huis-tuin-keuken-ecologie

Plasticvrij Leven – Inkopen doen en eten

Geplaatst op

Hoe doe je boodschappen als je zo plasticvrij mogelijk wil leven? Anders, dat is duidelijk. Het vergt meer planning en structuur. Anderzijds kan het een verademing zijn om af te stappen van de race door de supermarkt waarbij je je winkelkar volstouwt met al die voedingswaren die er steriel, onnatuurlijk en luchtdicht bijliggen. Plastic is zo verweven met onze westerse consumptiepatronen dat rustig omschakelen beter werkt dan in één keer elke centimeter van het spul proberen te bannen. Om te beginnen kan je je voorzien van de basisuitrusting van de plastic-vrijheidsstrijder. Een paar voorbeelden, niet bedoeld als promo voor wat dan ook, er zijn zeker prima alternatieven.

Te beginnen vanaf rechtsboven, in wijzerzin:

Dopper drinkfles. Deze heeft als voordeel dat ze helemaal bpa-vrij is (er zitten geen giftige weekmakers in die je bijvoorbeeld wel in zachte, indrukbare flessen hebt) én het bovenste gedeelte kan je als een drinkkopje gebruiken als je het omkeert. Nadeel: met z’n 450 ml inhoud is hij snel leeg, maar je kan hem natuurlijk aan elk kraantje bijvullen. Online te koop en in België ook in de Oxfam Wereldwinkels.

Composteerbaar bestek. Of het echt composteerbaar is, heb ik nooit getest, ik heb het bijgehouden uit de iets milieu-bewustere eetplek en gebruik het telkens opnieuw. Je kan natuurlijk ook een metalen setje meenemen, maar deze wegen zo goed als niks.

Zakjes van bio-katoen van ‘A table’ met een trekkoordje, om groenten en fruit in te stoppen. Ze zijn ook te koop in verpakkingsvrije winkels en bestaan in een groter formaat. Een handige Harry of Henriëtta kan ze makkelijk zelf maken.

Stoffen tasje van Pylones. Sinds ik deze van een lieve vriendin kreeg, heb ik ‘m altijd bij. Een vracht bibliotheekboeken? Twee kilo prei? Het kan allemaal in dit stevige attribuut. Voordeel: veel leuker om met een mooi tasje rond te lopen dan met een exemplaar met één of andere reclame of nadrukkelijke eco-boodschap erop.

Potjes van Preserve: zijn gemaakt van bpa-vrij, recycled plastic. Ik vond ze in Bioplanet. Online zijn ze onder andere te koop bij Kudzu. Er bestaan ook andere formaten dan de twee op de foto. Handig om lunch of kleine snacks mee te nemen.

Sommige plastic-weigeraars zien helemaal af van het gebruik van plastic, ook als het om herbruikbare dingen gaat, en kiezen voor glazen drinkflessen en potten. Persoonlijk vind ik dat gezien de afstanden die ik fietsend afleg wat te omslachtig. Thuis staan glazen bewaarpotten dan weer mooi in de keuken.

En waar kan je zoal terecht als je van plan bent om inkopen te doen met je arsenaal aan eigen bakjes en zakjes? Om te beginnen in verpakkingsvrije winkels. Vooral te vinden in grote(re) steden, maar als we met z’n allen elke gelegenheid aangrijpen om er langs te gaan worden het er ongetwijfeld veel meer.  Het fijne aan verpakkingsvrije winkels? Ze nodigen uit tot sociaal contact, geven een buurtgevoel middenin de stad en van al die flessen, bakken en potten waar je zelf je eten uit kan scheppen word je vanzelf zen en happy. Behalve de 10 winkels vermeld op de pagina van Netwerk Bewust verbruiken zijn er ook nog: The Food Hub in Leuven, Lara kookt voor u in Antwerpen en Les Halles Bio Van de Tram in Brussel.

Bij Bioplanet kan je zonder probleem eigen doosjes meenemen om je bio-vlees in te laten verpakken. In Gent is Mij pak je niet in gestart als burgerinitiatief om zoveel mogelijk verpakking te vermijden en intussen krijgt het elders in Vlaanderen navolging. Er wordt bijvoorbeeld in kaart gebracht in welke handelszaken je allemaal terecht kan met eigen verpakkingen. Misschien wordt er eerst wat gek opgekeken als je je eigen doosjes bij de slager of de kaaswinkel over de toonbank schuift, maar het loont altijd de moeite om te vragen of het kan.

