Maak de jager-verzamelaar in jezelf wakker!

Geplaatst op Geupdate op

Voor alle duidelijkheid: dit is geen verdoken steunbetuiging aan de jachtlobby. Ik vond jager-verzamelaar gewoon leuker klinken dan verzamelaar, en zo is meteen duidelijk dat het over voedsel gaat, en niet over postzegels, ouwe knopen of kogelhulzen uit de eerste wereldoorlog. 

Wie doet het nog: erop uit trekken om voedsel te verzamelen in de natuur? Zo goed als niemand. Naar de supermarkt zoeven en daar even de winkelkar en daarna de kofferbak vol laden, daar komt het doorgaans op neer. Terwijl het eigenlijk leuk en uitdagend is om op zoek te gaan naar andere manieren om aan voedsel te raken: gratis en voor niks, kraakvers en puur natuur. 

Hier zijn 5 tips voor wie z’n oude jager-verzamelaarsinstinct wakker wil schudden:

IMG_5510
gekregen voedsel

1. Zeg nooit nee tegen gratis vers voedsel dat je wordt aangeboden

Dit is een hele makkelijke natuurlijk, je hoeft alleen maar in ontvangst te nemen: een reuzenpompoen van de buurman, een krop sla van je schoonzus, … je vriendelijk aangeboden uit eigen tuin. Ook al denk je: ‘ik krijg nauwelijks op wat ik in huis heb’ of ‘euh sorry, ik hou niet zo van radijsjes’: aannemen is de boodschap. Het leert je de giften van de natuur waarderen, het smeert je sociale relaties en dwingt je om creatief om te springen met ingrediënten en vers te koken in plaats van een zakje of pakje open te scheuren.  

 

IMG_5513
‘geletste’ muntplantjes

 

2. Ruil

Extra leuk natuurlijk als je zelf tuiniert en wat van je overschot kan ruilen voor iets wat het in andermans tuin goed heeft gedaan. Ook een vorm van ruilen is voedsel ‘letsen’. Ben je bij een Lets-kring, dan zijn er altijd wel leden die zelf gekweekt fruit, groenten of eetbare planten aanbieden. Je moet er iets in ruil voor doen, maar het blijft gratis.

 

 

IMG_5523
geplukt met toestemming eigenaar

3. Privé-oogst verzamelen

In de stad misschien wat moeilijk, maar als je buiten de stad woont en in je buurt rondwandelt of fietst, vind je vast fruitbomen langs de straatkant of in weiden waar koeien grazen. Je kan er donder op zeggen dat het fruit van zulke bomen niet wordt geoogst, wat eigenlijk doodjammer is. Dus kan jij het maar beter oogsten. Hang even rond, spreek iemand aan en probeer te weten te komen wie de eigenaar is. Vaak hebben eigenaars er niks op tegen als jij even je laddertje tegen een boom zet en wat plukt als het alternatief is dat het fruit aan de boom rot. Wel fair houden en niet zomaar tussen het prikkeldraad door kruipen zonder wat te vragen, daar doen we niet aan mee.

IMG_5512
op openbare plek geoogste appels

 

4. Op openbare plekken oogsten

Er is een groeiende trend om in gemeentelijke parken of op groene plekjes aanplantingen te doen die voedsel opleveren: fruit- of notenbomen, bessenstruiken, … Je kan het beschouwen als een soort geste aan de bevolking. Helaas heeft de burger het nog niet zo begrepen en blijft het grootste deel van de opbrengst hangen. Goeie zaak voor jou, want dat betekent dat jij het kan oogsten.

 

 

IMG_5517
in het wild geoogste bramen en bramen-banaansmoothie

5. In het wild oogsten

Dit komt natuurlijk het dichtst in de buurt van onze verzamelende voorouder. Plukken wat je in het wild vindt: in het bos, in bermen, langs paden, … Wat kan je zoal in het wild vinden? Vlierbessen, bramen, bosbessen, allerlei soorten noten (walnoten, hazelnoten, beukennoten, kastanjes …), eetbare planten die je bij de sla kan doen (zuring, paardenbloemblad, blad van kaasjeskruid …), paddenstoelen als je daar iets van kent (let op, over paddenstoelen plukken zijn er uitgebreide reglementen in België, in het Brusselse Zoniënwoud is het bv. helemaal verboden).

