Jezelf verzorgen zonder plastic en andere rommel

Geplaatst op

Vandaag een verhaal op nieuwssites over een Nederlandse student die een oplossing heeft bedacht om de plasticsoep die in onze zeeën en oceanen ronddrijft op te ruimen. Wat me bij de plastic brengt die in duizenden cosmetica-producten zit: zogenaamde ‘microbeads’, minuscule plastic korreltjes die niet alleen in scrubproducten zitten, maar ook in tandpasta, shampoo en oogschaduw. Microbeads worden niet door waterzuiveringsinstallaties uitgefilterd, komen in zee terecht, in vissen, en uiteindelijk ook in ons lichaam als we die vissen opeten. Door onszelf schoon te houden vervuilen we dus niet alleen de oceanen, maar via een omwegje ook onszelf. Er gaan al stemmen op om consumenten door een sticker erop te wijzen dat een bepaald product microplastics bevat. Zo komt het er maar weer op neer dat de verantwoordelijkheid bij ons wordt gelegd in plaats van bij bedrijven – die zich bv. zouden kunnen engageren om niet langer plastic in hun producten te verwerken – of de overheid, die het gebruik van microplastics zou kunnen verbieden.

Tot het zo ver is, kunnen wij er natuurlijk voor uitkijken en geen plastic rommel op ons lijf smeren.

Sinds ongeveer een jaar ben ik geleidelijk gaan experimenteren met systematisch de producten die ik tevoren allemaal in de badkamerkast had staan te vervangen door natuurlijker alternatieven. Het blijft een beetje een zoektocht en erg veel ervaring heb ik er nog niet mee, maar dit kan ik alvast met jullie delen:

  • aleppGezicht reinigen: deed ik voorheen met dure producten. Nu gebruik ik water en zeep, zij het niet om het even welke zeep. De zachte natuurlijke zepen van Weleda zijn prima en drogen je huid niet uit. Ook een aanrader: Aleppo-zeep, dat is een zeep die traditioneel in de Syrische stad Aleppo wordt gemaakt uit olijf- en laurierolie. Te vinden in bio-variant voor wie dat belangrijk vindt.
  • Make-up verwijderen: tevoren met allerlei lotions waarbij ik maar bleef schrobben en de volgende ochtend steevast nog donkere randen rond mijn ogen had, zodat ik de dag met opnieuw schrobben kon beginnen. Nu gebruik ik daarvoor zoete amandelolie, ik merk dat de make-up makkelijker in één keer verwijderd kan worden en dat het zachter is voor mijn ogen.
  • Wattenschijfjes: het stoorde me dat ik elke dag verschillende van die dingen gebruikte, alles bij elkaar geeft dat in een jaar tijd toch een hoop afval. Nu gebruik ik latex sponsjes die een stuk langer meegaan. Je moet ze wel vaak uitwassen als je oliën gebruikt, maar dat heb ik ervoor over, ze kunnen ook gewoon mee in de wasmachine.
  • Nachtcrème: durft wel eens heel duur uit te vallen, zeker als je voor topmerken gaat. Ik ben overgestapt op oliën: zuivere jojoba-olie of ter afwisseling amandelolie. Zuinig in het gebruik en relatief veel goedkoper.
  • Dagcrème: ik gebruik sinds een tijdje karité-boter (dikwijls onder de Engelse naam ‘shea butter’ te vinden). Het is een dikke crème gemaakt uit de noten van een West-Afrikaanse boom die allerlei vitaminen bevatten, vochtinbrengend werken en – hoera! – rimpels zouden verminderen doordat de huid er elastischer van wordt. Smeren dus! Eerst was ik wat sceptisch om het ’s ochtends te gebruiken want ik vond het wel heel vet en had geen zin om met een glimmende kop de deur uit te gaan, maar ik heb een eerder droge huid, dus voor mij werkt het.
  • Douchegel: gebruik ik al even niet meer. De zeepblokjes die ik voor m’n gezicht gebruik doen ook dienst onder de douche.
  • Body lotion:  de laatste pot van de Body Shop raakt stilaan opgesmeerd, tussendoor gebruik ik de oliën of karitéboter die ik ook als nacht- en dagcrème gebruik.
  • aloe veraHier en daar wordt aloe vera-gel aangeprezen als een half wondermiddel, het zou bv goed zijn bij wondjes of als gezichtsmasker. Ik heb toevallig zo’n plant in huis en heb het een keer geprobeerd, maar was er niet superenthousiast over. Mijn gezicht voelde achteraf vooral heel trekkerig en vervelend. Misschien nog een keer mee experimenteren.

