milieutheorie

Geslaagde workshop Flush Free in het Gemout

Geplaatst op Geupdate op

Op zaterdag 3 oktober daagden een aantal moedige mensen uit de buurt van Hoegaarden op in het Gemout om een zonnige dag te spenderen aan een workshop composttoilet. Een pis- en kak-evenement dus, om het meteen maar even botweg bij z’n naam te noemen. Ik zag de deelnemers geboeid luisteren naar m’n verhaal, waarin alles aan bod kwam wat een mens zeker moet weten over het composttoilet (vanaf nu afgekort tot ct):

  • waarom kiezen voor een ct,
  • infrastructuur voorzien,
  • afdekmaterialen zoeken,
  • hoe het ct gebruiken,
  • een compostbak aanleggen en gebruiken,
  • het composteerproces begrijpen en opvolgen,
  • en ten slotte de compost gebruiken in de tuin.

Geregeld ontstond een uitgelaten sfeertje op momenten dat taboes werden doorbroken en er, nog ietwat schuchter, over pis en kak, stront en zeik werd gediscussieerd. Het heeft iets bevrijdends om die woorden die we toch een beetje als ‘niet netjes’ ervaren luidop in een veilige context te kunnen uitspreken. Daarom hou ik aan het begin van elke ct-workshop een taboespelletje. Als je wil weten hoe dat gaat, moet je zelf maar een keer een workshop bijwonen.

Ik wil mensen er zoveel mogelijk toe brengen zelf met een ct te starten. Met alleen theoretische kennis doorgeven lukt dat niet. Daarom heb ik er een hands-on sessie aan gekoppeld waarbij deelnemers die dat wilden zelf een composttoilet konden bouwen. Het model is geïnspireerd op het eenvoudige maar uitstekend werkende ct-systeem dat Joe Jenkins beschrijft in zijn The Humanure Handbook. De hele middag was het één en al bedrijvigheid op de koer van het Gemout: zagen, boren, raspen, lijmen, schroeven … De creatieve geesten gingen helemaal los, met onderstaande prachtige wc’s als resultaat. Ze hebben enkel nog een verflaagje nodig. Ik ben zelf ook erg trots op het resultaat!

composttoiletten gemout 3-10-15Begint het bij jou ook wat te kriebelen om met een ct van start te gaan? Je kan zelf een workshop organiseren en me als begeleider uitnodigen, een organisatie in je buurt suggereren om dat voor jou te doen, of onze data voor volgende workshops in het oog houden en daarbij aansluiten. Voor vragen en info kan je mailen naar villavanzelf@gmail.com.

Hopelijk tot gauw!

Marc

Terugblik op een half jaar cursus ‘Voeding uit het Bos’

Geplaatst op

arboretumtervurenIn het vroege voorjaar van 2015 richtten Armand van den Hamer en ik het Collectief De Malve op: een ontmoetingsplatform voor ieder die met permacultuur, transitie, kunst en natuur aan de slag wil en naar samenwerkingen zoekt. In maart startte een cursusreeks Voeding uit het Bos: een zoektocht naar eetbaars uit het bos, het bieden van de nodige kennis om in eigen tuin en omgeving met wilde planten aan de slag te gaan. Centraal in deze reeks staat het Arboretum van Tervuren, met zijn rijkdom aan boeiende exotische bomen en struiken en een grote variëteit van inheemse planten.

Tijdens de hete en af en toe stormachtige zomermaanden doet het een keer goed om terug te denken aan het verfrissende, levendige voorjaar en aan wat we met de cursisten allemaal geoogst en gegeten hebben. Het was geregeld een kwestie van geluk om bepaalde blaadjes, kiemen, bloemen te kunnen plukken op het moment dat ze het lekkerst waren, omdat het oogstseizoen heel kort is. Zo was maart nog erg vroeg, maar toch de beste gelegenheid om speenkruid en goudveil te oogsten. Tijdens een heel korte periode in april vind je het makkelijkst gekiemde beukennootjes en zijn de bladeren van beuk en olm het zachtst. Mei en juni zijn de makkelijkere maanden, met op het menu bijvoorbeeld bekenden zoals pinksterbloem, hemelsleutel, look-zonder-look, maar ook exotische ingrediënten van boomsoorten in het arboretum zoals magnolia, kalopanax, toona, douglas. Armand wist er telkens bijzondere gerechten van te maken. Sommige ingrediënten bleken een heerlijke verrassing, andere vielen niet bij iedereen in de smaak, en nog andere werden neutraal als voedzaam beoordeeld.