Maar waarom zou je moeite doen voor een paar kilo peren waar misschien wormen inzitten of je prikken aan braamstruiken én aan de netels die eronder staan? Gewoon: het geeft zoveel meer voldoening om die bramen-banaansmoothie op te drinken als je de bramen zelf in een berm hebt geplukt. En daar bovenop heb je nog allerlei extraatjes gekregen: je hebt een frisse neus gehaald, hebt even vertraagd in je snelle productieve leven, voelt je deel van de cyclus van de natuur in plaats van een consumerend radertje in de economie. Het haalt ook iets van het kind in je naar boven: het simpele plezier van vinden, zomaar voor jou, voor het oprapen of plukken. Heel leuk dus ook om met kinderen te doen. Zelfs oudere kinderen zijn er nog wel eens voor achter hun laptop uit te krijgen. 

 

 

 

Advertenties

Groene vingers? Nee. Kruidentuin? Ja.

Geplaatst op Geupdate op

Heb ik groene vingers? Niet echt nee.

Hou ik van tuinieren? Euh, niet echt.

Gebruik ik graag verse tuinkruiden bij het koken? Om eerlijk te zijn maakt het me niet zo erg veel uit of ze uit een potje komen of uit de tuin en soms ben ik ronduit te lui om naar buiten te gaan wanneer ik middenin een gerecht zit.

Wil ik een kruidentuin? Natuurlijk. Alleen al het idee van een kruidentuin staat voor gezelligheid en huiselijkheid.

Zoals ik al zei: ik ben geen tuinfreak. Er zijn dingen die ik 1000 keer liever doe dan in de aarde wroeten en met plantjes klooien, zoals piano spelen en schrijven. Bovendien is mijn partner diegene die alles over planten, permacultuur, bodems en lichtinval weet. Maar toch: ik leg wel even die kruidentuin aan.

IMG_5467

 

Hij komt vlakbij het huis, op een stukje grond dat eerst vol staat met hortensia’s, hosta, sedum, palm, rozen en vetplantjes. Na een fase van een paar weken dubben en excuses verzinnen om maar niet te hoeven starten – Hoe krijg ik al die ongewenste planten de grond uit en waar moeten ze dan heen? Moet ik vakken aanleggen om de planten van elkaar gescheiden te houden? – begin ik er doodgewoon aan. Ik ben geen planner, je zal mij niet betrappen met een mooi uitgetekend plan waar elk kruid moet komen. Ik ben meer het type wilde tuinier: de ideeën komen wanneer ik eraan begin en ik zie het wel naarmate ik opschiet. Dat was ook deze keer het geval. Het idee van de vakken sneuvelt als eerste.

 

IMG_5471Een lelijke oude betonnen borderrand gaat eruit en wordt vervangen door bouwstenen met grote gaten erin (gevonden in de garage). Zo kan een deel van de vetplantjes gered worden. Het moet allemaal vooruit gaan, dus niks geen waterpasmetingen, met het blote oog gaat ook.

Enkele planten verkassen naar een plek in het gazon waar kort geleden nog een vermolmde houten bak met een lelijke struik erin stond: hosta, sedum en centaurie (want zo’n vlakke lap gras, daar hebben we het niet voor).

Alle kruiden die sinds de verhuis in potten stonden te wachten krijgen een plek: salie, rozemarijn, bieslook, tijm, een muntcollectie (kruizemunt, pepermunt, appelmunt, bananenmunt, bergamotmunt), roomse kervel, look, dropplant, laurier, oregano, …

Munt en laurier blijven in potten (de eerste omdat hij anders volgend jaar misschien te veel gaat overheersen, de tweede omdat hij naar binnen moet wanneer het gaat vriezen), en ook dropplant (die volgend jaar zal worden uitgeplant).

Tussen de planten komen een paar stapstenen (elders in de tuin gevonden, daar lagen ze toch maar niks te doen).

IMG_5473Ziezo, missie geslaagd. Of de planten gaan gedijen, dat is nog af te wachten. En ook of ik nu meer met verse kruiden ga koken. Ik neem me in elk geval voor vanavond een vers munttheetje te drinken op de aanleg van mijn kruidentuin.

