Villa VanZelf

7 strategieën om het beste te maken van tijdelijkheid in huis en tuin

Geplaatst op

Eén van de vervelendste dingen bij het verbouwen van een huis: tijdelijkheid. ‘Voorlopig’ is altijd al een populair woord geweest in al onze vroegere woningen en we zijn evenmin mensen die op een plek of in een job neerstrijken en daar een paar decennia blijven zitten, maar al dat tijdelijke en on-affe kan je op de duur flink moe maken.

Nu ik in deze zomer-komkommertijd volop gelegenheid heb om onder ogen te zien hoe ons Villa’tje erbij ligt, ontwikkel ik strategieën om van tijdelijkheid in plaats van iets ergerlijks een kracht te maken. Hoe? Hieronder een paar principes om je te inspireren en een voorbeeld.

1. No stress!

Onafgewerkte dingen zorgen vaak voor een zeurend gevoel op de achtergrond of zelfs latente schuldgevoelens. ‘Hoeveel jaar duurt het nog voor dit afgewerkt raakt?’ ‘Waarom ben ik zo’n uitsteller?’. Wel, er zijn vast meer dan genoeg goeie redenen waarom deze plek er zo uitziet: er zijn andere prioriteiten, je hebt het druk, je hebt geen idee hoe je het kan aanpakken, … Het weze zo! Besluit bij deze om het jezelf te vergeven en klaar!

2. Beschouw tijdelijke plekken als pop-up zone.

Nu kan je met een schone lei beginnen. Kies een tijdelijke plek uit waarvan je weet dat je ze de eerstkomende tijd niet definitief gaat inrichten en waar je een oplossing voor wil. Dat kan van alles zijn: een vervelende rommelhoek, een braakliggend stukje in je tuin, een ongebruikt kamertje dat nog niet afgewerkt is … Zeg tegen jezelf: dit is een pop-up, deze plek zit vol potentieel dat nog niet benut is, hier komt iets snels en leuks. Wat is het?

Hiernaast zie je een plek achteraan ons huis, tijdens de verbouwing in januari. Voorheen was er een veranda, voorlopig blijft deze plek onoverdekt en komt er ook geen nagelnieuw terras. In juni lag het er, behalve de stellingen die weggehaald waren, nog ongeveer net zo bij:  blote aarde, nu met opschietend onkruid erop, puin en steengruis en de fundamenten en wanden voor een natuurlijke waterzuivering.

 

 

3. Gebruik je verbeelding.

Een pop-up in of rond je huis hoeft helemaal niet de bestemming te krijgen die je ervoor in gedachten hebt op langere termijn. Denk na: wat zou ik op dit plekje het liefst willen doen als ik het beter ingericht zou krijgen? De was opvouwen, een boek zitten lezen, naar muziek luisteren, aardappelen schillen of nog wat anders? Ga er desnoods een half uurtje zitten,  kijk rond en luister om je fantasie te helpen.

Wat de plek op de foto hierboven betreft: gelegen op de zuidkant kan het er ’s middags bloedheet zijn, maar ’s ochtends is het er nog koel en kan je de zon zien opkomen. Dit moest een ontbijtterrasje worden!

4. Gebruik materialen die elders in en om je huis geen functie hebben of zelfs ontsierend afval zijn.

Heb jij dat ook? Ongebruikte stoelen, servies, boeken, lampen, bouwmaterialen, … waar je in en om je huis geen blijf mee weet, maar waarvan je denkt dat je ze in de toekomst nog nodig zal hebben? Het goeie nieuws is dat ze voor het bestrijden van tijdelijkheid een goudmijntje kunnen vormen.

Op de foto: na het weghalen van puin en onkruid en licht egaliseren van de grond werd de plek bedekt met twee grote houten platen en een heleboel betonnen tegels die in de tuin vooral lelijk lagen te wezen. Een metalen tafeltje dat stond te niksen op zolder kon zich plots nuttig maken.

5. Werk snel.

Als je er drie weken aan een stuk over moet doen om je pop-up klaar te krijgen, als er breken, metselen, behangen, schilderen of andere langdurige activiteiten bij komen kijken, dan ben je eerder bezig met inrichten voor de langere termijn. Daar is niks mis mee natuurlijk, maar het is het leukst en geeft de meeste voldoening als je snel resultaat hebt. Enkele uren of een dag is ideaal.

Het ontbijtterras op de foto maken kostte alles bij elkaar een uur of twee.

6. Versier!

De kans is groot dat het er allemaal niet zo afgewerkt of supernetjes gaat uitzien, misschien gebruik je meubels of materialen die je op zich niet erg mooi vindt maar die wel je doel dienen. Dat wil niet zeggen dat het sowieso lelijk-maar-functioneel hoeft te worden. Versieren is de boodschap! Zorg voor wat aankleding met een fleurig tapijtje, een plant, een mooie prent aan de muur, wat dan ook om de sfeer zo prettig mogelijk te maken.