Ook voor Armand en mezelf was de cursusreeks een waardevolle ontdekkingsreis, en zo was het ook bedoeld. Het was de eerste onderneming die we samen aanpakten. We leerden samen te werken en elkaars kwaliteiten te appreciëren en erop in te spelen. We hebben beiden waarschijnlijk minstens zoveel geleerd van onze eigen cursus als onze cursisten! En gelukkig zijn we bijlange na niet volleerd, zodat we ons met overgave in het najaarsgedeelte van Voeding uit het Bos kunnen gooien, waarbij vooral vruchten, wortels en misschien paddenstoelen op het menu zullen staan.

Op organisatorisch niveau bezint het Collectief De Malve zich dit najaar over manieren om cursussen te promoten. Meningen daarover gaan van: “een goeie cursus bewijst zichzelf en behoeft geen promocampagne” tot “de hele cursus staat -of flopt- met een uitgekiende, goed getimede marketing-spitsvondigheid”. Het doet me denken aan een hamburgerverhaal dat ik onlangs las. Een Amerikaanse fastfoodketen wou McDonalds beconcurreren met een burger die in alle opzichten beter was: meer vlees, versere producten, goedkoper. Toch flopte het product omdat ze hem de naam “thirdpounder” gaven, een derde van een pond, naar analogie met de “quarterpounder” van McDo. Een derde van een pond aan vlees is méér dan een vierde van een pond, maar klanten ervoeren de 3 in de naam als minder dan 4 en begrepen niet waarom ze bijna evenveel moesten betalen om “minder” te krijgen. In dit voorbeeld lijkt alles om marketingstrategie te draaien. Maar moet dat dan altijd? Daar zijn we voorlopig dus nog niet uit.

Wat wel vaststaat: het najaarsgedeelte van de cursus begint op 30 augustus. Zoals altijd starten we met een lange ontdekkingsreis doorheen de continenten van het arboretum, natuurlijk om alle eetbare dingen te verzamelen die we op het oog hebben, maar zeker ook om ons onder te dompelen in de natuurlijke sfeer van het bos. Tijdens en na de wandeling komen één of meerdere werkingsprincipes van een voedselbos aan bod, en natuurlijk een kokkerel- en proefsessie van alles wat we geoogst hebben. Stel je daarbij onder andere de geladen geur en het geknisper van poffende kastanjes voor bij de gezellige warmte van een houtkachel, terwijl buiten het dampende bos herademt na een stevige najaarsbui…

Dit zijn de data voor de rest van 2015: 30 augustus, 20 september, 18 oktober en 8 november. We kondigen de cursusdag elke maand aan via Facebook en op de site van De Malve. Je kan nog aansluiten voor het vervolg van de cursus en elke dag kan ook apart worden gevolgd. Inschrijven kan met dit formulier.

Warme zomergroeten, en hopelijk tot ziens,

Marc

deel 3 van Voeding uit het Bos

Geplaatst op

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Kalopanax septemlobus

Dag 3 van onze reeks Voeding uit het Bos komt eraan. We oogsten vele bladsoorten vandaag, met enkele bijzondere exotische knabbels ertussen, zoals deze op de foto: Kalopanax septemlobus, dat is een Chinese boomsoort van de Aralia-familie, bekend om de geduchte doornen. We praten ook over successie in een bos: wat is het en wat kan je ermee doen? Maar we gaan vooral veel op stap. We trekken in de voormiddag al het bos in en blijven onder de bomen tot een eind in de namiddag, breng dus zeker een picknick mee! Je kan inschrijven voor één of meerdere dagen via onderstaand formulier. We geven telkens een overzicht van wat vorige dagen is besproken, zo ben je meteen mee.
https://docs.google.com/forms/d/1BnIQXVYLj4isVlOsU8DvR9Ytsv7CYFNwQ9Ze8NHTDvc/viewform?edit_requested=true