Meer foto’s vind je op de Facebook-pagina van Villa Vanzelf.

Leven zonder koelkast in de zomer, kan dat?

Geplaatst op Geupdate op

Onze koelkast ging de deur uit in de winter toen het behoorlijk koud was, en eigenlijk was dat een goed idee. Doordat de temperatuur op de niet verwarmde plekken in huis vanzelf laag was, zorgde dat voor een zachte overgang naar een koelkastloos bestaan. Intussen hebben we al heel wat dagen echt zomerse temperaturen over ons heen gekregen en dan is geen koelkast hebben een heel wat grotere uitdaging. Toch lukt het, met wat aanpassingen en wat extra aandacht en discipline. Hier zijn enkele tips voor wie het wil proberen:

  • Zorg ervoor dat er voldoende luchtcirculatie is in de ruimte waar je je voedsel bewaart. In ons nieuwe huis bleek dat in de kelder niet het geval. Er zitten raampjes in, maar die konden niet open. Oplossing: één raampje vervangen door een frame met kippengaas erin zodat er altijd verse lucht binnenkomt. De temperatuur ligt er ook wat lager door.
  • IMG_5416Terwijl we in de koude maanden ook voedsel op een bewaarrek in de gang konden leggen, blijkt dat in de zomer geen goed idee. De kelder is nu de enige geschikte bewaarplek en het rek staat even leeg.
  • Vergeet zo lang de warme dagen aanhouden kaas in plakjes, tenzij je houdt van slappe, in hun eigen zweet drijvende lapjes. Kies voor hardere kaas in blok, verpak hem in een vetvrije papieren zak en check hem elke dag.
  • Paprika’s: hebben de bedrieglijke eigenschap om er aan de buitenkant mooi, rimpelloos en glanzend uit te zien terwijl ze aan de binnenkant zwarte vlekken beginnen te vertonen (lees: rotten). Uitkijken dus met paprika’s, je kan ze in de zomer niet lang bewaren.
  • Wortels: als ze te droog liggen worden het rubberen dildo’s, is het te vochtig dan krijg je slijmerig moes. In het koudere seizoen vond ik het onnodig, maar nu ben ik toch aan het experimenteren gegaan met een emmertje zand. Concreet: een half emmertje zand uit de doe-het-zelf-zaak, de wortels er rechtop in stoppen tot ze ongeveer de helft in het zand zaten en dan een beetje water erbij gieten. Dat eerste experiment was niet zo geslaagd. Bijna alle wortels kregen namelijk na een paar dagen zwarte vlekken. Die kon je er wel gewoon afschillen en op de smaak had het geen invloed, maar je wil natuurlijk liever geen zwarte-vlekken-wortels. Experiment twee: alleen de puntjes van de wortels in het zand, zodat ze net rechtop kunnen staan, en elke dag een beetje water geven. Dat werkt.
  • Prinsessenboontjes: bij voorkeur de dag van aankoop eten, zeker als het hele dunne boontjes zijn.
  • Andere groenten geven eigenlijk geen specifieke zomerproblemen, behalve dat je ze wat minder lang kan bewaren. In de winter letten we er al op om geen groenten op elkaar te leggen en zeker in de zomer is het belangrijk om voldoende plek te hebben zodat je niks op elkaar, of zelfs elkaar rakend, hoeft te bewaren. Groenten in plastic verpakkingen moeten na aankoop meteen uit het plastic: vocht in combinatie met wat hogere temperatuur = heel snel schimmel.
  • Kan je in de zomer zonder koelkast ook nog vlees eten? Ja. Vlees voor bij een warme maaltijd wordt per definitie op de dag van aankoop opgegeten. Vlees als broodbeleg kan iets langer (met dank aan de bewaarmiddelen in dat spul, laten we daar maar eerlijk over zijn).
  • Eieren: bewaren ook in de zomer zonder koeling, eventueel kan je er minder in één keer kopen dan in de winter.
  • Restjes bewaren kan, maar niet langer dan één dag. Dat kan een beetje vervelend zijn voor zelfgemaakte soep. Niet te veel in één keer maken dus.
  • IMG_5423Zorg voor extra orde en discipline op de bewaarplek. In de zomer kan je je niet veroorloven dat het een zootje van zakjes, potjes en door elkaar liggende groenten wordt. Onze bewaarkast is zo’n open Ikea-kastje met plastic bakken die je erin schuift en dat je vaak in kinderkamers ziet. Eigenlijk doet het prima dienst als ‘koele kast’. Het voedsel zit niet afgesloten, maar ligt ook niet helemaal open en bloot, behalve dan groenten en fruit. En je kan alles netjes sorteren. Een bakje voor zuivel, eentje voor vleesbeleg, eentje voor diverse potjes (sojasaus, kappertjes, etc), … Zo kan je in het oog houden of alles goed blijft en hou je overzicht op wat je allemaal in huis hebt.

