milieutheorie

Een voedselbos voor elke tuin

Geplaatst op Geupdate op

Graag presenteren we je de nieuwste cursus van Marc en Armand van den Hamer, in samenwerking met Transitie Tervuren en het Malve Collectief (later hoor je meer over dat Collectief…). In deze ontwerpcursus leer je belangrijke inhoudelijke kennis die je nodig hebt om je eigen voedselbos te ontwerpen. Stap voor stap leer je hoe je inspeelt op je omgeving en hoe je plagen en ziekten kunt vermijden. Je krijgt ook hulp bij de praktische keuze van de boom- en plantensoorten. Ten slotte breng je samen met alle deelnemers twee tuinontwerpen in uitvoering tijdens de “Permablitz-dagen”.
Bij een voedselbos worden ecologische principes van een natuurlijk bos benut om een zo groot mogelijke variatie aan fruit, noten en eetbaar blad te produceren. Een voedselbos is tegelijkertijd een mooie plek, waar mensen, vogels en insecten graag verblijven. In optimale groei zijn voedselbossen productief zonder dat veel onderhoud nodig is. Elke tuin kan als voedselbos ingericht worden.

Cursusdagen 2015

Donderdagavonden 19:30 – 22:00, eerste lesdag is 15 januari
in het Oud Gemeentehuis zaal 2,
Brusselsesteenweg 6, 3080 Tervuren.

Zondagen 15/3 en 22/3 10:00 – 16:00
“permablitz” op locatie.

De cursus kost € 275,– voor zeven bijeenkomsten (inclusief koffie/thee) en twee uitvoerende dagen.
Maximaal 16 deelnemers.

Aanmelden en meer informatie: transitietervuren@gmail.com

VOEDSELBOS VOOR ELKE TUIN
Klik op flyer voor grotere versie
Advertenties

7 redenen waarom je ‘De mythe van de groene economie’ moét lezen!

Geplaatst op Geupdate op

Lees je wel eens vaker over milieu-thema’s en ben je nog niet toegekomen aan ‘De mythe van de groene economie’ van Anneleen Kenis en Matthias Lievens? Laat alles vallen, ren naar boekhandel of bibliotheek en begin te lezen. Lees je nooit over milieu-thema’s? Doe er iets aan en laat ‘De mythe van de groene economie’ desnoods het enige zijn wat je over dit onderwerp leest. Het is namelijk een aanrader in het kwadraat. Waarom? 7 goeie redenen:

1. ‘Eye opener’

groene economieSommige boeken geven je een andere blik op de werkelijkheid. Je hebt de dingen niet eerder in dit licht gezien, de schellen vallen van je ogen, kortom, je kan niet meer terug naar je staat van zalige of onzalige onwetendheid van tevoren. Tussendoor mompel je ‘hé ja’, ‘klopt, waarom zag ik dat niet eerder?’.

Hoofdstuk 2 ‘Een postpolitiek klimaat’ is bijvoorbeeld bijzonder sterk op dat vlak. Dat gaat over het feit dat de milieuproblematiek in de loop van de tijd zo mainstream is geworden dat iedereen zich ermee gaat bezighouden: het is niet enkel meer de zaak van milieuverenigingen, maar ook van de politiek, de bedrijfswereld en van individuen. Daardoor ontstaat de neiging om naar een dialoog- en samenwerkingsmodel te evolueren. Vermits we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, wordt ‘Allemaal samen voor de aarde’ de nieuwe kreet. Traditionele tegenstellingen tussen belangen van bedrijven en die van ngo’s, tussen politiek links en rechts worden naar de achtergrond verschoven. Belangrijker is om te handelen, ‘Act now!’. Eén van de risico’s van het samenwerkingsmodel is het zogenaamde ‘greenwashing’: bedrijven die via een zachtgroen vernisje kunnen verdoezelen dat ze gewoon doorgaan met destructieve praktijken. IKEA steunt Natuurpunt in een herbebossingsproject in Vlaanderen, maar laat via een dochteronderneming in Rusland jaarlijks zo’n 1000 voetbalvelden oeroude bomen omhakken bijvoorbeeld. Maar wat erger is: door de ‘allen samen’-gedachte wordt de vijand geëxternaliseerd – broeikasgassen zijn nu de collectieve boeman – en vervaagt het zicht op de verantwoordelijkheid en de grondoorzaken. ‘De mens’ heeft het klimaat uit balans gebracht en iedereen draagt daarvoor een min of meer gelijke verantwoordelijkheid, zo lijkt het.