 

  • Make-up: gaat bij mij niet snel op, dus ik heb nog wel wat oogschaduw, mascara en dergelijke in huis waar waarschijnlijk allerlei vieze ingrediënten inzitten. Die gebruik ik op en daarna ben ik van plan over te schakelen op zuiverder producten. Ik zou natuurlijk ook kunnen besluiten om helemaal geen make-up meer te gebruiken, maar dat wil ik (voorlopig) niet. Ik prijs mezelf al uitbundig dat ik de stap heb gezet om geen ‘concealer’ meer te gebruiken om de kringen rond mijn ogen en de vlekjes hier en daar te verstoppen.
  • Tandpasta: ik gebruik af en toe nog gewone tandpasta, afgewisseld met zelfgemaakte mengsels. Tandpoeder kan je maken door enkele eetlepels natriumbicarbonaat (zuiveringszout) in een potje te mengen met enkele druppels pepermuntolie. Een andere optie is zuivere kokosolie vermengen met wat pepermuntolie, natriumbicarbonaat en zeezout. Aan wie nu denkt ‘hé bah, je tanden poetsen met olie!’ kan ik vertellen dat het de eerste keren een beetje gek is die smeltende kokosolie in je mond, maar het voelt wel heel schoon achteraf.

Voor mij voelt het absoluut positief om me onafhankelijk op te stellen tegenover alle producten die ons via overweldigende mediacampagnes met de inzet van supermodellen worden opgedrongen en die we zogenaamd nodig zouden hebben. Het kan veel eenvoudiger, gezonder en minder vervuilend. Sinds ik al die ingewikkelde crèmes en lotions heb gebannen is mijn huid er trouwens beter aan toe en heb ik minder last van pukkeltjes. En da’s misschien – zeker voor de vrouwen onder ons – het allersterkste argument om de badkamerkast een keer kritisch te inspecteren!

Advertenties

Voor wie moet ik nu in vredesnaam stemmen?

Geplaatst op

Bij de vorige verkiezingen had ik er ook al last van, maar nu wordt het helemaal een gewetenskwestie: hoe stemmen op 25 mei? In alle eerlijkheid kan ik zeggen dat ik sinds mijn 18e consequent op Groen (toen nog Agalev) heb gestemd. Dat zal ik allicht opnieuw doen, zij het bij gebrek aan alternatief. Met een mengeling van onbehagen, verontwaardiging en bezorgdheid stel ik vast dat milieu (klimaatverandering, voedselveiligheid, industriële vervuiling, …) helemaal geen thema is. De belangrijkste kwestie is wie in het zoveelste debat wie vakkundig onderuit heeft gehaald, maar de inhoud … ho maar. Als het al ergens over gaat, dan over economische thema’s: de heilige drievuldigheden à la werkgelegenheid, concurrentiepositie, koopkracht, … Dat intussen vaststaat dat het afsmelten van het West-Antarctische ijsplateau onomkeerbaar is en we over x aantal jaren een stijging van het zeepeil van zo’n meter mogen verwachten, het zal de heren en dames politici worst wezen. Dat zien we dan wel.

En ik snap het: als je herverkozen wil worden, moet je vooral niet komen aanzetten met doembeelden, daar heeft niemand een boodschap aan. Voor de meeste kiezers is bovendien de zorg of ze na de zoveelste herstructurering nog een job hebben meer prangend dan de hypothese dat hun kleinkinderen over 30 jaar met hun hebben en houden in het water staan na een overstroming omdat er nu in 2014 helemaal niks aan die smeltende ijskap is gedaan. Maar toch. Toch zit ik te wachten tot er een keer middenin zo’n eindeloos saai debat een écht groene politicus op de tafel slaat en zegt: ‘Eigenlijk is dat allemaal van de pot gerukt geneuzel, mensen, wat er écht op de agenda zou moeten staan is niks minder dan ons voortbestaan, dus laten we ons nu vooral daarmee gaan bezighouden’. Waarna ze allemaal tot inkeer komen en om ter hardst hun politieke breinen gaan inzetten om de meest clevere maatregelen te bedenken om het verbruik van fossiele brandstoffen omlaag te halen (in plaats van een extra brede, maar wel overkapte Antwerpse Ring aan te leggen), in duurzame landbouw en goed openbaar vervoer te investeren, schone en ethische technologie boven winst te verkiezen etc.