Wie houdt van perfect gekoelde drankjes, ijsjes en dergelijke krijgt in de zomer misschien last van nostalgie naar de goeie ouwe koelkast. Hier valt het wel mee. Af en toe komt er zo’n ouderwetse ijsjeswagen met een schel muziekje door onze straat, en als we ons heel erg landelijke dorp uit fietsen is er een paar kilometer verderop wel ergens een terrasje te vinden. En ja, misschien is het handiger om veganist te zijn als je geen koelkast hebt, vooral in de zomer, maar daar valt dit gezin voorlopig niet toe te bekeren. Ons stel tieners vindt leven zonder koelkast en de dingen die ze soms op hun bord krijgen al wel meer dan genoeg invloed van hun ‘onverbeterlijke hippie-ouders’.

Lees ook:

Gelukkig eten zonder koelkast – aflevering 1

Gelukkig eten zonder koelkast – aflevering 2

Bevrijd u van uw koelkast!

Luna’s erfenis – Julia Butterfly Hill

Geplaatst op Geupdate op

Nog een keer een hartversterkend boek gelezen, zo’n boek waar je inspiratie van krijgt en dat een licht gevoel nalaat, ook al is het onderwerp verre van luchtig. In ‘Luna’s erfenis’ brengt Julia Butterfly Hill verslag uit van de twee jaar die ze ononderbroken in een reusachtige sequoia in het uiterste Noorden van Californië doorbracht. Ze noemde de boom, die met een blauw teken was gemerkt om te worden gekapt, Luna en stelde zich tot doel er niet uit te komen voor de bescherming ervan was verzekerd. Luna bevond zich in een gebied waar oeroude bossen genadeloos werden gekapt, waar dorpen als gevolg daarvan bij zware regenval door aardverschuivingen werden bedreigd en waar in het algemeen de macht van het grote geld systematisch leek voor te gaan op het welzijn van mensen, dieren en natuur.

Hill vertelt onderhoudend hoe ze een beetje naïef en toevallig in het activistenbestaan rolde. Op reis met andere jongeren ontdekte ze het gebied en kwam ze voor het eerst in aanraking met zogenaamde boomzitters. Ze werd zo diep geraakt door de schoonheid van de bossen en de verschrikkingen van de leegkap dat ze het vanzelf als haar levenstaak ging zien om hierin een rol te spelen. Ze zocht het basiskamp van de activisten op, werd er totaal niet verwelkomd en kreeg het gevoel dat ze als onwetend groentje alleen maar in de weg liep. De boomzitters waren verbonden met een milieu-organisatie, terwijl zij dat helemaal niet was, en zowat iedereen liet haar verstaan dat ze er niks kon komen doen. Haar opvoeding als predikantendochter kwam plots goed van pas. Van haar ouders had ze namelijk geleerd zich in te zetten voor datgene waar ze in geloofde en zich er niet zomaar door tegenstand of meningen van anderen vanaf te laten brengen. Ze hield dus vol, kon toch een connectie aanknopen met enkele mensen en kreeg op een dag de kans om in de boom te klimmen die ze later Luna zou noemen. Het werd een beangstigende, maar ook geweldige ervaring.

lunas_erfenis_-_julia_butterfly_hillEr was een systeem waardoor telkens één of twee mensen in een boom zaten gedurende enkele dagen en dan werden afgelost door anderen. Aan het einde van het seizoen, wanneer de winter in zicht kwam, keerden de meeste activisten huiswaarts. Dat betekende echter niet dat de bomen dan geen risico meer liepen want het vellen ging ook in het koude seizoen door. Hill vond het volkomen onlogisch om een boom een tijdje te beschermen en hem dan in de steek te laten. Toen er op een bepaald moment geen vervanging voor één van de boomzitters was, bood ze aan om een langere periode – een week, een maand – in een boom te gaan zitten. Zo geschiedde. In december 1997 klom ze de 60 meter naar het platform bovenin de boom, zonder enig vermoeden dat ze pas in december 1999 opnieuw vaste grond onder de voeten zou voelen.