Een flinke steen des aanstoots was – en blijft – voor mij dat biogroenten en -fruit in de gewone supermarkt altijd verpakt zijn, in sommige gevallen in doodgewoon plastic, in andere in folies die dan wel als composteerbaar worden gelabeld, maar die je in je gewone compostbak niet verwerkt krijgt, zeker niet in grotere hoeveelheden. Ik weet het, wettelijk gezien moeten die verpakkingen om bio van niet-bio te kunnen onderscheiden, maar het wordt hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. ‘Natural branding’ van bioproducten via lasertechniek zou op komst zijn, maar voorlopig merk ik daar nog niks van in mijn lokale supermarkten. Gelukkig zijn er alternatieven, zodat we de supermarkt links kunnen laten liggen.

Misschien kan je bij een Voedselteam in je buurt lokaal en vers basisvoedsel kopen dat je via een webwinkel bestelt en in een plaatselijk depot afhaalt. Vergelijkbaar maar met een iets andere werking is CSA, Community Supported Agriculture: een lokale gemeenschap draagt mee de werking van een landbouwbedrijf en kan in ruil op een deel van de oogst rekenen. Zowel Voedselteams als CSA zijn in Vlaanderen duidelijk in opmars. Studenten aan de KULeuven kunnen op maandag een biogroenten- en of fruitpakket ophalen op verschillende plaatsen in de stad.

Dikwijls volstaat het om iets verder te kijken dan het vertrouwde aanbod aan winkels. Tot een paar weken terug dacht ik wat mijn eigen tamelijk afgelegen woonplek betreft een beetje mistroostig dat bio én onverpakt niet echt praktisch haalbaar was, tenzij oogst uit eigen tuin en de net iets te verre bio-supermarkt. Maar kijk, plots kwam dé oplossing uit de lucht vallen: een coöperatieve van 3 lokale bio-boeren net over de taalgrens die hun klanten via e-mail op de hoogte houden van hun aanbod en op vrijdag en zaterdag voor de verkoop zorgen. Misschien slijt het nieuwe er wel af, maar voorlopig fiets ik op zaterdagochtend als op wolkjes een kwartiertje door de velden naar de boerderij en laad ik de fietstassen vol met verse groenten en fruit zonder verpakking. Op zulke momenten besef ik dat plasticvrij- er leven ook echt kwalitateitsvoller leven is.

Sandra

 

 

 

Advertenties

Op naar Plasticvrij Leven – De nulsituatie

Geplaatst op Geupdate op

Ik zou een weekje monitoren hoeveel plastic afval mijn levensstijl voortbrengt zonder voorlopig iets aan mijn gewoonten te veranderen. Best moeilijk in de praktijk. Niet dat monitoren, wel het feit dat ik meteen een plastic-alarm ontwikkel en geneigd ben om een alternatief te verzinnen zodra ik merk dat ik alweer een item aan de week-verzameling zal moeten toevoegen. Natuurlijk is het de bedoeling om steeds plasticvrij-er te worden, maar in eerste instantie wilde ik  een beeld krijgen van mijn persoonlijke afvalproductie. Hier is het dan:

yoghurtpotjes, twee brikken, verpakking van pasta, verpakking van hamburgers, kaaskorsten, verpakking van slaatje en lepel

Omdat ik in een gezin leef, zit er een kleine foutenmarge op. Enkele verpakkingen waren aan het begin van de week al geopend en werden collectief leeggemaakt, maar voor elke verpakking geldt dat ik in elk geval ook van de inhoud heb gegeten en dus mee verantwoordelijk ben voor het afval.

Sommige dingen zijn makkelijk te vermijden: meestal neem ik op verplaatsing mijn eigen lunch en bestek mee, maar soms vergeet ik dat dus, zo blijkt. Als ik vlees eet, is dat in principe bio, maar dan zou ik het altijd in een meegebrachte doos moeten laten inpakken in de bio-slagerij in plaats van het voorverpakt te kopen. Dat zou met wat organisatie moeten lukken want vlees beperk ik tot maximum twee keer per week. Pasta kan ik zonder veel moeite in kartonnen verpakking of nog beter in bulk kopen.

Moeilijker punten voor mij zijn: kaas en yoghurt. Rond kaas zit zowat altijd een plastic korst en ik heb zo m’n persoonlijke voorkeurtjes wat yoghurt betreft en nee, die zitten niet per definitie in glazen potten. Dat wordt even zoeken. Ik hoor al enkelen onder jullie fluisteren: wordt dan vegan en klaar. Maar dat trekt me voorlopig niet aan en vegan producten zitten vaak ook in plastic verpakkingen.

Moet je brikverpakkingen beschouwen als plastic-afval? Fostplus leert me dat ze voor het  grootste deel uit karton bestaan, voor 21 % uit plastic en dan nog enkele procenten aluminium. Bij het recyclen worden al die laagjes gescheiden en apart verwerkt. Misschien kan ik op termijn wel vaker zelf plantaardige melk maken – in glazen flessen heb ik die nog nooit gezien – en genoeg tomaten kweken om voor een hele winter en lente passata in te maken, maar voorlopig heb ik voor brikken geen alternatief.