verkiezingenHelaas, het gebeurt niet. Groen noemt zich de enige partij die sociaal én groen is en ja, hun programma komt het dichtst in de buurt bij mijn persoonlijke overtuigingen, maar ook bij hen lees ik geen krachtige taal, voel ik nauwelijks enige urgentie wat milieu en klimaat betreft. ‘Betere jobs, betere economie’, ‘Rechtvaardige beslatingen’, ‘Schone, betaalbare energie’, en blablabla. Niemand durft te zeggen dat ons economisch model in wezen onverzoenbaar is met onze overleving op lange termijn en dat het dus nu is dat alles grondig moet worden herdacht, in plaats van een mini-pleistertje hier en een lapmiddeltje van een paar miljoen euro daar. ‘Groen’ is in de mainstream terechtgekomen en praat net zo goed het economische discours mee als de andere partijen, en dat spijt mij. Intussen werd er op Het Groene Boek gedebatteerd over de noodzaak van minder werken (in plaats van meer en langer) en een nieuwe mobiliteit, over ‘transitie en economie: verbeteren of vervangen?’. Waren daar groene politici aanwezig? Ik zie er in elk geval geen in het sprekerslijstje staan. Hier dus mijn raad: beste Groen, sluit al die klimaatdeskundigen en academici, die actiegroepen en burgerbewegingen die ofwel écht vernieuwende boodschappen brengen ofwel onomwonden zeggen waar het op staat en wat ze willen in de armen, luister naar ze, maak een alliantie van hun deskundigheid, hun engagement en jullie invloed. Vertel een krachtig verhaal dat appelleert aan de onderdrukte bezorgdheid van velen die tot apathie en a-politieke gevoelens is verworden. Zeg duidelijk: ‘het is niet te laat en dit is wat we allemaal kunnen doen voor een aangenamer, schoner, trager leven.’

Dan kan ik tenminste weer in eer en geweten in plaats van halflauw voor jullie stemmen.

Sandra

Op zoek naar gelijkgestemden

Geplaatst op

Voor we verhuizen naar onze nieuwe stek doen we alvast wat prospectie in de streek: wat beweegt er zoal aan groens, waar vinden we gelijkgestemden die ook onze richting uitdenken? Eerst waren we een beetje bang om in ecologisch niemandsland terecht te komen, maar dat blijkt onterecht. Er gebeurt heus wel wat in deze stip waar 4 provincies (Vlaams-Brabant, Limburg, Luik en Waals-Brabant) gezellig tegen elkaar aan liggen.

lets logoVorige week kwamen we terecht op de openingsvergadering van LETS Landen in een prettig ingerichte schuur in Attenhoven. LETS (Local Exchange and Trading System, je hebt ze op allerlei plekken in Vlaanderen en Nederland ) staat voor het ruilen van diensten binnen een lokale gemeenschap.  Je kent het wel: Lies maait het gras bij Rita, Rita vangt de kinderen van Ben en Christine op, Christine helpt Eric met behangen, Eric knipt Rita’s haar etc. Doe je een klus, dan krijg je een afgesproken bedrag in een lokale munt dat je zelf dan weer kan inzetten om een dienst van een ander te belonen. Er komt geen euro aan te pas, dus het is lekker zuinig. Klussen waar je zelf de pest aan hebt, kan je uitbesteden aan iemand die ze met liefde op zich neemt, je leert nieuwe mensen kennen, je netwerkje wordt groter en de gemeenschap wordt hechter. In het nabije Tienen wordt al een paar jaar geletst, maar een groepje enthousiastelingen vond dat Landen z’n eigen LETS moest hebben, et voilà: op een zonnige zondagmiddag stelt de initiatiefgroep het resultaat voor van heel wat uren voorafgaand vergaderen. De opkomst is prima: 25 à 30 volwassenen luisteren naar de toelichting, stellen vragen en schrijven zich in, terwijl kinderen van allerlei leeftijden buiten hun eigen ding doen of op de schoot van mama of papa erbij zijn. Na het officiële praatje is het tijd voor taart en drankjes en verder kennis maken en kletsen. Voor Marc en mij is het een verademing om te merken dat we zonder veel moeite de weg vinden naar mensen die ook kritische vragen stellen bij onze prestatie-economie, niet per definitie een (of twee) auto(‘s) hebben en zin hebben om dingen voor elkaar te doen. We zijn hier nog helemaal niet gesetteld, maar toch voelt het al een beetje als thuis komen. En nu uit de startblokken raken met dat letsen, want met inschrijvingen en voornemens alleen komt zo’n netwerk natuurlijk niet van de grond.