Op verschillende plekken in onze tuin stonden grotere en kleinere planten in potten, uit het zicht, een beetje verloren. Bij elkaar gezet versieren ze het terrasje en functioneel is dit ook: bij heel warm weer moeten ze ’s avonds water krijgen en dan is het mooi meegenomen dat ze allemaal bij elkaar staan vlak bij de achtergevel.

7. Documenteer!

Ziezo, mini-terras klaar!

Een pop-up plekje kan iets van maanden zijn of misschien wel enkele jaren, maar tijdelijk blijft het in elk geval. Maak er wat foto’s van (‘voor’ en ‘na’ is altijd leuk). Het voelt dan aan als een project waar je mee bezig bent, eerder dan oplapwerk, en het is ook leuk om later te kunnen herbekijken welke transformaties je huis en tuin allemaal hebben ondergaan. Je gaat ook beseffen dat tijdelijkheid een eigen speelse charme kan hebben.

 

 

 

 

Advertenties

Leven zonder centrale verwarming

Geplaatst op

De eerste plek waar we als gezin woonden was een oud rijtjeshuis in Brussel. Er was centrale verwarming, eerst nog met authentieke gietijzeren radiatoren, later met moderne radiatoren. De hemelhoge kamers waren met flink stoken net voldoende warm te krijgen. Toen we 8 jaar geleden verhuisden naar alweer een oud huis met hoge ruimtes aan een bosrand moesten we het de eerste winter stellen met alleen een paar houtkachels. We hadden daar geen enkele ervaring mee en vonden onszelf ware helden terwijl we in de vrieskou aanmaakhoutjes stonden te hakken. Toen de tweede winter aanbrak was er centrale verwarming. Van de programmeerbare afstandsbediening kregen we een punthoofd. Bovendien zaten we te afgelegen voor aansluiting op het gasnet en moest er noodgedwongen met stookolie worden verwarmd, een ecologisch dilemma voor ons. In de loop der jaren gingen we de centrale verwarming steeds minder gebruiken.

Intussen wonen we in Villa Vanzelf. Die heeft geen centrale verwarming en dat willen we ook zo houden. De vorige eigenaar verwarmde met petroleum- en gaskachels. Vooral die eersten wilden we meteen de deur uit. We lieten in de voorlopige verkoopovereenkomst opnemen dat de petroleumkachels en de tank in de garage voor de definitieve verkoop moesten worden verwijderd.

Intussen komen herfst en winter eraan en moeten we ervoor zorgen dat we het warm zullen hebben.

IMG_5371Fase 1: een paar weken geleden lieten we 20 m³ droog hout dat nog bij ons oude huis opgestapeld lag naar onze nieuwe plek transporteren. Het werd – tamelijk spectaculair – voor onze deur uit de laadbak van de vrachtwagen gekieperd. Buren en langsrijdende chauffeurs keken hun ogen uit. We deden er met z’n zessen 3 1/2 uur over om al het hout manueel naar de garage en de achtertuin te brengen, waar het werd gestapeld. De hele operatie zal nog een keer moeten gebeuren, want er ligt nog eens 20 m³ hout op onze oude woonplek.

 

 

 

IMG_5505
tegelkachel in opbouw

Fase 2: terwijl ik onlangs een kruidentuintje aanlegde, stond mijn lief beurtelings op het dak en op de begane grond ervaringsdeskundigheid op te doen als schoorsteenveger. Het wilde eerst niet zo goed lukken (vervelende bocht in die vervloekte schoorsteen) en toen er onderaan een paar verdwaasde wespen verschenen, vreesden we voor een nest, maar dat bleek niet het geval (oef), en uiteindelijk  kringelde er rook uit de schoorsteen zoals het hoort.

 

 

IMG_5506
tegelkachel stookklaar

Fase 3: nu er hout is en de schoorstenen zijn geveegd, moeten de kachels worden geïnstalleerd. Op dit moment zijn dat een Deense gietijzeren hoogrendementskachel in de woonruimte en een bij De Twaalf Ambachten zelf gebouwde tegelkachel in de ruimte naast de keuken.

Deze installaties beschouwen we als voorlopig. We maken plannen om op termijn de achterzijde van het huis te verbouwen zodat de keuken, de ruimte ernaast en een oude veranda één ruimte worden waarin centraal een Rocket Mass Heater (RMH) zal komen.