Op de duur kom je terecht in een postpolitiek klimaat, waarbij er vreemd genoeg meer contestatie is over de vraag of klimaatverandering en de menselijke rol erin al dan niet een feit zijn, dan over oorzaken, alternatieven en strategieën, die nu net de inzet van intens politiek debat zouden moeten zijn. Kenis en Lievens gaan ver in hun analyse en stellen dat de milieubeweging de nieuwe vijand is geworden van neoliberale en neoconservatieve ideologieën en dat klimaatscepticisme door hen actief wordt aangewakkerd, waardoor het eigenlijke debat wordt ontlopen. Zij pleiten dan ook voor een ‘herpolitisering’. Zelf dragen ze hun steentje bij door de eigenlijke inzet van de strijd weer zichtbaar te maken.

In hoofdstuk 5 ‘Veranderen zonder te veranderen’ gaat het onder andere over recyclage en andere vormen van individueel ecologisch gedrag. Deze door de industrie zelf aangedragen milieustrategie legt verantwoordelijkheid bij het individu en haalt ze weg bij de bedrijven. Niet het product of de producent, maar de consument is het probleem. Afval vermijden hoeft niet, gooi het gewoon in de juiste vuilniszak. In plaats van bedrijven strengere milieunormen op te leggen, gaat de overheid campagnes voor individuele gedragsverandering voeren. De impact daarvan is reëel: mensen krijgen de indruk dat de enige manier waarop ze iets kunnen doen uit bezorgdheid om het milieu het verminderen van hun eigen ecologische voetafdruk is. Daardoor reageren ze zoals de industrie hen graag heeft: als consumenten.

2. ‘Guts’ oftewel lef 

Eén van de belangrijkste stellingen van het boek en een conclusie waar de auteurs telkens weer op uitkomen, is: het kapitalistische systeem met zijn gerichtheid op kapitaalaccumulatie en de manier waarop het in grote mate onze samenleving doordringt is één van de grondoorzaken van de ecologische toestand van de planeet. Klimaatverandering kan je niet puur bekijken als een milieukwestie, omdat het raakt aan alle belangrijke problemen van onze tijd: sociale ongelijkheid, imperialisme, migratie, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, democratisch deficit, de macht van multinationals en financiële markten. Genoeg redenen dus om het tot een centraal thema te maken in de beleidsvorming. Intussen levert klimaattop na klimaattop nauwelijks meer op dan wat gratuite afspraken en bepalingen over emissiehandel en koolstofcompensatie.

Wel valt er een groeiende trend tot verantwoord en duurzaam ondernemen en het vergroenen van de economie waar te nemen. Kenis en Lievens zijn er kritisch over: volgens hen gaat het om evoluties die niet raken aan de fundamenten van het systeem en wordt er eerder geprobeerd om klimaatprotest te integreren om een nieuw model van kapitalisme mogelijk te maken. Het vervelende daaraan is dat groene economische maatregelen meer dan eens voor een zekere milieuwinst op één terrein zorgen, maar nieuwe milieuschade veroorzaken op een ander vlak.

Beide auteurs lijken stevig ingebed in de academische wereld aan een katholieke universiteit (KU Leuven). Hoewel wetenschappers per definitie geacht worden onafhankelijk te zijn, kan ik me voorstellen dat de fundamenten van ons maatschappelijk systeem in vraag stellen voor mensen in hun positie een moedige daad is. Vraagtekens zetten bij de supprematie van economische groei, en dus ook bv. werkgelegenheid en koopkracht, het is een stap die ook vele groene jongens, en al helemaal groene politici, niet aandurven wegens te vergaand of te ‘geitenwollen sok’. Je kan er makkelijk voor weggelachen of verketterd worden. Hoedje af dus wegens intellectuele durf.

Lees de rest van dit artikel »