Meestal vind ik het evident, maar er zijn een hoop dingen waar plastic inzit of die in plastic verpakt zijn die ik niet gebruik: shampoo, conditioner en douchezeep in plastic flessen, wegwerp scheermesjes, klassiek maandverband en tampons, crèmes en lotions, frisdrank, allerlei soorten broodbeleg, wegwerpzakjes, vershoudfolie, kant- en klare maaltijden en deeg, voorverpakte sla … Hoera, dat scheelt al heel wat!

Voor de rest riep mijn plastic-observatieweek toch ook een stel vragen op waar ik eerder niet zo bij had stilgestaan:

  • Wat met het venstertje van enveloppen, je kan zulke dingen moeilijk uit je brievenbus weghouden.
  • Wat met magazines waarop je geabonneerd bent, tegenwoordig zitten die allemaal in plastic wrap.
  • Wat met blisters van medicijnen, ook al ben ik zowat een zero-pillenslikker?
  • Wat met diepvriesfrieten? Altijd naar de frituur? De moeite doen om ze zelf te snijden en bakken?
  • Wat met plastic kurken van wijnflessen? Je ziet bij aankoop niet wat voor kurk het is.
  • Wat met horeca-consumpties? Ik ben bv. een theedrinker en thee komt tegenwoordig steeds vaker in theezakjes die niet van papier zijn gemaakt maar van een soort plastic weefsel. Het koekje in folie eet ik over het algemeen niet op, dus dat hoeft geen probleem te zijn.
  • Wat met online bestellingen? Dikwijls zijn ze over-verpakt in zowel karton als plastic, bubbelfolie en tape.
  • Wat met cadeautjes die in plastic verpakt zijn?
  • Wat met toiletpapier, daar zit zo goed als altijd plastic rond?
  • Wat met afval dat geen plastic is? Plastic-vrij is niet gelijk aan zero-waste. Is dat laatste dan mijn doel op termijn?

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik hoef er natuurlijk niet meteen allemaal gepaste antwoorden en alternatieven voor te hebben. Stap voor stap lijkt me de beste garantie voor volhouden op langere termijn. Naarmate ik elegante oplossingen vind en hopelijk ook de geneugten van meer plastic-vrijheid ontdek deel ik ze hier zeker.

Hier kan je lezen wat vooraf ging.

Blogs lezen van mensen die al vele jaren ervaring hebben met plasticvrij of zero-waste leven helpt ook altijd.

Een leuke uit eigen land is Schonestadsmeisje.

En een Amerikaanse: My Plastic Free Life

Sandra

Natuurlijke voortuin in aanleg

Geplaatst op Geupdate op

Groenere straten, het is één van onze (vele) dromen. Waarom? In groenere straten is het niet alleen mooier en gezelliger wonen dan in steenvlaktes, groene straten helpen ook om onze leefomgeving gezonder te maken. Hoe maak je een groenere straat? Begin bij je eigen voortuin!

De afgelopen maanden startten we een Growfunding-actie op: we wilden 5000 € verzamelen om het project De Groenste Straat van Landen te lanceren. We hebben het – bij lange niet – gehaald. Concreet betekent dat dat het geld wat gedoneerd werd allemaal aan de donateurs wordt teruggestort want het principe is ‘target halen of niks’, zo gaat dat bij Growfunding. Is dit erg? Eigenlijk niet nee. Toegegeven, het is nooit leuk als je tijd en moeite investeert in iets wat naderhand vergeefs lijkt, maar voor de rest vallen er zeker wat wijze lessen te rapen. Bijvoorbeeld dat we iets te veel schroom hebben om zo veel mogelijk mensen om zo veel mogelijk geld te vragen. Na drie jaar Landen zijn we ook nog niet voldoende ingebed voor dit soort actie en potentiële lokale partners die enthousiast zijn maar zelf geen euro inbrengen, daar heb je dus niet veel aan. Bovendien ligt onze kracht elders: namelijk in kleinschalig starten en zo groei realiseren en vanuit onze eigen huis-/tuin-/hart-/hoofdpraktijk verhalen, voorbeelden en inspiratie delen met een persoonlijke toets.

Wat die Groenste Straat betreft maakten we dus maar de omschakeling in ons hoofd naar: laten we kleiner beginnen en alvast zelf werken aan ons eigen groene baken in onze eigen straat. Zo gezegd, zo gedaan. De afgelopen weken evolueerde onze voortuin van pokdalige-woestijn-na-verbouwing naar een natuurlijke groeiplek met potentieel. Hoe leg je een natuurlijke voortuin aan? Alle fasen voor je op een rij.