Verder spoorden we ook nog naar Ezemaal, vanwaar we naar Eliksem fietsten. Daar vind je De Koningsmolen, een co-creatief project dat wonen, werken en leren wil integreren in een beschermde vierkantshoeve met watermolen uit de 12e eeuw. Er komen een aantal woningen, er is ruimte voor bedrijfjes, workshops, ateliers en een groenten- en bloementuin en ook gemeenschapsvorming met het omliggende dorp ligt de bewoners nauw aan het hart. De plek is alvast prachtig, rustig gelegen aan het water. Initiatiefnemer Judith Heezen vertelt ons over de ambitieuze plannen, wij hebben het over onze zoektocht en eerste stappen naar een andere manier van leven waarbij ‘onze zin doen’ (of laten we het wat minder vrijbuiterig  ‘onze passies volgen’ noemen) het uitgangspunt vormt. Zijn er synergieën mogelijk, mondt dit contact ergens in uit? Dat zien we nog wel, voorlopig zijn kennis maken en wat tips sprokkelen voor verdere contacten een goed begin.

En dan weer terug naar onze intussen bijna oude thuis. Waar in het landschap van kamers al wat kasten ontbreken, waar met goeie moed wordt gesorteerd (leve de rommelmarkt) en waar de eerste verhuisdozen vol raken.

Sandra

 

 

What’s up in de Villa?

Geplaatst op

Soms lijkt het alsof het wat stil is in Villa Vanzelf. Maar eigenlijk lijkt dat alleen maar zo omdat er nog niet veel concrete output te zien valt. Onder de oppervlakte gebeurt er best wel veel. En ook wat niet gebeurt, is gebeurtenis, maar goed, daar worden we misschien wat te filosofisch. Om het even concreter te maken: hoe schrijf je een business plan als je niet van plan bent om een ‘business’ te starten en je net weg wil van denken in termen van winst, groei, promotie, produkt, prijs, doelgroepen en andere van die economische ondingen. We merken dat elke reden om alweer niet aan dat geplande overleg over ons business plan te beginnen welkom is. Hoe kan je de vereisten van zo’n business plan en het feit dat je onvermijdelijk uitkomt bij het statuut van zelfstandige, met alle horror die daarbij komt kijken van afbakenen van je activiteiten, betalen van sociale bijdragen die in stijgende lijn gaan, btw, boekhouding etc rijmen met het gegeven dat wat we op de eerste plaats willen, is: net genoeg verdienen om eenvoudig maar kwaliteitsvol te kunnen leven en ons hart volgen in de projecten die op ons pad komen, waarbij niet exact valt te voorspellen in welke vooraf gedefinieerde economische categorie die activiteiten zullen thuishoren. Het is voorlopig nog vraagteken-gebied. Marc leest ter inspiratie ‘Een tevreden leven – 60 jaar zelfvoorzienend leven’ van Helen en Scott Nearing.

een_tevreden_levenDit Amerikaanse koppel trok in de jaren 1930 (!) tijdens de toenmalige economische depressie weg uit de stad, vanuit de overtuiging dat een andere manier van leven nodig was. Ze kochten een oude boerderij en gingen zoveel mogelijk zelfvoorzienend leven, wat ze zo’n 60 jaar met vallen en opstaan volhielden tot aan hun dood (hij werd 100, zij 91). Als er wat uit die lectuur komt, delen we het zeker. En misschien wordt het ook nog wel wat met dat business plan, wie weet.

Renovatievoorbereidingen liggen voorlopig een beetje stil, maar er staat alvast een heel concrete datum in de agenda’s: op 13 mei is de aankoop van onze ‘Villa Vanzelf’ rond en kunnen we erin trekken. In de praktijk zal dat eerder voor juni-juli zijn.