Wat volgt is een afwisselend verhaal. De ene keer gaat het over de puur praktische kant van het leven in een boom: hoe ze het toilet vrouwriendelijker maakt, wat ze eet, hoe ze ervoor zorgt dat ze voldoende lichaamsbeweging krijgt, hoe ze zich beschermt tegen kou, sneeuw en rukwinden in de winter, hoe ze reparaties uitvoert aan de primitieve en krappe behuizing van hout, zeildoek en isoltatietape. Sommige momenten zijn hallucinant of adembenemend: Hill vertelt hoe ze zich urenlang in een storm met rukwinden tot 150 km/uur vastklemde aan de middenpaal van het platform en bad voor haar leven, hoe ze tijdens de eerste winter bevroren tenen kreeg en hoe ze leerde om op blote voeten en zonder klimgordel in Luna rond te klimmen, waardoor ze een diepe gehechtheid aan de boom ontwikkelde.

Daarnaast gaat het ook over de politieke kant van haar actie: geleidelijk kreeg ze lokale, nationale en internationale bekendheid, moest ze omgaan met media, kreeg ze soms meer bezoek dan haar lief was, werd ze door sommigen cynisch afgekraakt en door anderen opgehemeld.

Van het bedrijf dat verantwoordelijk was voor de houtkap in het gebied en dat liefst zo snel mogelijk haar geliefde Luna wilde omleggen had ze het hard te verduren. Houthakkers bespotten en bedreigden haar, er werden helikopters ingezet om haar te intimideren, een gebied in de buurt van de boom werd dagenlang platgebrand, ze werd uit haar slaap gehouden door constant lawaai. Een absoluut dieptepunt van haar actie was toen een mede-activist op de begane grond onder een vallende boom omkwam.

Haar pogingen om contacten te leggen met de directie van het houtwinningsbedrijf werden lange tijd systematisch genegeerd. Uiteindelijk kwam er toch beweging in de zaak en na maandenlange onderhandelingen en met steun van stakende staalarbeiders en internationaal bekende artiesten werd een akkoord bereikt over de bescherming van Luna en andere bomen en bossen.

Er zijn risico’s aan dit soort literatuur: dat het een imponerend verhaal over bovenmenselijk heldendom wordt. Of dat je ongemakkelijk op je stoel gaat schuiven door het sentimentele zweefgehalte. Julia Butterfly Hill (Butterfly is haar activistennaam) weet dat gelukkig allemaal te omzeilen. Door haar manier van schrijven geeft ze de boodschap: ik ben maar een gewoon mens dat in buitengewone omstandigheden terechtkwam en ik deed wat nodig was om daarmee te leren omgaan. Beschrijvingen van angst, pure paniek, leegte en twijfels laat ze niet achterwege. Als lezer ga je ook begrijpen wat haar in staat stelde om die twee jaar vol te maken: enerzijds een onbuigzame koppigheid om voor haar doel te blijven gaan, en anderzijds een diep spiritueel gevoel over haar verbinding met de natuur en wat ze van die laatste kon leren.

Soms ga ik me kleintjes voelen van een boek als ‘Luna’s erfenis’. Wat doe ik eigenlijk? Wat voor verschil maak ik? Moeten we niet met z’n allen gaan actie voeren, beschermen, protesteren, … ? Bij Hill’s verhaal krijg ik dat gevoel niet. Wat ik er wel uit besluit: wees wakker en bewust in plaats van je slaapwandelend te laten leven. Maak de keuzes die voor jou het meest echt en levendig aanvoelen en wees daarin compromisloos jezelf, dan maak je sowieso ergens een verschil. En ook: word niet bitter en bewaar altijd hoop.