 

Voor de verbouwing: klinkervlakte, afgestemd op Koning Auto. We braken de klinkers uit en gaven ze weg via een lokale geefgroep. In elk geval wilden we dit uitzicht niet herstellen. De garage zou na de verbouwing geen auto meer kunnen herbergen, dus daarmee hoefden we alvast geen rekening te houden.

 

Na de verbouwing: er zijn waterputten aangelegd en fase 1 voor vergroening is al klaar, namelijk de grond egaliseren. Die lag er heel oneffen bij en er waren al heel wat pioniersplanten gaan groeien. Het egaliseren deden we gewoon met de schop.

Volgende stap: met boomstammetjes van ongeveer 20 cm doorsnede en variërende lengtes maakten we afbakeningen om te bepalen waar paden moesten komen en waar groeiplekken. Op de groeiplekken werd de schrale, harde grond wat losgemaakt en werd compost van eigen kweek uitgespreid.

 

Waar paden moesten komen en er dus net moet worden vermeden dat er allerlei dingen gaan groeien werd een laag zacht verhakseld plantenmateriaal gelegd dat al een winter had liggen drogen. Hier zie je goed het verschil tussen de delen van de voortuin: links uitgedroogde aarde en bedekking met compost, rechts het pad in aanleg.

 

Op de groeiplekken wordt de compost vervolgens ook bedekt met een laag haksel. Op een bescheiden smeerwortel na staat er voorlopig niets in die voortuin en we willen vermijden dat hij overwoekerd raakt voor we nog maar met een doordachte aanleg van planten begonnen zijn.

De paden naar de voordeur en de garage krijgen een tweede laag, deze keer van grof houthaksel. Altijd de moeite waard om je omgeving in het oog te houden om aan dit soort materiaal te komen: gemeentelijke groendiensten beschikken vaak over haksel dat ze kwijt willen en soms zie je ergens hopen liggen die je bij navraag gratis mag komen ophalen.

Spontaan oprukkende klaprozen en kamille, die laat je natuurlijk gewoon hun gang gaan. Dit stukje aan de rechterkant van onze voortuin laten we ongemoeid. Geen compost, zodat de grond schraal blijft en het plan om hier volgend jaar een veldbloemenmengsel te zaaien. Een beetje ophogen is nog wel nodig. En dan op naar fase 2: beplanten.

Een uitgebreidere fotoreeks kan je bekijken op onze Facebook-pagina.

Denk je dat een groenere voortuin geen optie is als je een auto en dus een stenen oprit hebt? De stad Antwerpen geeft tips.

 

Bewaren

Bewaren

7 strategieën om het beste te maken van tijdelijkheid in huis en tuin

Geplaatst op

Eén van de vervelendste dingen bij het verbouwen van een huis: tijdelijkheid. ‘Voorlopig’ is altijd al een populair woord geweest in al onze vroegere woningen en we zijn evenmin mensen die op een plek of in een job neerstrijken en daar een paar decennia blijven zitten, maar al dat tijdelijke en on-affe kan je op de duur flink moe maken.

Nu ik in deze zomer-komkommertijd volop gelegenheid heb om onder ogen te zien hoe ons Villa’tje erbij ligt, ontwikkel ik strategieën om van tijdelijkheid in plaats van iets ergerlijks een kracht te maken. Hoe? Hieronder een paar principes om je te inspireren en een voorbeeld.

1. No stress!

Onafgewerkte dingen zorgen vaak voor een zeurend gevoel op de achtergrond of zelfs latente schuldgevoelens. ‘Hoeveel jaar duurt het nog voor dit afgewerkt raakt?’ ‘Waarom ben ik zo’n uitsteller?’. Wel, er zijn vast meer dan genoeg goeie redenen waarom deze plek er zo uitziet: er zijn andere prioriteiten, je hebt het druk, je hebt geen idee hoe je het kan aanpakken, … Het weze zo! Besluit bij deze om het jezelf te vergeven en klaar!

2. Beschouw tijdelijke plekken als pop-up zone.

Nu kan je met een schone lei beginnen. Kies een tijdelijke plek uit waarvan je weet dat je ze de eerstkomende tijd niet definitief gaat inrichten en waar je een oplossing voor wil. Dat kan van alles zijn: een vervelende rommelhoek, een braakliggend stukje in je tuin, een ongebruikt kamertje dat nog niet afgewerkt is … Zeg tegen jezelf: dit is een pop-up, deze plek zit vol potentieel dat nog niet benut is, hier komt iets snels en leuks. Wat is het?

