn en we kunnen er elke dag van genieten.

3. Geven maakt eveneens happy.

Ook wetenschappelijk bewezen in tal van experimenten: als mensen een bescheiden geldbedrag krijgen dat ze ofwel aan zichzelf ofwel aan een cadeautje voor een ander moeten uitgeven blijken aan het eind van de dag diegenen die het geld aan een medemens besteedden gelukkiger.

4. Je weet precies waar je geld heengaat.

Geen vraagtekens over waar het geld bij grote ngo’s allemaal blijft plakken en welk percentage van je donatie uiteindelijk echt bijdraagt. Villa VanZelf is een kleine vzw op het terrein, wij hebben geen grote werkingskosten en kunnen elke € dus helemaal inzetten voor het doel.

5. Vergroening helpt tegen klimaatopwarming.

Meer groen zorgt voor schonere lucht en helpt een buffer bouwen tegen klimaatopwarming. Nee, we zijn heus niet machteloos overgeleverd aan die wereldomvattende problemen waarvan we denken dat we er als individu niks tegen kunnen.

6. De Groenste Straat versterkt lokale cohesie.

De Groenste Straat wordt ook een sociaal labo. Alleen voor je eigen stulp een tegel loswrikken en er een zonnebloem in planten is mooi natuurlijk, maar met samenwerking wordt er zoveel meer mogelijk: een heuse straattuin, een eetbare stoep, een groen speelplekje …

7. Ook een vormingsproject

Via praktische workshops worden ondersteuning, ideeën en tips geboden om van start te gaan, maar ook door te gaan op het eerste elan.

8. Inspiratie die kan worden gedeeld.

De Groenste Straat heeft weliswaar een lokale inbedding, maar er wordt heel wat expertise verzameld die op termijn kan worden gedeeld met andere gemeenten en steden, zodat daar met handige voorkennis Groenste-Straten-projecten kunnen starten.

9. Het Groenste-Straten-Land?

Dromen doet geen pijn, integendeel. Hoewel we mooie plekken natuur hebben waar we trots op mogen zijn, kan België zich niet bepaald beroepen op zijn exuberant groene karakter. Waarom brengen we daar niet doodgewoon verandering in, van onderop, met kleinschalige middelen, als een groene vlek die zich uitbreidt? Zodat we ons op termijn het Groenste-Straten-Land kunnen noemen.

10. Omdat elke donatie een verschil maakt.

‘5000 € is heus niet zo veel, ze komen er wel, een ander geeft wel wat.’ Zo werkt het niet! We rekenen echt op jou. En we gaan daarbij radicaal ook voor de mini-donatie. Wees trots op de 10 € die je schenkt (en wees nog trotser als je meer schenkt). We zijn blij met elke donatie. Als we ons doel niet halen, worden alle donaties teruggestort, maar geef toe: dat kan toch echt niet de bedoeling zijn.

11. Je krijgt er wat voor terug.

Afhankelijk van de grootte van je donatie krijg je iets van ons terug. Ja, echt! Alle concrete info daarover, een clipje dat we maakten om ons project aan te kondigen en de mogelijkheid om online te doneren vind je op:

https://www.growfunding.be/groenstestraat

Doen, vandaag nog! Alvast bedankt!