 

 

Het is nog de vraag hoe dat technisch allemaal zal worden uitgewerkt:

  •  Hoe maken we optimaal gebruik van de natuurlijke waterstroom (warm water weegt lichter dan koud water, zo ontstaat een natuurlijke watercirculatie);
  • Hoe hoog moet het rendement zijn van een RMH om zowel verwarming van de gelijkvloers te genereren als warm water voor sanitair en warmtemuren in de studeerkamers? En hoe bereken je dat?
  • Hoe groot moet het watervoorraadvat zijn om alle functies hierboven vermeld aan te kunnen?
  • Kan het systeem draaien op zonne-energie en hout, zonder nog extra elektrisch bij te verwarmen?
  • Hoe bereken je de draagkracht van een betonnen vloer in functie van het gewicht van de RMH?

Het antwoord op die vragen hangt samen met waarden die we als leidraad gebruiken, namelijk ecologische duurzaamheid en eenvoud:

  • de voorkeur gaat uit naar laagtechnologische en goedkopere, eerder dan hoogtechnologische en dure oplossingen. Liever een eenvoudiger verwarmingssysteem met niet al te veel snufjes en knopjes dan ecologische high-tech die fortuinen kost en misschien over een aantal jaren alweer achterhaald is door nieuwere systemen.
  • een voorkeur voor systemen met minimale afhankelijkheid van niet-hernieuwbare energiebronnen, vandaar de keuze voor hout
  • er wordt gekozen voor inlands onbehandeld hout en ecologische aanmaakblokjes. Aanmaakhout hakken we zelf.
  • vanuit het oogpunt van eenvoud kiezen we ervoor om in het koude seizoen niet per definitie elke bewoonbare ruimte voortdurend te verwarmen. Slaapkamers waarin voornamelijk wordt geslapen en die dus niet door bv. studerende kinderen worden gebruikt, hoeven geen verwarming te hebben.
  • in principe dragen we in de winter warme truien en stoken we ruimtes minder warm, eerder dan in een t-shirt in een bloedhete kamer te zitten.

 

Groene vingers? Nee. Kruidentuin? Ja.

Geplaatst op Geupdate op

Heb ik groene vingers? Niet echt nee.

Hou ik van tuinieren? Euh, niet echt.

Gebruik ik graag verse tuinkruiden bij het koken? Om eerlijk te zijn maakt het me niet zo erg veel uit of ze uit een potje komen of uit de tuin en soms ben ik ronduit te lui om naar buiten te gaan wanneer ik middenin een gerecht zit.

Wil ik een kruidentuin? Natuurlijk. Alleen al het idee van een kruidentuin staat voor gezelligheid en huiselijkheid.

Zoals ik al zei: ik ben geen tuinfreak. Er zijn dingen die ik 1000 keer liever doe dan in de aarde wroeten en met plantjes klooien, zoals piano spelen en schrijven. Bovendien is mijn partner diegene die alles over planten, permacultuur, bodems en lichtinval weet. Maar toch: ik leg wel even die kruidentuin aan.

IMG_5467

 

Hij komt vlakbij het huis, op een stukje grond dat eerst vol staat met hortensia’s, hosta, sedum, palm, rozen en vetplantjes. Na een fase van een paar weken dubben en excuses verzinnen om maar niet te hoeven starten – Hoe krijg ik al die ongewenste planten de grond uit en waar moeten ze dan heen? Moet ik vakken aanleggen om de planten van elkaar gescheiden te houden? – begin ik er doodgewoon aan. Ik ben geen planner, je zal mij niet betrappen met een mooi uitgetekend plan waar elk kruid moet komen. Ik ben meer het type wilde tuinier: de ideeën komen wanneer ik eraan begin en ik zie het wel naarmate ik opschiet. Dat was ook deze keer het geval. Het idee van de vakken sneuvelt als eerste.

 

IMG_5471Een lelijke oude betonnen borderrand gaat eruit en wordt vervangen door bouwstenen met grote gaten erin (gevonden in de garage). Zo kan een deel van de vetplantjes gered worden. Het moet allemaal vooruit gaan, dus niks geen waterpasmetingen, met het blote oog gaat ook.

Enkele planten verkassen naar een plek in het gazon waar kort geleden nog een vermolmde houten bak met een lelijke struik erin stond: hosta, sedum en centaurie (want zo’n vlakke lap gras, daar hebben we het niet voor).

Alle kruiden die sinds de verhuis in potten stonden te wachten krijgen een plek: salie, rozemarijn, bieslook, tijm, een muntcollectie (kruizemunt, pepermunt, appelmunt, bananenmunt, bergamotmunt), roomse kervel, look, dropplant, laurier, oregano, …

Munt en laurier blijven in potten (de eerste omdat hij anders volgend jaar misschien te veel gaat overheersen, de tweede omdat hij naar binnen moet wanneer het gaat vriezen), en ook dropplant (die volgend jaar zal worden uitgeplant).