Ook aan mijn heel persoonlijke droom wordt verder gewerkt, want dromen die alleen in je hoofd zitten, daar pas ik intussen voor. Nadat ik slaagde voor mijn piano-auditie aan het conservatorium moest ik onlangs in de notenleerproef bewijzen dat ik in staat ben om muzikale ritmes en lukrake notenreeksen op papier te krijgen en een korte partituur a capella te zingen. Toen ik een paar uur later tussen een bende voornamelijk 18-jarigen zat en het opleidingshoofd bij het voorlezen van de resultaten na mijn naam dat ene woordje ‘ja’ zei, was ik een intens gelukkig mens. Om enkele dagen later een flinke klap op mijn kop te krijgen. Goed, ik was helemaal geslaagd voor de toelatingsproef, maar dat betekende nog niet dat ik een pianodocent had gevonden die met mij aan de slag wil. Plots ontmoette ik alleen maar weerstand, twijfel en scepticisme bij een paar docenten met wie ik eerder contact had gehad: heb ik nog wel groeimarge op mijn leeftijd, zo’n studie is echt wel heel moeilijk, zelfs voor erg begaafde 18-jarigen, wat wil ik er trouwens mee gaan doen, etc. Ik was het al geweldig gaan vinden, de openheid en vriendelijkheid die ik eerst had ervaren. Maar goed, wie buiten de lijntjes kleurt kan tegenstand verwachten, dat weet ik al langer. Wat het mij wel leert: zelf geloof ik absoluut in mijn groeimogelijkheden, ook zonder dat een ander me daarin hoeft te bevestigen en zelfs als de ‘deskundigen’ aan het twijfelen slaan. Ik moet dus op zoek naar de docent die samen met mij wél gelooft dat je op mijn leeftijd nog een hogere studie piano kan aanvatten en ergens kan komen. Ik maak er werk van en heb goeie hoop.

Marc leert intussen de ins en outs kennen van het indienen van een Europees Erasmus+ -project. Onder de noemer  ‘Living Off the Landscape’ werkt hij samen met enkele anderen onder de vleugels van de transitiebeweging een project uit over het eetbare landschap, waaraan ook partners uit Estland, Slovakije, Roemenië, UK … zullen deelnemen. Tenminste, als het allemaal netjes in een dossier terechtkomt dat ook het fiat van de Europese instellingen krijgt. Want dat blijkt in de praktijk wel wat wikken en wegen: waar ligt het evenwicht tussen je project aanpassen aan vereisten zodat je er financiering voor kan krijgen en vasthouden aan je eigen ideeën en principes over wat inhoudelijk het sterkste project zou zijn. Soms een beetje koorddansen. Maar ook daar leer je weer wat van natuurlijk.

Sandra

 

Bevrijd u van uw koelkast!

Geplaatst op

In een keuken heb je een koelkast. Punt. Dat hoort zo. Waar moet je anders met je magneten blijven, toch? Hoe dan ook kunnen de meeste mensen zich een leven zonder koelkast nauwelijks voorstellen. Het lijkt op het eerste gezicht een beetje terugkeer naar de oertijd, of minstens de Middeleeuwen. Zijn er eigenlijk goeie redenen om het zonder koelkast te doen? Toch wel. Op de eerste plaats vanwege het energieverbruik. In een gemiddeld gezin is de koelkast met zo’n 10 % van het totale elektriciteitsverbruik na verlichting (14 %) de grootste energievreter, hoewel bv een droogkast en een elektrische boiler meer stroom verbruiken dan een koelkast. En dan heb je natuurlijk ook een verschil tussen de nieuwe, zuiniger modellen en onze koelkast, die exact dezelfde leeftijd had als ons huwelijk (20 jaar om precies te zijn). Een tweede goeie reden heeft te maken met consumptiepatronen. Wanneer je geen koelkast hebt, word je noodgedwongen bewuster in je aankoopgedrag en je voedselconsumptie. Ten derde hoef je een koelkast die je niet hebt ook niet schoon te maken. Ik vond het leegruimen van het hele ding en het schoonmaken van alle hoekjes, randjes, roosters en bakjes altijd een beproeving. Het ging steevast ook gepaard met het weggooien van bedorven voedsel.

