recensies

Luna’s erfenis – Julia Butterfly Hill

Geplaatst op Geupdate op

Nog een keer een hartversterkend boek gelezen, zo’n boek waar je inspiratie van krijgt en dat een licht gevoel nalaat, ook al is het onderwerp verre van luchtig. In ‘Luna’s erfenis’ brengt Julia Butterfly Hill verslag uit van de twee jaar die ze ononderbroken in een reusachtige sequoia in het uiterste Noorden van Californië doorbracht. Ze noemde de boom, die met een blauw teken was gemerkt om te worden gekapt, Luna en stelde zich tot doel er niet uit te komen voor de bescherming ervan was verzekerd. Luna bevond zich in een gebied waar oeroude bossen genadeloos werden gekapt, waar dorpen als gevolg daarvan bij zware regenval door aardverschuivingen werden bedreigd en waar in het algemeen de macht van het grote geld systematisch leek voor te gaan op het welzijn van mensen, dieren en natuur.

Hill vertelt onderhoudend hoe ze een beetje naïef en toevallig in het activistenbestaan rolde. Op reis met andere jongeren ontdekte ze het gebied en kwam ze voor het eerst in aanraking met zogenaamde boomzitters. Ze werd zo diep geraakt door de schoonheid van de bossen en de verschrikkingen van de leegkap dat ze het vanzelf als haar levenstaak ging zien om hierin een rol te spelen. Ze zocht het basiskamp van de activisten op, werd er totaal niet verwelkomd en kreeg het gevoel dat ze als onwetend groentje alleen maar in de weg liep. De boomzitters waren verbonden met een milieu-organisatie, terwijl zij dat helemaal niet was, en zowat iedereen liet haar verstaan dat ze er niks kon komen doen. Haar opvoeding als predikantendochter kwam plots goed van pas. Van haar ouders had ze namelijk geleerd zich in te zetten voor datgene waar ze in geloofde en zich er niet zomaar door tegenstand of meningen van anderen vanaf te laten brengen. Ze hield dus vol, kon toch een connectie aanknopen met enkele mensen en kreeg op een dag de kans om in de boom te klimmen die ze later Luna zou noemen. Het werd een beangstigende, maar ook geweldige ervaring.

lunas_erfenis_-_julia_butterfly_hillEr was een systeem waardoor telkens één of twee mensen in een boom zaten gedurende enkele dagen en dan werden afgelost door anderen. Aan het einde van het seizoen, wanneer de winter in zicht kwam, keerden de meeste activisten huiswaarts. Dat betekende echter niet dat de bomen dan geen risico meer liepen want het vellen ging ook in het koude seizoen door. Hill vond het volkomen onlogisch om een boom een tijdje te beschermen en hem dan in de steek te laten. Toen er op een bepaald moment geen vervanging voor één van de boomzitters was, bood ze aan om een langere periode – een week, een maand – in een boom te gaan zitten. Zo geschiedde. In december 1997 klom ze de 60 meter naar het platform bovenin de boom, zonder enig vermoeden dat ze pas in december 1999 opnieuw vaste grond onder de voeten zou voelen.

Wat volgt is een afwisselend verhaal. De ene keer gaat het over de puur praktische kant van het leven in een boom: hoe ze het toilet vrouwriendelijker maakt, wat ze eet, hoe ze ervoor zorgt dat ze voldoende lichaamsbeweging krijgt, hoe ze zich beschermt tegen kou, sneeuw en rukwinden in de winter, hoe ze reparaties uitvoert aan de primitieve en krappe behuizing van hout, zeildoek en isoltatietape. Sommige momenten zijn hallucinant of adembenemend: Hill vertelt hoe ze zich urenlang in een storm met rukwinden tot 150 km/uur vastklemde aan de middenpaal van het platform en bad voor haar leven, hoe ze tijdens de eerste winter bevroren tenen kreeg en hoe ze leerde om op blote voeten en zonder klimgordel in Luna rond te klimmen, waardoor ze een diepe gehechtheid aan de boom ontwikkelde.

Daarnaast gaat het ook over de politieke kant van haar actie: geleidelijk kreeg ze lokale, nationale en internationale bekendheid, moest ze omgaan met media, kreeg ze soms meer bezoek dan haar lief was, werd ze door sommigen cynisch afgekraakt en door anderen opgehemeld.