Er zijn heel wat filmpjes over Julia Hill te vinden op het internet. Hier is een mooie over ‘hope committed to action’.

Je geld of je leven?

Geplaatst op Geupdate op

Sinds mijn partner een punt heeft gezet achter z’n werk als boswachter om te gaan freelancen ben ik in de greep van een vage onrust die af en toe een acute piek vertoont. Waar het om gaat? Geld, dat is duidelijk. Gelukkig hebben we een spaarpotje dat ons in staat stelt om deze keuze op de eerste plaats te maken. Anderzijds zijn onze reserves ook niet onmetelijk, hebben we net een huis gekocht, moeten we 5 (bijna) volwassen mensen voeden, kleden en van ander modern comfort voorzien én hebben we komend schooljaar twee studenten in hoger onderwijs (één daarvan ondergetekende, die dus de komende tijd ook geen inkomen zal inbrengen). Hélp! Hoe moet dat nu met één van de waarden die we graag centraal zouden stellen in ons leven: streven naar eenvoud, naar een bescheiden maar voldoende in plaats van een maximaal inkomen en naar zoveel mogelijk geldloze transacties. Dat ‘bescheiden’ is de sleutel. Wat is bescheiden eigenlijk? Spontaan denk ik dan: genoeg om gezond te kunnen eten, af en toe een (liefst tweedehands) kledingstuk te kunnen kopen, de lopende rekeningen te betalen en wat uitjes te hebben of een hobby te kunnen beoefenen. Zo eenvoudig is het helaas niet. Sinds ik aan het eind van de maand een overzicht maak van de uitgaven, schrik ik keer op keer. Hebben we echt zoveel geld uitgegeven? En zullen we erin slagen met freelance werk gelijkaardige uitgaven, waarin niet veel te snoeien lijkt, te blijven maken? Keuzes dringen zich op: gaan we voor een ecologische renovatie van ons nieuwe huis waarbij we het werk voornamelijk uitbesteden (lees: eerder grote uitgaven, eerder high tech materialen en technieken, kleine persoonlijke investering in energie en tijd) of proberen we zoveel mogelijk zelf te doen (lees: kleinere uitgaven, low tech en recuperatiematerialen, grote persoonlijke investering in tijd en energie).

geldHet drukt mij zwaar met de neus op wat ik natuurlijk al wel wist: dat we in een samenleving leven die doordrongen is van geld als drijvende kracht achter alles. Een complexe samenleving waar gezinnen honderden euro’s uitgeven aan dingen die niet rechtstreeks ten gunste lijken te komen van pure overleving: belastingen, interesten, taksen, verzekeringen, … Waar het wel lijkt alsof de overheid belang hecht aan de persoonlijke ontwikkeling van haar burgers, maar laten we wel wezen: opleidingscheques en levenslang leren moeten er op de eerste plaats voor zorgen dat een steeds sneller evoluerende economie blijft draaien. Je krijgt er een ethiek van het geld door die allesoverheersend is, van het leven van een individu tot het internationale politieke toneel. Ferme taal spreken tegen Israël in de Palestijnse kwestie of Rusland over Oekraïene? Economische verwevenheid, bondgenootschappen en gaskranen halen het altijd van ethisch bewustzijn.

Maar ik wijk af. En ja, ik snap het heus wel: ‘u dacht toch niet dat alle verworvenheden van een moderne maatschappij zomaar gratis kunnen worden aangeboden, mevrouw? Gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, voorzieningen, veiligheid, … ‘. Toch knaagt het. Is het eigenlijk wel mogelijk om eenvoudig te leven in deze tijd? Ons dagritme is zowat volledig afgestemd op het verdienen van geld. Het ritme van onze kinderen op het feit dat wij geld moeten verdienen. Ik merk het des te sterker omdat het nu – heel even – niet het geval is. De kinderen hebben vakantie en wij zitten in de windstilte tussen het verlaten van oude bezigheden en het aanvatten van nieuwe. En eigenlijk … is dat heerlijk. Kunnen opstaan op je eigen ritme – en nee, dat betekent in ons geval helemaal niet de halve ochtend in je nest blijven liggen -, meester zijn over je eigen tijd, werken aan wat je nauw aan het hart ligt zonder dat er deadlines moeten worden gehaald. Doorheen de dag thuis kunnen zijn, niet de boodschappen in dat ene gaatje van een half uur in de agenda hoeven persen, momenten vinden om samen te zijn als gezin, als partners, als ouder met één van je kinderen.’ Tja, dat is toch gewoon vakantie houden en dat valt nu eenmaal niet eeuwig vol te houden’, hoor ik de kritische, zakelijke stemmen al. Voor mij voelt het niet als vakantie, het voelt gewoon als leven, het leven dat ik zou willen leiden. Maar dat lijkt dus niet te kunnen. Voorlopig kom ik er even niet uit. Maar ik blijf denken en als het allemaal wat helderder wordt, hoor je het wel.