Maar hoe gaat het nu concreet in de praktijk, zo zonder fridge, réfrigérateur of Kühlschrank?

IMG_4567-001Voor groenten is het hoegenaamd geen probleem als je de soorten die het snelst hun frisheid verliezen of zacht worden – bladgroenten, broccoli, pastinaak, tomaten, aubergines, champignons bv – de eerste dagen na aankoop verbruikt. Wat hardere groenten als courgettes, paprika en prei blijven probleemloos een aantal dagen vers. Om bewaarkampioenen als kool, knolselder en pompoen hoef je je al helemaal geen zorgen te maken. Soms lees je dat je prei en wortels in een emmertje vochtig zand langer kan bewaren, maar mijn ervaring is dat het zonder zulke maatregelen ook prima kan, dus waarom dan moeite doen? Ik vond ook ergens dat zuiderse groenten als paprika, tomaat, courgette, aubergine sowieso niet in de koelkast thuis horen en langer vers blijven bij wat hogere temperaturen, op voorwaarde dat de lucht voldoende vochtig is. 

Fruit ging in mijn gezin tevoren ook al zelden of nooit de koelkast in, dus daar konden we bij onze oude gewoonten blijven. Of het nu echt klopt dat de meeste fruitsoorten door de ethyleen die ze afscheiden het rijpingsproces van bv groenten versnellen en je ze dus beter niet samen kan bewaren, heb ik niet proefondervindelijk gecheckt. Voor alle zekerheid houden we ze maar gescheiden.

Kaas buiten de koelkast? Lukt ook. Zodra de kaas uit z’n oorspronkelijke verpakking is, kan je hem bewaren in vetvrij papier (gerecyclede en van kruimels ontdane broodzakken zijn heel geschikt). De kaas droogt niet uit en gaat evenmin schimmelen.  Misschien even bij vermelden dat we meestal eerder harde kaassoorten eten. En kaas heeft eigenlijk ook meer smaak als hij niet door en door koud is. 

Lees de rest van dit artikel »

7 redenen waarom je ‘De mythe van de groene economie’ moét lezen!

Geplaatst op Geupdate op

Lees je wel eens vaker over milieu-thema’s en ben je nog niet toegekomen aan ‘De mythe van de groene economie’ van Anneleen Kenis en Matthias Lievens? Laat alles vallen, ren naar boekhandel of bibliotheek en begin te lezen. Lees je nooit over milieu-thema’s? Doe er iets aan en laat ‘De mythe van de groene economie’ desnoods het enige zijn wat je over dit onderwerp leest. Het is namelijk een aanrader in het kwadraat. Waarom? 7 goeie redenen:

1. ‘Eye opener’

groene economieSommige boeken geven je een andere blik op de werkelijkheid. Je hebt de dingen niet eerder in dit licht gezien, de schellen vallen van je ogen, kortom, je kan niet meer terug naar je staat van zalige of onzalige onwetendheid van tevoren. Tussendoor mompel je ‘hé ja’, ‘klopt, waarom zag ik dat niet eerder?’.

Hoofdstuk 2 ‘Een postpolitiek klimaat’ is bijvoorbeeld bijzonder sterk op dat vlak. Dat gaat over het feit dat de milieuproblematiek in de loop van de tijd zo mainstream is geworden dat iedereen zich ermee gaat bezighouden: het is niet enkel meer de zaak van milieuverenigingen, maar ook van de politiek, de bedrijfswereld en van individuen. Daardoor ontstaat de neiging om naar een dialoog- en samenwerkingsmodel te evolueren. Vermits we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, wordt ‘Allemaal samen voor de aarde’ de nieuwe kreet. Traditionele tegenstellingen tussen belangen van bedrijven en die van ngo’s, tussen politiek links en rechts worden naar de achtergrond verschoven. Belangrijker is om te handelen, ‘Act now!’. Eén van de risico’s van het samenwerkingsmodel is het zogenaamde ‘greenwashing’: bedrijven die via een zachtgroen vernisje kunnen verdoezelen dat ze gewoon doorgaan met destructieve praktijken. IKEA steunt Natuurpunt in een herbebossingsproject in Vlaanderen, maar laat via een dochteronderneming in Rusland jaarlijks zo’n 1000 voetbalvelden oeroude bomen omhakken bijvoorbeeld. Maar wat erger is: door de ‘allen samen’-gedachte wordt de vijand geëxternaliseerd – broeikasgassen zijn nu de collectieve boeman – en vervaagt het zicht op de verantwoordelijkheid en de grondoorzaken. ‘De mens’ heeft het klimaat uit balans gebracht en iedereen draagt daarvoor een min of meer gelijke verantwoordelijkheid, zo lijkt het.