Van het bedrijf dat verantwoordelijk was voor de houtkap in het gebied en dat liefst zo snel mogelijk haar geliefde Luna wilde omleggen had ze het hard te verduren. Houthakkers bespotten en bedreigden haar, er werden helikopters ingezet om haar te intimideren, een gebied in de buurt van de boom werd dagenlang platgebrand, ze werd uit haar slaap gehouden door constant lawaai. Een absoluut dieptepunt van haar actie was toen een mede-activist op de begane grond onder een vallende boom omkwam.

Haar pogingen om contacten te leggen met de directie van het houtwinningsbedrijf werden lange tijd systematisch genegeerd. Uiteindelijk kwam er toch beweging in de zaak en na maandenlange onderhandelingen en met steun van stakende staalarbeiders en internationaal bekende artiesten werd een akkoord bereikt over de bescherming van Luna en andere bomen en bossen.

Er zijn risico’s aan dit soort literatuur: dat het een imponerend verhaal over bovenmenselijk heldendom wordt. Of dat je ongemakkelijk op je stoel gaat schuiven door het sentimentele zweefgehalte. Julia Butterfly Hill (Butterfly is haar activistennaam) weet dat gelukkig allemaal te omzeilen. Door haar manier van schrijven geeft ze de boodschap: ik ben maar een gewoon mens dat in buitengewone omstandigheden terechtkwam en ik deed wat nodig was om daarmee te leren omgaan. Beschrijvingen van angst, pure paniek, leegte en twijfels laat ze niet achterwege. Als lezer ga je ook begrijpen wat haar in staat stelde om die twee jaar vol te maken: enerzijds een onbuigzame koppigheid om voor haar doel te blijven gaan, en anderzijds een diep spiritueel gevoel over haar verbinding met de natuur en wat ze van die laatste kon leren.

Soms ga ik me kleintjes voelen van een boek als ‘Luna’s erfenis’. Wat doe ik eigenlijk? Wat voor verschil maak ik? Moeten we niet met z’n allen gaan actie voeren, beschermen, protesteren, … ? Bij Hill’s verhaal krijg ik dat gevoel niet. Wat ik er wel uit besluit: wees wakker en bewust in plaats van je slaapwandelend te laten leven. Maak de keuzes die voor jou het meest echt en levendig aanvoelen en wees daarin compromisloos jezelf, dan maak je sowieso ergens een verschil. En ook: word niet bitter en bewaar altijd hoop.

Er zijn heel wat filmpjes over Julia Hill te vinden op het internet. Hier is een mooie over ‘hope committed to action’.

Advertenties

7 redenen waarom je ‘De mythe van de groene economie’ moét lezen!

Geplaatst op Geupdate op

Lees je wel eens vaker over milieu-thema’s en ben je nog niet toegekomen aan ‘De mythe van de groene economie’ van Anneleen Kenis en Matthias Lievens? Laat alles vallen, ren naar boekhandel of bibliotheek en begin te lezen. Lees je nooit over milieu-thema’s? Doe er iets aan en laat ‘De mythe van de groene economie’ desnoods het enige zijn wat je over dit onderwerp leest. Het is namelijk een aanrader in het kwadraat. Waarom? 7 goeie redenen:

1. ‘Eye opener’

groene economieSommige boeken geven je een andere blik op de werkelijkheid. Je hebt de dingen niet eerder in dit licht gezien, de schellen vallen van je ogen, kortom, je kan niet meer terug naar je staat van zalige of onzalige onwetendheid van tevoren. Tussendoor mompel je ‘hé ja’, ‘klopt, waarom zag ik dat niet eerder?’.

Hoofdstuk 2 ‘Een postpolitiek klimaat’ is bijvoorbeeld bijzonder sterk op dat vlak. Dat gaat over het feit dat de milieuproblematiek in de loop van de tijd zo mainstream is geworden dat iedereen zich ermee gaat bezighouden: het is niet enkel meer de zaak van milieuverenigingen, maar ook van de politiek, de bedrijfswereld en van individuen. Daardoor ontstaat de neiging om naar een dialoog- en samenwerkingsmodel te evolueren. Vermits we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, wordt ‘Allemaal samen voor de aarde’ de nieuwe kreet. Traditionele tegenstellingen tussen belangen van bedrijven en die van ngo’s, tussen politiek links en rechts worden naar de achtergrond verschoven. Belangrijker is om te handelen, ‘Act now!’. Eén van de risico’s van het samenwerkingsmodel is het zogenaamde ‘greenwashing’: bedrijven die via een zachtgroen vernisje kunnen verdoezelen dat ze gewoon doorgaan met destructieve praktijken. IKEA steunt Natuurpunt in een herbebossingsproject in Vlaanderen, maar laat via een dochteronderneming in Rusland jaarlijks zo’n 1000 voetbalvelden oeroude bomen omhakken bijvoorbeeld. Maar wat erger is: door de ‘allen samen’-gedachte wordt de vijand geëxternaliseerd – broeikasgassen zijn nu de collectieve boeman – en vervaagt het zicht op de verantwoordelijkheid en de grondoorzaken. ‘De mens’ heeft het klimaat uit balans gebracht en iedereen draagt daarvoor een min of meer gelijke verantwoordelijkheid, zo lijkt het.