Hiernaast zie je een plek achteraan ons huis, tijdens de verbouwing in januari. Voorheen was er een veranda, voorlopig blijft deze plek onoverdekt en komt er ook geen nagelnieuw terras. In juni lag het er, behalve de stellingen die weggehaald waren, nog ongeveer net zo bij:  blote aarde, nu met opschietend onkruid erop, puin en steengruis en de fundamenten en wanden voor een natuurlijke waterzuivering.

 

 

3. Gebruik je verbeelding.

Een pop-up in of rond je huis hoeft helemaal niet de bestemming te krijgen die je ervoor in gedachten hebt op langere termijn. Denk na: wat zou ik op dit plekje het liefst willen doen als ik het beter ingericht zou krijgen? De was opvouwen, een boek zitten lezen, naar muziek luisteren, aardappelen schillen of nog wat anders? Ga er desnoods een half uurtje zitten,  kijk rond en luister om je fantasie te helpen.

Wat de plek op de foto hierboven betreft: gelegen op de zuidkant kan het er ’s middags bloedheet zijn, maar ’s ochtends is het er nog koel en kan je de zon zien opkomen. Dit moest een ontbijtterrasje worden!

4. Gebruik materialen die elders in en om je huis geen functie hebben of zelfs ontsierend afval zijn.

Heb jij dat ook? Ongebruikte stoelen, servies, boeken, lampen, bouwmaterialen, … waar je in en om je huis geen blijf mee weet, maar waarvan je denkt dat je ze in de toekomst nog nodig zal hebben? Het goeie nieuws is dat ze voor het bestrijden van tijdelijkheid een goudmijntje kunnen vormen.

Op de foto: na het weghalen van puin en onkruid en licht egaliseren van de grond werd de plek bedekt met twee grote houten platen en een heleboel betonnen tegels die in de tuin vooral lelijk lagen te wezen. Een metalen tafeltje dat stond te niksen op zolder kon zich plots nuttig maken.

5. Werk snel.

Als je er drie weken aan een stuk over moet doen om je pop-up klaar te krijgen, als er breken, metselen, behangen, schilderen of andere langdurige activiteiten bij komen kijken, dan ben je eerder bezig met inrichten voor de langere termijn. Daar is niks mis mee natuurlijk, maar het is het leukst en geeft de meeste voldoening als je snel resultaat hebt. Enkele uren of een dag is ideaal.

Het ontbijtterras op de foto maken kostte alles bij elkaar een uur of twee.

6. Versier!

De kans is groot dat het er allemaal niet zo afgewerkt of supernetjes gaat uitzien, misschien gebruik je meubels of materialen die je op zich niet erg mooi vindt maar die wel je doel dienen. Dat wil niet zeggen dat het sowieso lelijk-maar-functioneel hoeft te worden. Versieren is de boodschap! Zorg voor wat aankleding met een fleurig tapijtje, een plant, een mooie prent aan de muur, wat dan ook om de sfeer zo prettig mogelijk te maken.

Op verschillende plekken in onze tuin stonden grotere en kleinere planten in potten, uit het zicht, een beetje verloren. Bij elkaar gezet versieren ze het terrasje en functioneel is dit ook: bij heel warm weer moeten ze ’s avonds water krijgen en dan is het mooi meegenomen dat ze allemaal bij elkaar staan vlak bij de achtergevel.

7. Documenteer!

Ziezo, mini-terras klaar!

Een pop-up plekje kan iets van maanden zijn of misschien wel enkele jaren, maar tijdelijk blijft het in elk geval. Maak er wat foto’s van (‘voor’ en ‘na’ is altijd leuk). Het voelt dan aan als een project waar je mee bezig bent, eerder dan oplapwerk, en het is ook leuk om later te kunnen herbekijken welke transformaties je huis en tuin allemaal hebben ondergaan. Je gaat ook beseffen dat tijdelijkheid een eigen speelse charme kan hebben.

 

 

 

 

Growfunding De Groenste Straat: 11 redenen om te steunen

Geplaatst op

Misschien hebben jullie er al wat van gezien via sociale media of langs andere weg: Villa VanZelf is in zee gegaan met Growfunding om fondsen te werven. Growfunding is een vorm van crowdfunding met een positieve impact op de samenleving. Concreet willen we 5000 € bij elkaar krijgen om in onze thuisbasis Landen het project ‘De Groenste Straat’ te lanceren. De Groenste Straat zal twee jaar lang lopen en bewoners ondersteuning bieden om op zo veel mogelijk plekken in Landen het straatbeeld ingrijpend te vergroenen en zelfs een prijs voor ‘De Groenste Straat’ te winnen.

Waarom steunen? 