Een voedselbos voor elke tuin

Geplaatst op Geupdate op

Graag presenteren we je de nieuwste cursus van Marc en Armand van den Hamer, in samenwerking met Transitie Tervuren en het Malve Collectief (later hoor je meer over dat Collectief…). In deze ontwerpcursus leer je belangrijke inhoudelijke kennis die je nodig hebt om je eigen voedselbos te ontwerpen. Stap voor stap leer je hoe je inspeelt op je omgeving en hoe je plagen en ziekten kunt vermijden. Je krijgt ook hulp bij de praktische keuze van de boom- en plantensoorten. Ten slotte breng je samen met alle deelnemers twee tuinontwerpen in uitvoering tijdens de “Permablitz-dagen”.
Bij een voedselbos worden ecologische principes van een natuurlijk bos benut om een zo groot mogelijke variatie aan fruit, noten en eetbaar blad te produceren. Een voedselbos is tegelijkertijd een mooie plek, waar mensen, vogels en insecten graag verblijven. In optimale groei zijn voedselbossen productief zonder dat veel onderhoud nodig is. Elke tuin kan als voedselbos ingericht worden.

Cursusdagen 2015

Donderdagavonden 19:30 – 22:00, eerste lesdag is 15 januari
in het Oud Gemeentehuis zaal 2,
Brusselsesteenweg 6, 3080 Tervuren.

Zondagen 15/3 en 22/3 10:00 – 16:00
“permablitz” op locatie.

De cursus kost € 275,– voor zeven bijeenkomsten (inclusief koffie/thee) en twee uitvoerende dagen.
Maximaal 16 deelnemers.

Aanmelden en meer informatie: transitietervuren@gmail.com

VOEDSELBOS VOOR ELKE TUIN
Klik op flyer voor grotere versie

7 redenen waarom je ‘De mythe van de groene economie’ moét lezen!

Geplaatst op Geupdate op

Lees je wel eens vaker over milieu-thema’s en ben je nog niet toegekomen aan ‘De mythe van de groene economie’ van Anneleen Kenis en Matthias Lievens? Laat alles vallen, ren naar boekhandel of bibliotheek en begin te lezen. Lees je nooit over milieu-thema’s? Doe er iets aan en laat ‘De mythe van de groene economie’ desnoods het enige zijn wat je over dit onderwerp leest. Het is namelijk een aanrader in het kwadraat. Waarom? 7 goeie redenen:

1. ‘Eye opener’

groene economieSommige boeken geven je een andere blik op de werkelijkheid. Je hebt de dingen niet eerder in dit licht gezien, de schellen vallen van je ogen, kortom, je kan niet meer terug naar je staat van zalige of onzalige onwetendheid van tevoren. Tussendoor mompel je ‘hé ja’, ‘klopt, waarom zag ik dat niet eerder?’.

Hoofdstuk 2 ‘Een postpolitiek klimaat’ is bijvoorbeeld bijzonder sterk op dat vlak. Dat gaat over het feit dat de milieuproblematiek in de loop van de tijd zo mainstream is geworden dat iedereen zich ermee gaat bezighouden: het is niet enkel meer de zaak van milieuverenigingen, maar ook van de politiek, de bedrijfswereld en van individuen. Daardoor ontstaat de neiging om naar een dialoog- en samenwerkingsmodel te evolueren. Vermits we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, wordt ‘Allemaal samen voor de aarde’ de nieuwe kreet. Traditionele tegenstellingen tussen belangen van bedrijven en die van ngo’s, tussen politiek links en rechts worden naar de achtergrond verschoven. Belangrijker is om te handelen, ‘Act now!’. Eén van de risico’s van het samenwerkingsmodel is het zogenaamde ‘greenwashing’: bedrijven die via een zachtgroen vernisje kunnen verdoezelen dat ze gewoon doorgaan met destructieve praktijken. IKEA steunt Natuurpunt in een herbebossingsproject in Vlaanderen, maar laat via een dochteronderneming in Rusland jaarlijks zo’n 1000 voetbalvelden oeroude bomen omhakken bijvoorbeeld. Maar wat erger is: door de ‘allen samen’-gedachte wordt de vijand geëxternaliseerd – broeikasgassen zijn nu de collectieve boeman – en vervaagt het zicht op de verantwoordelijkheid en de grondoorzaken. ‘De mens’ heeft het klimaat uit balans gebracht en iedereen draagt daarvoor een min of meer gelijke verantwoordelijkheid, zo lijkt het.