Tussen de planten komen een paar stapstenen (elders in de tuin gevonden, daar lagen ze toch maar niks te doen).

IMG_5473Ziezo, missie geslaagd. Of de planten gaan gedijen, dat is nog af te wachten. En ook of ik nu meer met verse kruiden ga koken. Ik neem me in elk geval voor vanavond een vers munttheetje te drinken op de aanleg van mijn kruidentuin.

Meer foto’s vind je op de Facebook-pagina van Villa Vanzelf.

Van regen en bodem, droom en werk

Geplaatst op

De zomerdagen waren helemaal voorbij en het regende alsof er dringend een nieuw record moest worden gevestigd of een volgend bewijs van klimaatverandering afgeleverd. Tikkeltje vervelend af en toe als fiets en openbaar vervoer je transportmiddelen zijn. Ik stap bijvoorbeeld bank, bakker of supermarkt in, trek de kap van mijn regenjas van mijn verfrommelde kapsel, stel vast dat mijn toch lichtjes astronaut-achtige regenbroek dat typische swish-swish-geluid maakt bij het stappen en zie zowat iedereen rond me kraaknet met een luchtig bloesje of short en sandalen lopen. Want ja, het is toch zomer, binnen heersen ideale temperaturen en als je overal met je auto tot net voor de deur kan tuffen heb je geen behoefte aan regenjassen en -broeken.  Het voelt een beetje vreemd, maar koppig als ik ben vind ik vooral hen vreemd en niet mezelf: ik vind het normaal om met het weer te leven en de effecten ervan te voelen, vind het eigenlijk fijner dan dat autococonnetjes-leven, ook al betekent het dat ik creatief moet zijn om droog te blijven en soms onvermijdelijk nat word. Maar hé, geen gezeur of gemoraliseer, ieder z’n ding. Binnenkort worden wij trouwens ook weer autogebruikers, zij het geen autobezitters. In onze buurt zit namelijk een ‘particulier autodeelproject’ met praktische ondersteuning  van Autopia en daar stappen we meteen in.

IMG_5300In de tuin werken zat er met die bijbelse regen niet in, maar wordt stilaan dringend. Ik denk met enig heimwee terug aan het courgette-overschot en de pompoenberg van vorig jaar. Wegens het verhuizen hebben we dit jaar geen groentenoogst. Wat zaaien voor nazomer- en herfstgroenten kan en ook een tuinontwerp maken staat op de agenda, maar structuur en planning zijn niet onze sterkste kanten. Marc doet alvast voorbereidend werk door het lezen van ‘Het bodemvoedselweb’. Jeff Lowenfels en Wayne Lewis werken daarin de stelling uit dat ‘alle kleine beestjes helpen’. In ons achterhoofd weten we allemaal wel dat een gezonde bodem barstensvol leven zit: wormen en insecten, schimmels en micro-organismen creëren een voedende omgeving voor planten. Toch zijn we geneigd om het complexe evenwicht te verstoren: we gebruiken kunstmest, strooien slakkenkorrels, … met als resultaat dat we afhankelijk worden van een arsenaal kunstmatige en vaak giftige substanties. ‘Het bodemvoedselweb’ leert je hoe je eenvoudig het bodemtype van je eigen tuin kan vaststellen door de verhouding  klei-zand-silt te onderzoeken en hoe je het bodemvoedselweb kan versterken, zodat je groenten kan kweken in ideale omstandigheden en erin kan slagen om plagen te vermijden zonder spuiten en sproeien. De vertaling uit het Engels is van Marc Siepman, die zich humist en ambassadeur van het bodemleven noemt en in Nederland en België cursussen en lezingen geeft over het onderwerp.

En ten slotte wordt droom omgezet in werk en realiteit. Marc heeft zich gevestigd als zelfstandige en bereidt een activiteitenpalet voor gaande van het helpen schrijven van bosbeheerplannen, het geven van workshops en cursussen over oa. permacultuur en composttoilet tot het begeleiden van wandelingen. Ik heb mijn online voorinschrijving rond aan LUCA School of Arts  en denk na op welke manier ik mijn muziek kan delen en er echt ‘mijn werk’ van maken. Daar zitten we dan weer in het droomstadium. Ik droom ervan om klassieke muziek uit de concertzaal te halen en ze naar straat en plein, huiskamer, station en gevangenis te brengen. En vraag me af hoe ik de link kan maken met ecologisch leven. Ook onze kinderen pendelen tussen droom en realiteit. Onze zoon gaat filosofie en economie studeren aan de KU Leuven, na 7 jaar volledig unschoolen en zonder diploma middelbaar onderwijs, en ook onze dochters zoeken hun weg naast de gebaande paden. Niet altijd makkelijk, maar er komt zeker iets uit de bus.