1. Positieve actie!

Vaak wordt de bankkaart getrokken voor de bestrijding van onheil: ziekten, aardbevingen, overstromingen, etc. Broodnodig natuurlijk, maar hier krijg je nu een keer de kans om te doneren voor puur positieve actie. Geen beroep op je medeleven, geen zielige beelden, gewoon een gelegenheid om met de glimlach bij te dragen aan iets moois.

2. Groen maakt happy.

Natuur om ons heen maakt gelukkiger en gezonder, dat is bewezen. Soms denken we dat we daarvoor de bossen moeten opzoeken en die zijn niet altijd vlakbij. Een heerlijk groene straat biedt een eenvoudig alternatief voor de gebruikelijke tegelwoestijn en we kunnen er elke dag van genieten.

3. Geven maakt eveneens happy.

Ook wetenschappelijk bewezen in tal van experimenten: als mensen een bescheiden geldbedrag krijgen dat ze ofwel aan zichzelf ofwel aan een cadeautje voor een ander moeten uitgeven blijken aan het eind van de dag diegenen die het geld aan een medemens besteedden gelukkiger.

4. Je weet precies waar je geld heengaat.

Geen vraagtekens over waar het geld bij grote ngo’s allemaal blijft plakken en welk percentage van je donatie uiteindelijk echt bijdraagt. Villa VanZelf is een kleine vzw op het terrein, wij hebben geen grote werkingskosten en kunnen elke € dus helemaal inzetten voor het doel.

5. Vergroening helpt tegen klimaatopwarming.

Meer groen zorgt voor schonere lucht en helpt een buffer bouwen tegen klimaatopwarming. Nee, we zijn heus niet machteloos overgeleverd aan die wereldomvattende problemen waarvan we denken dat we er als individu niks tegen kunnen.

6. De Groenste Straat versterkt lokale cohesie.

De Groenste Straat wordt ook een sociaal labo. Alleen voor je eigen stulp een tegel loswrikken en er een zonnebloem in planten is mooi natuurlijk, maar met samenwerking wordt er zoveel meer mogelijk: een heuse straattuin, een eetbare stoep, een groen speelplekje …

7. Ook een vormingsproject

Via praktische workshops worden ondersteuning, ideeën en tips geboden om van start te gaan, maar ook door te gaan op het eerste elan.

8. Inspiratie die kan worden gedeeld.

De Groenste Straat heeft weliswaar een lokale inbedding, maar er wordt heel wat expertise verzameld die op termijn kan worden gedeeld met andere gemeenten en steden, zodat daar met handige voorkennis Groenste-Straten-projecten kunnen starten.

9. Het Groenste-Straten-Land?

Dromen doet geen pijn, integendeel. Hoewel we mooie plekken natuur hebben waar we trots op mogen zijn, kan België zich niet bepaald beroepen op zijn exuberant groene karakter. Waarom brengen we daar niet doodgewoon verandering in, van onderop, met kleinschalige middelen, als een groene vlek die zich uitbreidt? Zodat we ons op termijn het Groenste-Straten-Land kunnen noemen.

10. Omdat elke donatie een verschil maakt.

‘5000 € is heus niet zo veel, ze komen er wel, een ander geeft wel wat.’ Zo werkt het niet! We rekenen echt op jou. En we gaan daarbij radicaal ook voor de mini-donatie. Wees trots op de 10 € die je schenkt (en wees nog trotser als je meer schenkt). We zijn blij met elke donatie. Als we ons doel niet halen, worden alle donaties teruggestort, maar geef toe: dat kan toch echt niet de bedoeling zijn.

11. Je krijgt er wat voor terug.

Afhankelijk van de grootte van je donatie krijg je iets van ons terug. Ja, echt! Alle concrete info daarover, een clipje dat we maakten om ons project aan te kondigen en de mogelijkheid om online te doneren vind je op:

https://www.growfunding.be/groenstestraat

Doen, vandaag nog! Alvast bedankt!

 

 

Tomaten binnenshuis laten narijpen

Geplaatst op

Onze tuin leverde veel – heel veel – tomaten op. Ze groeiden aan een aantal netjes opgeboden planten in een kleine serre van eigen maaksel die we er na verloop van tijd overheen zetten om ze te beschermen tegen wind en regen en uit lichte frustratie omdat er maar geen blos verscheen op hun wangetjes. Verder doken her en der spontane zaailingen op die zich wild verspreidden over de moestuin en die we maar hun gang lieten gaan. Daar groeiden tomaten aan die in de meeste gevallen op de grond en tussen andere gewassen rijpten. Met een nattere zomer zouden die laatste natuurlijk snel rot zijn geworden, maar nu was dat niet het geval. Een tomatensucces dus. Het werd eind augustus en de tomatenvloed bleef aanhouden. Elke dag kon er worden geoogst. We begonnen ons af te vragen of de massa groene tomaten die aan de planten hing nog wel zou rijpen of we ze allemaal in één keer moesten oogsten en ze binnenshuis laten narijpen. Na wat opzoekwerk besloten we te experimenteren met kleine hoeveelheden, de resultaten daarvan af te wachten en intussen de tomaten nog maar zo veel mogelijk zon en buitenlicht te gunnen. Intussen weten we dat het antwoord op de vraag: ‘Kan je tomaten goed binnenshuis laten narijpen?’ ja luidt, hoewel niet alle op het internet circulerende tips vruchtbaar bleken.