Op de duur kom je terecht in een postpolitiek klimaat, waarbij er vreemd genoeg meer contestatie is over de vraag of klimaatverandering en de menselijke rol erin al dan niet een feit zijn, dan over oorzaken, alternatieven en strategieën, die nu net de inzet van intens politiek debat zouden moeten zijn. Kenis en Lievens gaan ver in hun analyse en stellen dat de milieubeweging de nieuwe vijand is geworden van neoliberale en neoconservatieve ideologieën en dat klimaatscepticisme door hen actief wordt aangewakkerd, waardoor het eigenlijke debat wordt ontlopen. Zij pleiten dan ook voor een ‘herpolitisering’. Zelf dragen ze hun steentje bij door de eigenlijke inzet van de strijd weer zichtbaar te maken.

In hoofdstuk 5 ‘Veranderen zonder te veranderen’ gaat het onder andere over recyclage en andere vormen van individueel ecologisch gedrag. Deze door de industrie zelf aangedragen milieustrategie legt verantwoordelijkheid bij het individu en haalt ze weg bij de bedrijven. Niet het product of de producent, maar de consument is het probleem. Afval vermijden hoeft niet, gooi het gewoon in de juiste vuilniszak. In plaats van bedrijven strengere milieunormen op te leggen, gaat de overheid campagnes voor individuele gedragsverandering voeren. De impact daarvan is reëel: mensen krijgen de indruk dat de enige manier waarop ze iets kunnen doen uit bezorgdheid om het milieu het verminderen van hun eigen ecologische voetafdruk is. Daardoor reageren ze zoals de industrie hen graag heeft: als consumenten.

2. ‘Guts’ oftewel lef 

Eén van de belangrijkste stellingen van het boek en een conclusie waar de auteurs telkens weer op uitkomen, is: het kapitalistische systeem met zijn gerichtheid op kapitaalaccumulatie en de manier waarop het in grote mate onze samenleving doordringt is één van de grondoorzaken van de ecologische toestand van de planeet. Klimaatverandering kan je niet puur bekijken als een milieukwestie, omdat het raakt aan alle belangrijke problemen van onze tijd: sociale ongelijkheid, imperialisme, migratie, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, democratisch deficit, de macht van multinationals en financiële markten. Genoeg redenen dus om het tot een centraal thema te maken in de beleidsvorming. Intussen levert klimaattop na klimaattop nauwelijks meer op dan wat gratuite afspraken en bepalingen over emissiehandel en koolstofcompensatie.

Wel valt er een groeiende trend tot verantwoord en duurzaam ondernemen en het vergroenen van de economie waar te nemen. Kenis en Lievens zijn er kritisch over: volgens hen gaat het om evoluties die niet raken aan de fundamenten van het systeem en wordt er eerder geprobeerd om klimaatprotest te integreren om een nieuw model van kapitalisme mogelijk te maken. Het vervelende daaraan is dat groene economische maatregelen meer dan eens voor een zekere milieuwinst op één terrein zorgen, maar nieuwe milieuschade veroorzaken op een ander vlak.

Beide auteurs lijken stevig ingebed in de academische wereld aan een katholieke universiteit (KU Leuven). Hoewel wetenschappers per definitie geacht worden onafhankelijk te zijn, kan ik me voorstellen dat de fundamenten van ons maatschappelijk systeem in vraag stellen voor mensen in hun positie een moedige daad is. Vraagtekens zetten bij de supprematie van economische groei, en dus ook bv. werkgelegenheid en koopkracht, het is een stap die ook vele groene jongens, en al helemaal groene politici, niet aandurven wegens te vergaand of te ‘geitenwollen sok’. Je kan er makkelijk voor weggelachen of verketterd worden. Hoedje af dus wegens intellectuele durf.

Lees de rest van dit artikel »