 

 

 

 

Van regen en bodem, droom en werk

Geplaatst op

De zomerdagen waren helemaal voorbij en het regende alsof er dringend een nieuw record moest worden gevestigd of een volgend bewijs van klimaatverandering afgeleverd. Tikkeltje vervelend af en toe als fiets en openbaar vervoer je transportmiddelen zijn. Ik stap bijvoorbeeld bank, bakker of supermarkt in, trek de kap van mijn regenjas van mijn verfrommelde kapsel, stel vast dat mijn toch lichtjes astronaut-achtige regenbroek dat typische swish-swish-geluid maakt bij het stappen en zie zowat iedereen rond me kraaknet met een luchtig bloesje of short en sandalen lopen. Want ja, het is toch zomer, binnen heersen ideale temperaturen en als je overal met je auto tot net voor de deur kan tuffen heb je geen behoefte aan regenjassen en -broeken.  Het voelt een beetje vreemd, maar koppig als ik ben vind ik vooral hen vreemd en niet mezelf: ik vind het normaal om met het weer te leven en de effecten ervan te voelen, vind het eigenlijk fijner dan dat autococonnetjes-leven, ook al betekent het dat ik creatief moet zijn om droog te blijven en soms onvermijdelijk nat word. Maar hé, geen gezeur of gemoraliseer, ieder z’n ding. Binnenkort worden wij trouwens ook weer autogebruikers, zij het geen autobezitters. In onze buurt zit namelijk een ‘particulier autodeelproject’ met praktische ondersteuning  van Autopia en daar stappen we meteen in.

IMG_5300In de tuin werken zat er met die bijbelse regen niet in, maar wordt stilaan dringend. Ik denk met enig heimwee terug aan het courgette-overschot en de pompoenberg van vorig jaar. Wegens het verhuizen hebben we dit jaar geen groentenoogst. Wat zaaien voor nazomer- en herfstgroenten kan en ook een tuinontwerp maken staat op de agenda, maar structuur en planning zijn niet onze sterkste kanten. Marc doet alvast voorbereidend werk door het lezen van ‘Het bodemvoedselweb’. Jeff Lowenfels en Wayne Lewis werken daarin de stelling uit dat ‘alle kleine beestjes helpen’. In ons achterhoofd weten we allemaal wel dat een gezonde bodem barstensvol leven zit: wormen en insecten, schimmels en micro-organismen creëren een voedende omgeving voor planten. Toch zijn we geneigd om het complexe evenwicht te verstoren: we gebruiken kunstmest, strooien slakkenkorrels, … met als resultaat dat we afhankelijk worden van een arsenaal kunstmatige en vaak giftige substanties. ‘Het bodemvoedselweb’ leert je hoe je eenvoudig het bodemtype van je eigen tuin kan vaststellen door de verhouding  klei-zand-silt te onderzoeken en hoe je het bodemvoedselweb kan versterken, zodat je groenten kan kweken in ideale omstandigheden en erin kan slagen om plagen te vermijden zonder spuiten en sproeien. De vertaling uit het Engels is van Marc Siepman, die zich humist en ambassadeur van het bodemleven noemt en in Nederland en België cursussen en lezingen geeft over het onderwerp.