Op de duur kom je terecht in een postpolitiek klimaat, waarbij er vreemd genoeg meer contestatie is over de vraag of klimaatverandering en de menselijke rol erin al dan niet een feit zijn, dan over oorzaken, alternatieven en strategieën, die nu net de inzet van intens politiek debat zouden moeten zijn. Kenis en Lievens gaan ver in hun analyse en stellen dat de milieubeweging de nieuwe vijand is geworden van neoliberale en neoconservatieve ideologieën en dat klimaatscepticisme door hen actief wordt aangewakkerd, waardoor het eigenlijke debat wordt ontlopen. Zij pleiten dan ook voor een ‘herpolitisering’. Zelf dragen ze hun steentje bij door de eigenlijke inzet van de strijd weer zichtbaar te maken.

In hoofdstuk 5 ‘Veranderen zonder te veranderen’ gaat het onder andere over recyclage en andere vormen van individueel ecologisch gedrag. Deze door de industrie zelf aangedragen milieustrategie legt verantwoordelijkheid bij het individu en haalt ze weg bij de bedrijven. Niet het product of de producent, maar de consument is het probleem. Afval vermijden hoeft niet, gooi het gewoon in de juiste vuilniszak. In plaats van bedrijven strengere milieunormen op te leggen, gaat de overheid campagnes voor individuele gedragsverandering voeren. De impact daarvan is reëel: mensen krijgen de indruk dat de enige manier waarop ze iets kunnen doen uit bezorgdheid om het milieu het verminderen van hun eigen ecologische voetafdruk is. Daardoor reageren ze zoals de industrie hen graag heeft: als consumenten.

2. ‘Guts’ oftewel lef 

Eén van de belangrijkste stellingen van het boek en een conclusie waar de auteurs telkens weer op uitkomen, is: het kapitalistische systeem met zijn gerichtheid op kapitaalaccumulatie en de manier waarop het in grote mate onze samenleving doordringt is één van de grondoorzaken van de ecologische toestand van de planeet. Klimaatverandering kan je niet puur bekijken als een milieukwestie, omdat het raakt aan alle belangrijke problemen van onze tijd: sociale ongelijkheid, imperialisme, migratie, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, democratisch deficit, de macht van multinationals en financiële markten. Genoeg redenen dus om het tot een centraal thema te maken in de beleidsvorming. Intussen levert klimaattop na klimaattop nauwelijks meer op dan wat gratuite afspraken en bepalingen over emissiehandel en koolstofcompensatie.

Wel valt er een groeiende trend tot verantwoord en duurzaam ondernemen en het vergroenen van de economie waar te nemen. Kenis en Lievens zijn er kritisch over: volgens hen gaat het om evoluties die niet raken aan de fundamenten van het systeem en wordt er eerder geprobeerd om klimaatprotest te integreren om een nieuw model van kapitalisme mogelijk te maken. Het vervelende daaraan is dat groene economische maatregelen meer dan eens voor een zekere milieuwinst op één terrein zorgen, maar nieuwe milieuschade veroorzaken op een ander vlak.

Beide auteurs lijken stevig ingebed in de academische wereld aan een katholieke universiteit (KU Leuven). Hoewel wetenschappers per definitie geacht worden onafhankelijk te zijn, kan ik me voorstellen dat de fundamenten van ons maatschappelijk systeem in vraag stellen voor mensen in hun positie een moedige daad is. Vraagtekens zetten bij de supprematie van economische groei, en dus ook bv. werkgelegenheid en koopkracht, het is een stap die ook vele groene jongens, en al helemaal groene politici, niet aandurven wegens te vergaand of te ‘geitenwollen sok’. Je kan er makkelijk voor weggelachen of verketterd worden. Hoedje af dus wegens intellectuele durf.