Methode 1: tak of struik in z’n geheel oogsten en ophangen – Niet doen!

Dit bleek een flop. De foto werd gemaakt meteen na het afknippen van de tak. De dag daarop begonnen zowat alle tomaten te rimpelen. Het lijkt erop dat de tak in z’n verlangen om te overleven in extremis vocht aan de tomaten onttrekt en dat wordt dus niks.

tomaten-opgehangen

Methode 2: op een warme lichte plek leggen, bv. een vensterbank – Werkt!

De eerste dagen leek er helemaal niks te gebeuren, maar geduld loont. Op een warm zonnig plekje in je huis worden groene tomaten langzaam rijp. Of het effectief helpt om er een appel of banaan tussen te leggen omdat deze ethyleen afgeven en dat het rijpingsproces versnelt: geen idee, mijn indruk was dat vooral de banaan zelf op die warme plek in sneltempo rijpte.

tomatenvensterbank

 

Methode 3: afgedekt op een donkere, relatief warme plek – Werkt!

Enkele trossen tomaten legden we op krantenpapier in een keukenkastje met ook weer een krant er bovenop. De eerste week bleef alles even grasgroen, daarna gingen de tomaten rustigjes verkleuren. Hiervoor kan je dus kiezen als je een deel van je tomaten zo lang mogelijk wil bewaren.

Methode 4: afgedekt op een donkere koele plek – Werkt!

Rijpen tomaten ook na in het donker én bij lagere temperatuur? Bijvoorbeeld in bakjes in de kelder met krantenpapier er bovenop? Ik vond dit moeilijk te geloven, ik ging ervan uit dat ze rot zouden worden zonder te rijpen, maar het antwoord is ja. Het gaat nog trager dan in een warm keukenkastje, maar het gaat.

Intussen hebben we dus op verschillende plekken in huis narijpende tomaten. Enkele weken geleden werden alle nog groene of rozige tomaten geplukt toen het ernaar uitzag dat er koeler weer op komst was en het wat ging regenen. Om de paar dagen controleren we de tomaten die niet meteen in het zicht liggen. Af en toe halen we er wat – meestal kleine – tomaatjes tussenuit die uitdrogen of bij de steelaanzet bruin worden, maar het verlies is verwaarloosbaar. Om een idee te geven van hoe lang je groen geoogste tomaten nog binnenshuis kan laten rijpen: onderstaande foto is vandaag 9 oktober gemaakt, de tomaten werden enkele weken geleden geplukt. Is de smaak van nagerijpte tomaten even goed? Er is een verschil: de binnenshuis gerijpte tomaten worden over het algemeen niet zo zacht en sappig als de exemplaren recht uit de tuin en hebben daardoor een iets minder volle smaak, maar als je kan kiezen tussen een beenharde en wat waterige supermarkt-tomaat en je eigen kweek, weet je natuurlijk wel wat te kiezen. En ja, je kan ook wecken of chutney maken, maar zelf geven we de voorkeur aan zo lang mogelijk vers als het kan.

tomatenoktober

 

Alternatieven voor shampoo

Geplaatst op Geupdate op

Eerder schreef ik al over de zogenaamde no-poo-methode om je haar te wassen, wat inhoudt dat je je haar niet meer met shampoo wast, maar het op een alternatieve manier reinigt. Dit om de chemische troep die de gemiddelde supermarkt-shampoo eigenlijk is links te laten liggen en je hoofdhuid de kans te geven haar natuurlijke evenwicht te hervinden. Meestal wordt door adepten van no-poo wassen natriumbicarbonaat – ook baking soda of zuiveringszout genoemd – als alternatief wasmiddel gebruikt, in combinatie met (appel)azijn om na te spoelen en ter vervanging van conditioner.

Op zich is natriumbicarbonaat een krachtige reiniger – wie het goedje ook gebruikt om oppervlakken in bv keuken of badkamer schoon te maken zal dat wel weten – maar enkel deze manier van wassen vind ik op lange termijn niet helemaal bevredigend. Bij langdurig toepassen van de bicarbonaat/azijn-methode lijkt er een soort slijtage-effect op te treden. Je haar voelt minder prettig vlak na het wassen, soms zelfs een beetje plakkerig op je hoofdhuid, en dat is niet zoals het zijn moet natuurlijk. Tijd voor enige variatie!