En ten slotte wordt droom omgezet in werk en realiteit. Marc heeft zich gevestigd als zelfstandige en bereidt een activiteitenpalet voor gaande van het helpen schrijven van bosbeheerplannen, het geven van workshops en cursussen over oa. permacultuur en composttoilet tot het begeleiden van wandelingen. Ik heb mijn online voorinschrijving rond aan LUCA School of Arts  en denk na op welke manier ik mijn muziek kan delen en er echt ‘mijn werk’ van maken. Daar zitten we dan weer in het droomstadium. Ik droom ervan om klassieke muziek uit de concertzaal te halen en ze naar straat en plein, huiskamer, station en gevangenis te brengen. En vraag me af hoe ik de link kan maken met ecologisch leven. Ook onze kinderen pendelen tussen droom en realiteit. Onze zoon gaat filosofie en economie studeren aan de KU Leuven, na 7 jaar volledig unschoolen en zonder diploma middelbaar onderwijs, en ook onze dochters zoeken hun weg naast de gebaande paden. Niet altijd makkelijk, maar er komt zeker iets uit de bus.

 

 

Verhuisd naar de Villa

Geplaatst op Geupdate op

Even een paar weken stilte want de Grote Volksverhuizing naar Villa Vanzelf vond plaats en toen volgde zelfs een hele week zonder internet. Wat we trouwens met z’n allen overleefden. Wat me het meeste bijblijft: de massa spullen die we met ons vijven bleken te hebben. Weerzinwekkend eigenlijk! Weken voor de verhuisdag zat ik te sorteren en aan de kant te zetten. Liefst wou ik zoveel mogelijk weg hebben, maar alles bij elkaar viel dat nog niet zo mee.

IMG_5208Tijdens een rommelmarkt die al gauw door stortregen wordt verknald raak je niet veel kwijt natuurlijk, tenzij de weggespoelde boeken waar je je verder niet meer om hoeft te bekommeren. Een ‘garage sale’ een week later hielp een beetje, maar het nuttigst en eigenlijk ook het fijnst was doodgewoon weggeven. Leve Freecycle, ook op Facebook te vinden, evenals Facebook-groepen als ‘Ik geef weg‘ . Je kan het zo gek niet bedenken of er is wel iemand die je blij maakt met wat voor jou ballast is geworden. Onder de meer opmerkelijke weggevers: het trouwpak uit de jaren ’90 van mijn wederhelft en een verzameling Russische klassieken in het Russisch uit mijn studietijd. Het is even slikken om die dingen zomaar gratis van de hand te doen, maar als je er even een halve minuut redelijk over nadenkt weet je dat de bagage van een 20-jarig huwelijk of de rijkdom van Dostojevski niet in dat pak of die bedrukte bladzijden zitten, maar wel binnenin je. Weg ermee dus!

IMG_5211Zelfs dan was het nog een megaklus om ons hele huis uit te ruimen en alles te verkassen. Om maar niet te spreken over het dagenlang tussen gestapelde dozen leven en een geschikte plek zoeken voor elk (on)ding. Het ging in fasen, gisteren tot mijn opluchting afgesloten met het verhuizen van mijn enkele honderden kilo zware piano. En nu dus wennen aan een nieuw leven. In een godvergeten dorp van enkele straten waar de oudere generatie nog verhalen kan vertellen over hoe levendig het was en hoeveel café’s er ooit waren. Nu wordt er alleen nog gewoond, wordt het gras in de achtertuintjes getrimd en is er zelfs geen bakker meer, laat staan een buurtwinkel. De rust is moeilijk te overtreffen, tenzij je last hebt van de kraaiende hanen die tamelijk talrijk zijn. De velden staan er mooi bij (graan, maïs, vlas en zelfs oregano), over de hoeveelheid pesticiden die waarschijnlijk toch over die idylle heen is gegaan stellen we ons maar niet te veel vragen. Intussen genieten we van heerlijke zomerdagen en merken we dat we aan het randje van fruitstreek Haspengouw zitten en de kersenoogst overweldigend is. Zonde toch als je vlakbij weiden vol kersenbomen hebt waar alleen wat koeien grazen, maar waar voor de rest geen kers wordt geplukt. Die bomen zijn wel van iemand natuurlijk, maar via-via komen we te weten dat we zonder gewetensnood ons laddertje er tegenaan mogen zetten. Wat we al een paar dagen achter elkaar hebben gedaan. Zon, fluitende vogels en een emmertje kersen plukken: meer hoeft dat niet te zijn voorlopig.