Lees de rest van dit artikel »

‘Terugkeer naar het leven’ – Joanna Macy & Molly Young Brown

Geplaatst op Geupdate op

Ik heb ‘m eindekaft terugkeer naar het levenlijk uit: ‘Terugkeer naar het leven’, van Joanna Macy en Molly Young Brown. Ik had me voorgenomen om er een stuk over te schrijven en daar begin ik nu dus aan, al wordt het naar mijn gevoel geen gemakkelijke klus om dit boek te bespreken. Maar eerst even een aanloop nemen. Een paar maanden geleden nam ik deel aan een weekend ‘innerlijke transitie’. Wat dat is? Voor wie niet weet wat transitie is: in meer en meer steden en dorpen over de hele wereld heb je transitie-initiatieven. Deze stellen zich tot doel een lokale gemeenschap voor te bereiden op een toekomst met minder fossiele brandstoffen, terwijl ze tegelijkertijd een antwoord willen bieden op de problematiek van klimaatverandering. Waar het vooral om draait is het herstel van de lokale veerkracht en gemeenschap en het verminderen van afhankelijkheid op allerlei vlakken.

Innerlijke transitie heeft als doel ons in contact te brengen met beknellende gevoelens (onmacht, apathie, schuldgevoelens, pijn, …) om de benarde toestand waarin de aarde zich bevindt en ons opnieuw in verbinding te brengen met onze natuurlijke omgeving. Het is gebaseerd op het werk van Joanna Macy, een Amerikaanse milieu-activiste die al enkele decennia in de hele wereld actief is en deel uitmaakt van de ‘deep ecology’-beweging.

En zo komen we dus uit bij ‘Terugkeer naar het leven’ (‘Coming Back to Life’), dat Macy samen met psychotherapeute en mede-activiste Molly Young Brown schreef. Macy en Brown houden zich er niet mee bezig de toestand van onze wereld te beschrijven. Via de media worden we trouwens al vaak genoeg om de oren geslagen met de zoveelste olieramp, uitstervende diersoort, bedreigd ecosysteem, ozongat of onheilsvoorspelling. Na een korte inleiding gaan ze er meteen toe over een beeld te schetsen van ‘De Grote Ommekeer’ die nodig is. De drie in elkaar overlopende dimensies daarvan zijn volgens hen:

  • ‘reddingsacties’ ter bescherming van het leven op aarde (campagnes, lobbywerk, actief natuurbehoud),
  • creëren van alternatieve structuren (transitiesteden, anders consumeren, ethische handel, lokale voedselvoorziening, LETS, etc) en ten slotte
  • een cognitieve en spirituele verschuiving in onze waarneming van de realiteit.

Naar deze laatste dimensie gaat vervolgens alle aandacht uit. De meesten van ons staan op dit moment eigenlijk maar wat toe te kijken. Als we al enige pijn zouden voelen om hoe de aarde eraan toe is, dan zijn we er meesters in geworden om het niet te hoeven voelen. Macy en Young analyseren in detail de psychologische en sociaal-economische bronnen voor de verdringing waar we zowat collectief inzitten. Dat gaat van angst voor pijn (onze samenleving heeft een pil voor elke pijn, zodat we niks meer hoeven te voelen), angst om een doemdenker te lijken (‘hou het gezellig, zeg’), angst voor onmacht en schuldgevoelens (‘wat kan ik eraan doen, het overstijgt me’) tot de invloed van massamedia (leeg amusement en prikkels om te consumeren halen de overhand op informatie) en werkdruk (je bezighouden met het lot van de wereld is veel gevraagd als je baan op de tocht staat of je in stress dreigt te verzuipen). Het gevolg van verdringing is dat we in vluchtmechanismen terecht komen, passief worden of burnt out raken. Joanna Macy beschouwt deze houdingen als het grootste gevaar voor de toekomst van de planeet: ‘Ik denk dat van alle gevaren die ons bedreigen – zoals militarisme, vervuiling, overbevolking, uitstervende diersoorten – er geen gevaar zo groot is als onze ontkenning. Dat maakt namelijk dat we niet meer reageren.’ Het goeie nieuws is dat het ook anders kan en dat we het zelf in de hand kunnen nemen.

Lees de rest van dit artikel »