Hoewel ik natriumbicarbonaat en azijn blijf gebruiken, wissel ik intussen af met twee andere alternatieven, namelijk vaste shampoo en kleipoeder.

fleur-de-shampoing

Vaste shampoo ziet eruit als een zeepblokje. Je vindt het bij Lush als ‘shampoo bars’ in vele geurtjes met ronkende namen en aan de dure kant als je het mij vraagt. Zelf geef ik de voorkeur aan de vaste shampoo van Douce Nature, ‘Fleur de shampooing’, die in enkele varianten bestaat en geen kleurstoffen, actieve synthetische stoffen of petrochemische derivaten bevat. Volgens Douce Nature gaat één blokje vaste shampoo net zo lang mee als 2 flacons gewone shampoo van 200 ml en is het dus een stuk zuiniger en goedkoper in gebruik.

Als je een schuimwolk op je hoofd gewend bent onder de douche is dit wennen. Een shampooblokje schuimt heel spaarzaam, dus als je veel en/of lang haar hebt, kost het een beetje moeite om ervoor te zorgen dat alle plekjes hun portie zeep krijgen. Uitspoelen gaat heel makkelijk, kammen na het wassen valt goed mee. Mijn haar voelt hiermee schoon en luchtig wanneer het droog is, en het is geen wervelende bos statische elektriciteit.

LOGLAVAERDE300G_mainAlternatief nummer 2 is kleipoeder. Klei heb je in vele soorten: wit, groen, bruin, … Over het algemeen wordt het gebruikt voor gezichtsmaskers, maar je kan het net zo goed voor je haar gebruiken. Een tijdje geleden kocht ik als cadeautje voor mijn partner, die altijd blij is met zeepvrije huid- en haarproducten, Logona Lavaerde in poedervorm. Dit is vulkanische bruine zogenaamde ‘ghassoul’ klei die gewonnen wordt in het Marokkaanse atlasgebergte. ‘Ghassoul’ is berbers voor ‘wassen’, de reinigende en zuiverende eigenschappen van deze klei zijn al eeuwen bekend en bijvoorbeeld in hamams wordt ghassoul veel gebruikt. Het zit vol mineralen als kalium, silicium en magnesium, werkt ontgiftend en verwijdert vuil en dode huidcellen. Intussen zijn we allebei enthousiast over het gebruik hiervan als shampoo-alternatief en zijn we verder gaan experimenteren met Naturado Argile Verte, een groene-kleipoeder. Het is zeker mogelijk goedkopere klei te vinden dan deze beide producten van ecologische merken, bv in grotere, merkloze hoeveelheden of als je een Marokkaanse supermarkt in de buurt hebt.

naturado

Hoe gebruiken?

  • Afhankelijk van de lengte van je haar enkele eetlepels poeder in een bekertje mengen met warm water. Ik vul het bekertje ongeveer voor de helft. Het wordt dan geen dikke pap om als masker te gebruiken, maar een vloeibaarder mengsel dat gemakkelijker te verdelen is over het haar en geschikt is voor een snellere wasbeurt.
  • Als je tamelijk droog haar hebt, kan je een koffielepeltje olijfolie of een andere olie toevoegen. Ik hou het op enkele druppels geraniumolie voor de geur, ook andere essentiële oliën zijn geschikt, natuurlijk. Goed roeren, zodat er geen klontertjes meer inzitten.
  • Onder de douche het mengsel over je haar verdelen, even inmasseren en laten werken en goed spoelen.

Femme-fatale-haar zal ik nooit hebben, maar met deze wasmethode kom ik in de buurt van enige illusie van volheid. Doorkammen wanneer mijn haar nog nat is, gaat wat stroef, maar dat heb ik ervoor over. Door de geraniumolie ruikt mijn haar heerlijk, wat dan weer niet gezegd kan worden na een bicarbonaat/azijnwasje. Bij dat laatste is het wachten tot je haar droog is en de lichte azijngeur verdwijnt. Vind je het conditioner-effect toch belangrijk, dan kan je natuurlijk ook na haar wassen met vaste shampoo of klei nog met verdunde azijn naspoelen.

Recent kwam ik op het idee om het kleipoeder ook een keer als gezichtsmasker te gebruiken.

  • Eén eetlepel poeder vermengd met enkele eetlepels water, uit te smeren op gezicht en hals.
  • 10 à 15 minuten wachten tot het goedje begint op te drogen en trekkerig aanvoelt
  • alles zorgvuldig afwassen
  • hydraterende crème of olie smeren.

Resultaat: een fris ogend, zacht velletje en een aangenaam schoon en wakker gevoel. Zeker te herhalen!