Op de duur kom je terecht in een postpolitiek klimaat, waarbij er vreemd genoeg meer contestatie is over de vraag of klimaatverandering en de menselijke rol erin al dan niet een feit zijn, dan over oorzaken, alternatieven en strategieën, die nu net de inzet van intens politiek debat zouden moeten zijn. Kenis en Lievens gaan ver in hun analyse en stellen dat de milieubeweging de nieuwe vijand is geworden van neoliberale en neoconservatieve ideologieën en dat klimaatscepticisme door hen actief wordt aangewakkerd, waardoor het eigenlijke debat wordt ontlopen. Zij pleiten dan ook voor een ‘herpolitisering’. Zelf dragen ze hun steentje bij door de eigenlijke inzet van de strijd weer zichtbaar te maken.

In hoofdstuk 5 ‘Veranderen zonder te veranderen’ gaat het onder andere over recyclage en andere vormen van individueel ecologisch gedrag. Deze door de industrie zelf aangedragen milieustrategie legt verantwoordelijkheid bij het individu en haalt ze weg bij de bedrijven. Niet het product of de producent, maar de consument is het probleem. Afval vermijden hoeft niet, gooi het gewoon in de juiste vuilniszak. In plaats van bedrijven strengere milieunormen op te leggen, gaat de overheid campagnes voor individuele gedragsverandering voeren. De impact daarvan is reëel: mensen krijgen de indruk dat de enige manier waarop ze iets kunnen doen uit bezorgdheid om het milieu het verminderen van hun eigen ecologische voetafdruk is. Daardoor reageren ze zoals de industrie hen graag heeft: als consumenten.

2. ‘Guts’ oftewel lef 

Eén van de belangrijkste stellingen van het boek en een conclusie waar de auteurs telkens weer op uitkomen, is: het kapitalistische systeem met zijn gerichtheid op kapitaalaccumulatie en de manier waarop het in grote mate onze samenleving doordringt is één van de grondoorzaken van de ecologische toestand van de planeet. Klimaatverandering kan je niet puur bekijken als een milieukwestie, omdat het raakt aan alle belangrijke problemen van onze tijd: sociale ongelijkheid, imperialisme, migratie, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, democratisch deficit, de macht van multinationals en financiële markten. Genoeg redenen dus om het tot een centraal thema te maken in de beleidsvorming. Intussen levert klimaattop na klimaattop nauwelijks meer op dan wat gratuite afspraken en bepalingen over emissiehandel en koolstofcompensatie.

Wel valt er een groeiende trend tot verantwoord en duurzaam ondernemen en het vergroenen van de economie waar te nemen. Kenis en Lievens zijn er kritisch over: volgens hen gaat het om evoluties die niet raken aan de fundamenten van het systeem en wordt er eerder geprobeerd om klimaatprotest te integreren om een nieuw model van kapitalisme mogelijk te maken. Het vervelende daaraan is dat groene economische maatregelen meer dan eens voor een zekere milieuwinst op één terrein zorgen, maar nieuwe milieuschade veroorzaken op een ander vlak.

Beide auteurs lijken stevig ingebed in de academische wereld aan een katholieke universiteit (KU Leuven). Hoewel wetenschappers per definitie geacht worden onafhankelijk te zijn, kan ik me voorstellen dat de fundamenten van ons maatschappelijk systeem in vraag stellen voor mensen in hun positie een moedige daad is. Vraagtekens zetten bij de supprematie van economische groei, en dus ook bv. werkgelegenheid en koopkracht, het is een stap die ook vele groene jongens, en al helemaal groene politici, niet aandurven wegens te vergaand of te ‘geitenwollen sok’. Je kan er makkelijk voor weggelachen of verketterd worden. Hoedje af dus wegens intellectuele durf.

Lees de rest van dit artikel »

Dromen, (vouw)fietsen, renoveren en koelkastloos leven

Geplaatst op

Even niks geschreven. Dat had vooral te maken met het feit dat er dromen in uitvoering waren, zoals te lezen aan het eind van mijn vorige bericht. Mijn auditie aan het conservatorium ligt intussen achter me en – vreugdekreet !! – ik ben geslaagd. Hoe de weg vanaf hier verder loopt weet ik nog niet, maar verder lopen doet-ie natuurlijk hoe dan ook.

IMG_4524

Verder ging het ecologisch(er) leven zo z’n gangetje. Twee vouwfietsen deden hun intrede in ons gezin en oh, wat een plezier die dingen. De eerste keren ging het in- en uitvouwen nog wat onwennig (pedaal moet zus, en nee, niet starten met het zadel verstellen), ze durven om te vallen wanneer je ze meeneemt in de bus en ze langer dan 100 m  dragen in opgevouwen toestand is een beetje corvee, maar als je trein, bus of metro uitkomt op om het even welke bestemming en een half minuutje later kan wegfietsen: vrij als een vogeltje voelt dat. Niet staan wachten op aansluitend vervoer, fietsen op plekken waar je dat nooit eerder hebt gedaan, heerlijk!

 

Wat onze toekomstige Villa Vanzelf betreft: de aankoop is bijna rond en we zijn gestart met het voorbereiden van de renovatiewerken. Energiezuinig en duurzaam wonen vinden we heel belangrijk, dus een huis met een EPC-waarde die in het rood zit, dat kan natuurlijk niet. Met dromen over isoleren met oude kledingstukken en het hele huis verwarmen met hout dat in een rocket mass heater wordt gestookt, gingen we te rade bij de mensen van Mier, een eigenzinnig tweemansproject. We vroegen ook isolatie-advies op maat bij Deskundig Isoleren en zochten naar dakwerkers die bereid zijn het dak te isoleren met hergebruik van de huidige dakpannen. Wordt vervolgd allemaal.

Intussen leven we goed anderhalve maand zonder koelkast of diepvriezer en eigenlijk is het een fluitje van een cent. Nooit gedacht dat die zoemende elektriciteitsvreter die zo lelijk stond te wezen in de keuken zo volkomen misbaar is. Al onze bederfelijke etenswaar wordt opgeslagen in de koele gang en de nog koelere kelder en dat gaat prima. We hoefden zelfs niet met z’n allen vegetarisch of vegan te gaan eten om dit te kunnen doen. Binnenkort volgt een uitgebreidere versie van de koelkast-saga.

IMG_4525De koelkast ging, en de hooikist kwam. Een hooikist is traditioneel een houten kist gevuld met hooi waarin één of meer kookpotten kunnen worden gezet en waarin je door de isolerende werking van het hooi voedsel kan laten garen of warm houden zonder dat er voortdurende verhitting nodig is. De werking van een fornuisje zonder gas of elektriciteit dus. Marc kreeg het idee om een hooikist te maken omdat we het plan hebben om zelf zuurdesembrood te gaan bakken en zo’n kist dan een prima omgeving biedt om je brood te laten rijzen. De kist is intussen klaar, zonder hooi weliswaar, wel volledig met recuperatiematerialen gemaakt.

IMG_4517

Aan dat zuurdesembrood zijn we nog niet toe gekomen, maar bonen, rijst of groenten garen lukt prima, en ook stoofpotten kan je in de hooikist klaarmaken. Even een paar minuten goed laten doorkoken, met deksel erop in de hooikist en je hebt er geen omzien meer naar tot het klaar is. De gaartijd is natuurlijk langer dan op het fornuis, maar het is wel zo handig dat je bv. geweekte bonen of kikkererwten ’s ochtends in de hooikist kan zetten en ze ’s avonds klaar zijn. Voor wie twee linkerhanden heeft, geen plek heeft voor een kist in de keuken, maar wel wil besparen op gas of elektriciteit of dit wondertje van gezond boerenverstand gewoon leuk vindt, is er de Hooimadam.

En ten slotte zette ik in mijn eentje de afgelopen tijd nog een ecologische stap. In mijn eentje wegens niet van toepassing op gezinsniveau. Ik schakelde over naar – ieuw! – wasbaar maandverband. Maar daarover meer een volgende keer (ja echt, beloofd).

Sandra